Werkgevers in Italië kiezen voor nieuw offensief

De Italiaanse werkgeversorganisatie Confindustrie heeft een nieuwe voorzitter die, meer en feller dan voorheen, de confrontatie wil zoeken met vakbonden en kabinet.

De vakbonden zijn conservatief. De politici hebben van Italië een ,,onvoltooide democratie'' gemaakt. Het kabinet doet te weinig tegen de achteruitgang van de internationale concurrentiepositie. Als goed Napolitaan is Antonio D'Amato, de nieuwe leider van de werkgeversorganisatie Confindustria, zijn ambstermijn met spectaculier vuurwerk begonnen.

De 43-jarige D'Amato treedt aan na een spectaculaire machtsverschuiving binnen Confindustria die in maart gestalte heeft gekregen. Jarenlang is daar de toon gezet door de grote bedrijven uit het noorden, dezelfde mannen die onderlinge akkoorden sloten om elkaar te helpen en aanschurkten tegen de politiek als dat nodig was. De 43-jarige D'Amato heeft een coalitie gesmeed van ondernemers uit het zuiden en de dynamische groep relatief kleine bedrijven in het noordoosten en met hun steun de kandidaat van 'oude families' verslagen.

Woensdag is D'Amato officieel in functie getreden, en gisteren hield hij zijn maidenspeech. Daarin maakte hij duidelijker dat de Italiaanse werkgevers veel feller dan voorheen hun eisen voor modernisering en flexibilisering op tafel zullen leggen, en daarbij regelmatig de confrontatie zullen zoeken.

Hij zei dat Confindustria politiek neutraal zal blijven - in het verleden was de natuurlijke reflex om de kant van de regering te kiezen, want daar worden veel van de contracten vergeven waar grote bedrijven wel bij varen.

Maar in een aantal opzichten loopt het actieprogramma van D'Amato parallel met de beloftes van de rechtse oppositieleider Silvio Berlusconi, die erop vertrouwt dat hij binnen een jaar de nieuwe premier is.

D'Amato nam afstand van het tripartite-overleg met regering en bonden, de Italiaanse variant op het poldermodel die hier concertazione wordt genoemd. Dat heeft alleen zin als dergelijke gesprekken ,,openhartig en duidelijk'' zijn, zei hij.

Op het gebied van flexibilisering van de arbeid, loonsverschillen tussen noord en zuid, hervorming van de pensioenvoorziening en het sociale bestel in het algemeen, en hervorming van het belastingstelsel zijn felle botsingen met de bonden te verwachten.

De drie Italiaanse vakfederaties zijn ,,objectief conservatief'' en houden de modernisering van het land tegen, zei hij. De grote linkse vakbond Cgil heeft in zijn ogen een veto-macht over de centrum-linkse regeringen die sinds 1996 aan de macht zijn. Natuurlijk mogen en moeten bonden de belangen van hun leden verdedigen, zei D'Amato, maar hij vindt het ,,absoluut onaanvaardbaar'' dat het kabinet zich hierdoor laat conditioneren.

De nieuwe voorman van de werkgevers constateerde dat er wel veel over allerlei structurele hervormingen wordt gepraat, al jaren, maar dat er in de praktijk bitter weinig van terecht komt. ,,Wij willen en kunnen er niet in berusten het Europese land te zijn dat op de klassementen van industriële democratieën voor vrijwel alle economische en sociale indicatoren op de laatste plaatsen staat: infrastructuren, wetenschappelijk onderzoek, vernieuwing, werkgelegenheid, vorming, territoriaal evenwicht, kwaliteit van de wetten, rendiment van het overheidsbestuur, de tijd die de justitie nodig heeft.''

Een essentiële voorwaarde voor beter economisch beleid zijn volgens hem wijziging van de kieswet en andere staatsrechtelijke hervormingen. ,,Wij verwachten dat bij de komende algemene verkiezingen de burgers kunnen stemmen in de wetenschap dat zij degenen zijn die kiezen wie er bestuurt, en dat de regering de hele zittingstermijn zal aanblijven,'' zei hij.

    • Marc Leijendekker