Wonderen worden uitgevonden

Het einde van de liefdesaffaire in Graham Greene's roman `The End of the Affair' verschilt wezenlijk van die van film. En dat zit 'm in een woordje met of zonder hoofdletter.

Het zijn kleine dingen waarmee het grote misverstand zich wapent. Zo lachten in mijn vroege jaren de volwassenen om het verhaal van de broodjes van Nicolaas van Tolentijn. De vrouw des huizes beklaagde zich bij de pastoor dat ze maar niet zwanger werd. `Dan moet je de broodjes van de heilige Nicolaas van Tolentijn eten', raadde die. Toen de vrouw een tijdje later treurig meldde dat zij nog steeds niet, maar het dienstmeisje wèl zwanger was, antwoordde de pastoor: `Maar je moet ze ook niet laten slingeren.' Waarom lachten de volwassenen?. Het was immers een zonde die het dienstmeisje had begaan door van de broodjes te snoepen?

(Dit nu is zo'n typisch katholiek grapje dat – naar mij in mijn omgeving is gebleken – voor niet-katholieken dient te worden uitgelegd: de pastoor gelooft er heilig in dat de broodjes van Nicolaas van Tolentijn wonderen kunnen verrichten; de toehoorders weten dat de heer des huizes het met het dienstmeisje heeft gedaan en dat de broodjes `fake' zijn; het kind weet nog niets van `buiten de pot pissen' en volgt de leer van de Kerk: zonde, boete, straf, alleen legt het de zonde ergens anders. Hè, hè.)

In deze herinnering aan de broodjes van Nicolaas van Tolentijn buitelen de misverstanden over elkaar heen. Het kleine kind dat van seksualiteit nog geen verstand heeft en de pastoor zijn de enige echte gelovigen in deze geschiedenis. De pastoor en ik, wij waren consequent en meedogenloos. De volwassenen bewandelden al de paden van de ironie en het ongeloof.

Van ironie is in The End of the Affair van Graham Greene geen sprake. Ik las het boek als vijftienjarige met een grote honger naar meedogenloosheid. De roman balanceerde op de rand van het ongeloof, maakte genadeloze sprongen en kende een zeer onbevredigend maar tartend einde, dat me noopte het boek tandenknarsend in een hoek te gooien en weer op te pakken. Elk boek zou zo'n stuiterend effect moeten hebben, de literatuur als boemerang. Sinds die eerste kennismaking ben ik een fan van Graham Greene gebleven, een auteur die ten onrechte in 1983 de Nobelprijs naar die sufferd van een William Golding zag gaan. Engeland heeft nooit gehouden van Greene, die ze te politiek vonden, te katholiek, te links. Greene was dat alles een beetje en méér: hij is de schrijver die als een contraspion in zijn eigen verbeelding staat.

Nu de gelijknamige film van het boek is gemaakt, was ik benieuwd of de film hetzelfde vernachelende effect had. Op het eerste gezicht komen het boek van Graham Greene en de film van Neil Jordan vrij nauwgezet overeen. Het verhaal gaat over een overspelige liefdesrelatie tussen de schrijver Maurice Bendrix en Sarah, een vrouw uit de hogere stand. Het boek verscheen in 1951 en het was voor de hele lezende goegemeente van het Gemenebest duidelijk dat het eigenlijk handelde over de geheime verhouding die Graham Greene in die tijd met de diplomatenvrouw Catherine Walston had. Vreemd genoeg lijkt de roman een wraakoefening om een beëindigde relatie, terwijl Greene en Catherine Walston nog jaren na verschijning van de roman gezamenlijk de liefde vereerden. Er bestaan geen gelukkiger foto's dan van die twee, nadat The End of the Affair het licht had gezien. In de fictie ontmoeten Bendrix en de bedrogen echtgenoot van Sarah elkaar bij toeval, twee jaar na het einde van de relatie; Bendrix' haat en jaloezie vlammen weer op en hij begint Sarah te schaduwen; via haar dagboek komt hij er achter waarom zij zo plotseling een eind aan de relatie heeft gemaakt, maar het is te laat, want Sarah is ziek en sterft.

Voilà, alle elementen voor een melodrama zijn aanwezig en dat is ook precies wat Neil Jordans film is geworden, een melodrama. Goed gecast, fantastisch geacteerd, nauwgezet het boek volgend, met zijn vele `flashbacks' en het ingenieuze raamwerk van de vertelling. Máár een melodrama. De film gaat over een ongelukkige liefdesgeschiedenis, zoals er zoveel zijn. Het boek daarentegen is een onduldbaar, onverdraaglijk, genadeloos meesterwerk, een acte van geloof en ongeloof.

Wat kan mij dat bommen, geloof of ongeloof, sinds ik me al op vroege leeftijd van het Roomse geloof heb afgewend? Waarom zou een boek dat in 1951, een halve eeuw geleden, uitkwam en gebaseerd is op een ethiek die alleen nog door de paus van Rome wordt aangehangen, nog altijd dezelfde tragische weerslag hebben als toen? Wat is het onontkoombare tragische in The End of the Affair?

Om dat te begrijpen is het nodig te weten waarom Sarah plotseling een eind aan de verhouding maakt. Dat doet ze na een bominslag, in het Londen van 1944. Bendrix is gaan kijken wat voor schade de bom heeft aangericht, verliest door een volgende inslag even het bewustzijn en als hij bijkomt maakt Sarah stante pede een eind aan de verhouding. Twee jaar lang begrijpt Bendrix niet waarom, totdat hij het dagboek van Sarah in handen krijgt. Daaruit blijkt dat ze, op het moment dat hij even buiten bewustzijn was, dacht dat hij dood was en in haar ellende plotseling God smeekte om hem weer levend te maken, om een wonder. Ze belooft dat ze haar minnaar zal opgeven als Hij dat wonder voor haar verricht. Bendrix herrijst uit de puinhopen van het bombardement en zij voelt zich gehouden aan haar belofte.

Op dit punt is er een cruciaal verschil tussen boek en film. In de film leest Bendrix het dagboek, begrijpt dus eindelijk waarom Sarah zo heeft gehandeld en sluit haar ten slotte in zijn armen. Eind goed, al goed. Daar komt dan nog even bij dat Sarah al ongeneeslijk ziek is en sterft – ach, het is allemaal goed voor het soort verdriet dat de traanklieren opendraait en de ziel zich doet verkneukelen.

Maar The End of the Affair, het boek, gaat helemaal niet over een treurige liefdesgeschiedenis met een treurig misverstand in het midden ervan, het gaat over een titanengevecht tussen een ik-figuur, de schrijver Bendrix, en niets of niemand minder dan God. Ook al geloof je als lezer net zo min aan God als aan een aap die de kampioenschappen schoonrijden op kunstijs wint, dan nog vliegen de rotsblokken van dit reuzengevecht je om de oren.

Het gaat in het begin van de film mis, als Sarah toevallig Bendrix en haar echtgenoot tegenkomt. Ze draait zich om en zegt: `You?'. Eén klein woordje `you', met of zonder hoofdletter, wat maakt het uit, moet de filmmaker hebben gedacht, een kniesoor die daarover valt en hij laat de actrice het zinnetje zeggen alsof er niets aan de hand is met dat partikel. Maar Sarah heeft hem, herinnert Bendrix zich in het boek op dat moment, nooit bij zijn naam genoemd, maar altijd `you.' Er is een ander in het spel, een derde, die ook `you' wordt genoemd, een rivaal in de liefde, naar wie Bendrix' haat en jaloezie van het begin af aan uitgaan, een vijand, genaamd `You'. Deze You, met hoofdletter, de derde in het ontredderde spel van de liefde, is de God aan wie Sarah zich onvoorwaardelijk overgeeft, in ruil voor het leven van de kleine `you', Maurice Bendrix. `Make me believe', bidt ze in het ogenblik na de bominslag, `and I will believe.' En, als haar gebed `verhoord' wordt en de grote `You' een aanwezigheid wordt in haar leven, constateert ze dat het geloof haar is overkomen zoals een verliefdheid je kan overkomen. Je wilt het niet, je zet je schrap, maar het boort zich een weg naar je hart.

Met dat `You?' begint het grote misverstand, dat in de roman tot een misverstand van metafysische proporties wordt. `You' is de aangesprokene, de geliefde, en daarin worden Bendrix en God synoniemen van elkaar. Als Bendrix `you' gebruikt bedoelt hij daarmee zijn rivaal in de liefde, degene van wie gehouden wordt en dat is in Sarah's geval God.

Bendrix is een agnost, iemand die niet gelooft en die machteloos moet toezien hoe hij terzijde wordt geschoven door een instantie, een `iemand' in wiens bestaan hij niet gelooft. Het is om razend van te worden. Dat is Bendrix dan ook, van het begin af aan. Als Sarah zegt dat `love doesn't end if we don't see each other' antwoordt hij dat `being loved is being seen'. Natuurlijk is het eerste waar voor Sarah die gelooft in een onzichtbare God, en de tragiek is dat die onzichtbare God een tastbare vijand voor Bendrix wordt. De laatste zinnen van het boek én van de film zijn dan ook gericht aan het enige personage dat wint: `O God', zegt Bendrix, `You've done enough, You've robbed me of enough, I'm too tired and old to learn love, leave me alone for ever.' (De paus zou zeggen: die Bendrix, die moeten we binnen zien te halen, die staat al met één voet over de drempel)

Bij de film hangen die zinnen in de lucht, als een bijlage bij een liefdesaffaire waarin Sarah eerst wegliep maar dan toch weer bij zinnen komt en in Bendrix' armen valt voordat ze sterft. In het boek verliest Bendrix haar zo werkelijk als werkelijk maar kan zijn aan een onzichtbare indringer in wiens bestaan hij niet gelooft, maar die hij haat tot op het diepst van zijn botten: You, the spoken-to.

In de eerste regels van het boek kondigt Bendrix aan: `So this is a record of hate far more than of love'. Er wordt uit alle macht gehaat in het verhaal. Sarah probeert haar God te haten, maar ze haalt bakzeil; Bendrix haat Sarah's God met bovenmatige intensiteit, maar hij verliest; en de lezer?

Ik heb aan The End of the Affair nooit iets anders dan een bedonderd gevoel overgehouden. Voor je ogen rolt zich een tragische geschiedenis af, die zijn oorsprong vindt in zoiets bespottelijks als een entiteit waarvan zelfs de personages in het boek, ook Sarah, het bestaan betwisten. Het is een misverstand, wil ik de hele tijd roepen, het is een misverstand en jullie zijn er niet aan gehouden! Maar het misverstand ontvouwt zich van iets kleins, de inwisselbaarheid van `you' en `You', tot iets groots en onontkoombaars. Er is geen lot, er is God, is de enige conclusie die je na lezing van het boek overblijft en omdat dat natuurlijk te gek is om los te lopen, begrijp je dat het een boek van haat is, haat omdat je gebonden bent aan een idee waarin je niet gelooft, aan een God die het verhaal genereert. Je bent als lezer een medespeler geworden.

Gebeuren er in het boek nu wonderen of niet? Welnee, wonderen worden uitgevonden. Sarah dácht alleen maar dat Bendrix dood was en beloofde God de relatie te beëindigen als Hij hem tot leven wekte. Ze had net zo goed kunnen zeggen: wat een geluk dat je nog leeft, zie je wel dat onze liefde recht van bestaan heeft. Het grappige is dat wij overspel, met uitzondering van de paus, niet meer als een halsmisdaad zien die het noodzakelijk maakt zo'n zware eed af te leggen. Trouwens wie legt er nog eden af in dit land?

Dat maakt het verschil uit tussen 1951 en nu. Ik moet toch niet denken aan al die katholieke huisvrouwen uit de jaren vijftig, die na lezing van The End of The Affair weer braaf in het gareel zijn teruggekeerd. Maar stel je nu eens iets voor waarvoor je wel een eed zou willen afleggen of een situatie waarin je dat zou willen doen, iets wat je zo intens graag wilt dat je voordat je het weet de meest vergaande belofte hebt gedaan – zou Graham Greene je dan kunnen bewegen zijn verhaal van haat ernstig te nemen? Ik maak het nog kinderachtiger: stel je nu eens de pastoor voor die werkelijk gelooft in de vruchtbare werking van de broodjes van Nicolaas van Tolentijn, maar er tegelijkertijd niet aan wil. Of het kind dat dacht dat je snoepen moest biechten. En dat je alsmaar dacht: ik wil niet dat broodjes dat kunnen, ik vind niet dat ik voor snoepen moet worden gestraft. Zou het dan kunnen dat je begint te zeggen: ik haat die broodjes van je, ik haat dat je straft voor snoep, je hebt het nu lang genoeg gedaan, verdwijn uit mijn leven – en dat je daarmee een existentie in het leven hebt geroepen? Dat je, net als Bendrix, een God hebt erkend die je tot je laatste snik zult bestrijden? Dat is de verontrustende paradox die Graham Greene in Bendrix belichaamt, de klacht aan God: laat me met rust.

De film `The End of the Affair', geregisseerd door Neil Jordan, is te zien in Movies Amsterdam, Babylon Den Haag en Cinerama Rotterdam. Ter gelegenheid van de verfilming verscheen eind vorig jaar een heruitgave van Graham Greene's roman `The End of the Affair' bij Penguin. Bij uitgeverij Atlas verscheen een nieuwe vertaling door H.J. Scheepmaker: `Het einde van het spel', 235 blz, ƒ 39,90.

Er is een andere, derde in dit ontredderde spel van de liefde

    • Doeschka Meijsing