De Amerikaanse uitdaging

Vrijhandelsland Amerika heeft een grotere en sterkere staat dan Nederland, met meer toezicht en meer democratie. Nu de beslotenheid van het poldermodel verdwijnt, kan Nederland leren van de kracht en de zwakte van Amerika, vindt Maarten Huygen. Als we de Nederlandse solidariteit en de broederschap maar niet overboord gooien. Het genot van steeds grotere porties ijs dreigt bedorven te worden door het uitzicht op steeds meer daklozen.

Behalve een hoge mast met een bord this must be Holland onder de afbeelding van een fles Heineken heeft Schiphol niets herkenbaar Nederlands. De Haarlemmermeer is een plat uitgevallen Amerika, met een spaghetti van autowegen met files, vierkanten glazen kantoorgevels, een Hilton, reclamezuilen, tankstations, fast food restaurants, het economisch exploderende Hoofddorp vlakbij.

Amerikanen krijgen een gevoel van herkenning maar zijn teleurgesteld over het gebrek aan Hollandse originaliteit. Alles lijkt teveel op thuis, hamburgers op het Leidseplein en de giftshops bij de Dam. Zaterdags staat de uitverkoop van een meubelgigant in de krant – sales genoemd – met volle parkeerplaatsen en rijen voor de kassa, zoals in de VS. Uitverkopen gaan het hele jaar door. De spreektaal en reclameslogans verengelsen, de porties ijs worden groter, de chocoladetaart en de frisdrank worden zoeter, de mensen worden dikker en de auto overheerst steeds meer het landschap: Nowhere to run.

In Amerika valt de toekomst van Europa te voorspellen. Sommige verschijnselen doen lang over de oversteek wegens hardnekkig inheems conservatisme, andere trends blijven typisch Amerikaans en komen helemaal de oceaan niet over en dat is niet altijd onterecht.

Alles wat ruimte en energie vreet, zal in Nederland nooit zo massaal ingang vinden als in de Verenigde Staten. De Amerikaanse expansie in voorsteden zal in Nederland door ruimtegebrek nooit zo ver voortschrijden. De meeste Nederlanders kunnen niet deelnemen aan de Amerikaanse energiecultuur van mega-ijskasten, achtcilinders, omdat de energieprijzen veel hoger zijn dan in de VS.

Veel economische en sociale trends zijn moeiteloos overgewaaid. De yuppie, de rijke jonge professional zonder kinderen, kwam een jaar of vier na zijn geboorte in de VS naar Nederland gesurfd op de golf van het herstel van de aandelenmarkt en de verbreiding van het volkskapitalisme. De groei van het leger daklozen in de steden – als gevolg van de individualisering van geestelijk gestoorden – kwam later op gang. Ze mochten de straat op en dat spaarde nog dure, arbeidsintensieve zorg uit ook. Sommige scholen hebben cheer leaders en prom queens.

Nederlandse vrouwen traden vijftien jaar later dan in de VS massaal toe tot de arbeidsmarkt zodat de sociale dilemma's van werken en opvoeden pas vijftien jaar later duidelijk werden. Onder Nederlandse immigranten heerst daarentegen nog hoge werkloosheid.

Amerikaanse verschijnselen hangen samen met de groeiende individuele welvaart, met globalisering. Amerikanisering is globalisering. De Verenigde Staten zijn de meest geglobaliseerde natie ter wereld, als wereldcultuur, als wereldcentrum, als machtigste land, als liberale staat met redelijk open grenzen en als grootste vrije markt voor goederen en mensen. Niemand ter wereld dwingt Europa en Nederland tot `Amerikaanse toestanden'. Het overkomt ook Amerika zelf.

Zoals het Rome uit de klassieke oudheid, geeft Amerika de toon aan met superieure organisatie en verbindingstechniek. Dat betekent niet dat al het nieuwe in Amerika wordt uitgevonden maar dat het door introductie in Amerika wereldwijde betekenis krijgt. De Amerikaanse cultuur geeft aan verschijnselen uit andere landen net zo'n draai dat het niet alleen in eigen land maar ook elders aanvaard wordt. Disney geeft de Duitse volkssprookjes van Grimm een nieuw leven en verbreidt ze niet alleen over Amerika zelf maar ook over Colombia, Japan en Irak. De slordige volksvertellingen worden gelikte verhalen, gehoorzamend aan de wetten van goed entertainment, met tot tranen roerende momenten, ridderlijke gevechten, liefdesaffaires en een happy ending.

De Amerikaanse markt is vrijer dan de Europese. De Europese Unie telt meer mensen maar heeft last van taalbarrières en grote nationale verschillen, zodat ze economisch niet helemaal vrij genoemd kan worden en dat maakt de Noord-Amerikaanse vrije markt tot de grootste ter wereld, de wereldwijde bemiddelaar. Als voorbeeld voor Europa dat mondjesmaat het Amerikaanse model invoert van vrij verkeer van personen en goederen maar nog steeds kampt met het probleem dat het geen taalgemeenschap en geen staat is onder democratisch gecontroleerd gezag. In tegenstelling tot Amerika is Europa multicultureel.

Een megamarkt aan de rand van de stad veroorzaakt een stille maatschappelijke revolutie, het einde van een kleinschalige middenstand, die de wijk en de binnenstad sociaal en materieel ondersteunt. Absolute vrijheid van verkeer van personen en goederen wordt toegejuicht als voordelig voor de hele mensheid. Vaak wordt beroep gedaan op liberale denkers als Adam Smith. Maar zijn spreekwoordelijke `onzichtbare hand' stond niet voor ongebreidelde vrijhandel maar voor de voorkeur voor ,,steun aan de binnenlandse industrie boven de buitenlandse''. De `onzichtbare hand' van Smith werd in 1952 gedisneyficeerd en wereldwijd verbreid in het klassieke Amerikaanse leerboek van Paul A. Samuelson en William D. Nordhaus, Economics.

De hand werd een mystieke geest uit de fles van Aladdin die alleen maar geluk bracht. Maar moralist Smith plaatste de economische vrijheid in het kader van de wet, de staat en informele niet-economische instituten als het gezin en het Schotse puritanisme van zijn tijd.

Anders dan de stroom zelffelicitaties in het economische nieuws doet vermoeden, zijn lang niet alle landen goed af bij globalisering. Volgens het UNDP jaarrapport van 1999 haalden slechts 33 landen tussen 1980 en 1996 een groei van drie procent per jaar maar bij 59 landen ging het bruto nationaal product per inwoner achteruit.

Liberalisme betekent niet dat de vrije markt over alles beslist. In een liberale democratie moet de staat ingrijpen om economische machtsconcentraties tegen te gaan en om immateriële waarden hoog te houden.

`Amerikaanse toestanden' zijn een pejoratief voor de economische krachten die ongeremd door zo'n maatschappelijke omlijsting over de samenleving walsen. Ze zijn deels gewenst, deels ongewenst, deels verkeerd toegepast. Er zijn vormen van `vulgair' Amerikanisme die in Amerika zelf niet of marginaal voorkomen. De Amerikaanse overheid heeft niet zo blindelings geprivatiseerd als de Nederlandse. De procedure tegen Microsoft bewijst dat de Amerikaanse vrije markt onder streng justitieel overheidstoezicht staat.

Niet alle diensten hoeven op de vrije markt te worden verhandeld. De liberalisering van het telefoonverkeer heeft tot een communicatierevolutie geleid. Aansluitingen en mobiele telefoons zijn goedkoper geworden. Maar de experimenten met verzelfstandiging en privatisering van het spoor gingen in Nederland en Engeland ten koste van de dienstverlening. Dat ligt ook aan de aard van de technologie. Terwijl een oneindig aantal telefoontjes van grote aantallen aanbieders op een kabel kan worden samengeperst, rijdt maar een twintigtal treinen per uur over een spoor.

De mislukking van de internationale handelsbesprekingen in Seattle, eind 1999, markeerde het besef dat de vrije markt grote omwentelingen veroorzaakt, die niet alleen maar winnaars opleveren. Handelsliberalisering heeft welvaart gebracht maar verdere stappen raken steeds meer aan de vrijheid van de burgers om hun samenleving naar eigen goeddunken in te richten. Wat voor handelsliberalisering doorgaat, is soms regelrechte inmenging.

Moeten Europeanen onder dwang van een ongekozen arbiter Amerikaanse hormoonbiefstukken of genetisch gemanipuleerde sojabonen eten als ze dat al dan niet op wetenschappelijke gronden afwijzen? Moet er geen etiket komen voor het gebruik van hormonen of genetisch gemanipuleerde bestanddelen, als een grote groep consumenten daarom vraagt. Hoort AOL-Time Warner mee te dingen om film- en televisiesubsidies van de Nederlandse overheid? Moeten onderwijs, gezondheidsverzekeringen en pensioenfondsen aan buitenlandse concurrentie bloot worden gesteld of moet dat onder Nederlands beheer blijven?

De geleidelijke afschaffing van de landbouwsubsidies veroorzaakte een revolutie op het Europese platteland, dat na grootschalige verkaveling en de introductie van het productieve maïs steeds meer lijkt op dat van de Amerikaanse deelstaat Iowa. Overal sterven plattelandsgemeenschappen uit. Als efficiency de norm was, zou er in Europa nauwelijks landbouw mogen bestaan. Maar zou het verstandig zijn om in voedselvoorziening voor de volle honderd procent afhankelijk te zijn van landen ver buiten Europa? Is de overvloed aan voedsel en transportmiddelen eeuwigdurend?

Liberalisering, opening, afstoting en schrappen van regels is in goede tijden een gemakkelijke automatische piloot voor de politiek. Maar hoe ver kan de economisering doorgaan zonder de samenleving tot op het bot aan te tasten? De burger woont in een wijk, een stad, een samenleving, niet in een economisch cijfermodel. Relaties met ouders, kinderen, familieleden, vrienden zijn niet in de eerste plaats economisch en kunnen niet in termen van vraag en aanbod worden geanalyseerd.

Hoe komt het dat Nederland ondanks spectaculaire stijgingen in de afgelopen jaren nog steeds minder misdaad kent dan Amerika? Moeten efficiency en productiviteit de doorslag geven voor de manier waarop stadscentra, wijken of stations worden ingericht? Hoe kan Nederland van de economische voordelen van de vrijhandel, globalisering en Amerikanisering profiteren zonder dat hechte samenlevingsverband te verliezen? Hoe kan bij grotere economische efficiency de burgerlijke maatschappij, of wat Amerikanen de civil society noemen, in stand blijven?

Van de vier vrijheden, die president Franklin Roosevelt heeft opgesomd: vrijheid van woord en expressie, vrijheid van verering, vrij zijn van behoeftigheid en vrij zijn van angst, scoort Nederland hoger op vrij zijn van angst. Nederland heeft meer zekerheid in de verzorgingsstaat, meer voorspelbaarheid, meer veiligheid. Maar is het kleine Nederland nog wel in staat om zich naar de wensen van de meeste burgers in te richten? Heeft een regering nog wel zeggenschap over wie in het land mag komen wonen of moet immigratie vrij zijn? Wat veroorzaakt stress bij het werk? Behoeven niet-materiële gewoonten en samenlevingsvormen, zoals het gezin, de opvoedingspraktijk en de onderlinge solidariteit bescherming of moeten ook die worden overgelaten aan het vrije spel der krachten?

Globalisering zet het vertrouwde poldermodel terecht onder druk. Het poldermodel is niet nieuw, want het stamt uit de tijd van de pacificatie tussen zuilen en staat voor schikken en plooien, half overheid, half vrije markt, zelfregulering en sociale akkoorden tussen werkgevers en werknemers.

In de jaren vijftig voelden de meeste burgers zich vertegenwoordigd door een levensbeschouwelijke zuil, zodat de bereikte compromissen op een breed draagvlak konden rekenen. Inmiddels hebben de zuilen plaats gemaakt voor directe belangenorganisaties en giro-liefdadigheid.

Het oude verzoeningsmechanisme kreeg een geheel nieuw economisch leven in het poldermodel dat startte met het door toenmalig premier Ruud Lubbers geregisseerde akkoord van Wassenaar (1982) tussen werkgevers en werknemers. In ruil voor loonmatiging kregen de werknemers arbeidstijdverkorting. Het aantal banen groeide en later kwam de economie overeind. Maar het poldermodel vooronderstelt een beslotenheid die langzaam verdwijnt door internationale wetgeving, immigratie en de eis tot openheid. Vrijhandelsland Amerika heeft een grotere en sterkere staat dan Nederland. Met meer toezicht, meer ambtenaren, meer actieve burgervrijheid en democratie. Tegelijk vrijer te zijn, zonder de typische Nederlandse solidariteit en broederschap overboord te gooien, dat is de Amerikaanse uitdaging.

Maarten Huygen is redacteur van NRC Handelsblad. Bovenstaande tekst is een bewerkt fragment uit zijn boek `Amerikaanse toestanden; hoe het poldermodel verdwijnt', dat deze week verschijnt bij uitgeverij Contact.

    • Maarten Huygen