Bush brengt thema kernwapens op

De Amerikaanse presidentskandidaat George W. Bush wil breken met de traditionele uitgangspunten van nucleaire wapenbeheersing.

Uitgerekend George W. Bush, de gouverneur van Texas die geen ervaring met buitenlandse politiek heeft, zorgde er deze week voor dat kernwapens een thema zullen zijn in de Amerikaanse verkiezingscampagne. Hij pleitte tegelijk voor een eenzijdige vermindering van het Amerikaanse nucleaire arsenaal en voor een veel groter rakettenschild dan de regering-Clinton voorstaat.

De Verenigde Staten, zei Bush, moeten een rakettenschild ontwikkelen dat niet alleen alle vijftig deelstaten, maar ook ,,onze vrienden en bondgenoten en troepen in het buitenland beschermt tegen raketaanvallen van schurkenstaten en abusievelijke lanceringen''. Met name noemde hij Europa en Israel als bondgenoten die in aanmerking komen voor bescherming onder het anti-raketten systeem.

Het aantal Amerikaanse kernwapens wil Bush, als hij in november de presidentsverkiezingen wint, aanzienlijk verder verminderen dan met Rusland overeengekomen is in het START-II-akkoord. Langdurige onderhandelingen met Moskou daarover vindt hij niet nodig, want de Amerikanen zouden op eigen houtje tot vermindering kunnen overgaan. ,,De VS moeten het goede voorbeeld geven. We moeten niet vasthouden aan wapens die onze militaire plannenmakers niet nodig hebben. Deze overbodige wapens zijn kostbare restanten van dode conflicten.''

Zo profileerde Bush zich tegelijk als duif en als havik, schreef The Washington Post. Bush gaf zijn uitspraken extra gewicht door de prominente Republikeinen die naast hem stonden toen hij zijn visie dinsdag ontvouwde op een persconferentie in Washington. Henry Kissinger en George Shultz (oud-ministers van Buitenlandse Zaken), Donald Rumsfeld (ex-Defensie), Brent Scowcroft (oud-Veiligheidsadviseur) en Colin Powell (oud-voorzitter van de chefs van staven) speelden een belangrijke rol bij de vormgeving van het buitenlands beleid in Republikeinse regeringen. Ook op het podium stond Condoleezza Rice, de topadviseur van Bush voor buitenlandse zaken. Rice, een zwarte vrouw die ook voor de vader van Bush in het Witte Huis werkte, wordt al getipt als minister van Buitenlandse Zaken of Veiligheidsadviseur in een eventuele regering-Bush. Haar belangstelling voor internationale politiek dankt ze aan een van haar docenten aan de Universiteit van Denver, Josef Korbel, de vader van Madeleine Albright.

Wat Bush bepleit is niets minder dan een breuk met de strategische doctrine van wederzijdse afschrikking, die tijdens de Koude Oorlog de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie bepaalde. Omdat de ,,nucleaire balans van angst'' niet meer nodig is om de nationale veiligheid te beschermen, aldus de Republikeinse presidentskandidaat, kan en moet Amerika zich concentreren op een defensief systeem: het rakettenschild. In landen als Noord-Korea en Irak ziet Amerika een nieuwe nucleaire bedreiging.

,,Afschrikking blijft de eerste verdedigingslinie tegen een nucleaire aanval'', zei Bush. Maar ,,de logica van de Koude Oorlog is verouderd'' en Amerika kan er niet meer op vertrouwen dat de dreiging van wederzijdse nucleaire vernietiging voldoende bescherming biedt. Een ambitieus rakettenschild moet uitkomst bieden, ook al is nog lang niet duidelijk of zoiets ook technisch haalbaar is. Bush wil zelfs nagaan of het oude `Star Wars'-idee van Ronald Reagan mogelijk is: een systeem dat vanuit de ruimte inkomende raketten onschadelijk maakt. Hij verzekerde Rusland en China dat het schild niet is bedoeld om hùn nucleaire arsenalen onschadelijk te maken.

Maar met zijn nieuwe benadering van de nationale veiligheid verwijst Bush een beproefd beginsel van de wapenbeheersing, en de basis van een lange reeks van akkoorden met Moskou, naar de prullenbak: het uitgangspunt dat een verbod op defensieve systemen nucleaire aanvallen voorkomt. Want als beide partijen de ander kunnen vernietigen als ze worden aangevallen, dan zullen ze er allebei voor terugschrikken om als eerste kernwapens te gebruiken.

Deze theorie van de mutually assured destruction (MAD) is de basis van het ABM verdrag van 1972, dat de ontwikkeling van een rakettenschild verbiedt. De regering-Clinton wil Moskou bewegen tot een aanpassing van dat verdrag, om een beperkt schild (dat toch nog zestig miljard dollar moet gaan kosten) mogelijk te maken.

Vice-president Gore, de rivaal van Bush bij de presidentsverkiezingen, deed de ideeën van Bush meteen af als riskant en onverantwoordelijk. Maar senator Joe Biden, aanvoerder van de Democraten in de commissie voor buitenlandse betrekkingen, prees Bush. Zijn ideeën over de haalbaarheid en de kosten van een rakettenschild noemde Biden echter onrealistisch.