Voorleesdag wil kleurrijk blijven

Woensdag is op de zevende Nationale Voorleesdag extra aandacht besteed aan het voorlezen aan allochtone kinderen. De Stichting Lezen, organisator van de Voorleesdag, wil aandacht blijven besteden aan de verschillende culturele achtergronden van kinderen in Nederland.

Uit onderzoek in opdracht van de stichting bleek dat een derde van de kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst nooit wordt voorgelezen. Vooral ouders met een lage opleiding en een gebrekkige beheersing van het Nederlands lezen weinig voor. Zo'n twintig procent van de voorlezende ouders doet dat in de eigen taal. Ouders die hun kinderen niet voorlezen, vertellen vaak wel verhalen aan hun kinderen, wat door de Stichting Lezen in verband wordt gebracht met de grotere verteltraditie onder Turken en Marokkanen.

Volgens Silja ten Wolde van de Stichting Lezen zouden basisscholen bij het voorlezen meer gebruik moeten maken van de kennis van een `tweede taal' die de allochtone leerlingen hebben. ``Nu ziet men dat vaak als een nadeel, maar dat is onterecht. Uit onderzoek is gebleken dat bij voorbeeld Turkse kinderen meer opsteken van een Nederlands verhaal als het ze eerst in het Turks is voorgelezen.'' Ten Wolde zou graag zien dat er meer kinderboeken uit andere culturen vertaald zouden worden. ``Die zouden de verbinding goed kunnen leggen, nu zijn ze er nauwelijks.''

Op de voorleesdag zijn dit jaar 1100 `voorleesontbijten' gehouden op basisscholen, door televisieberoemdheden als Birgit Schuurman, Frits Spits, Humberto Tan en Annette van Trigt. Bovendien vond de finale van de Nationale Voorleeswedstrijd plaats. De beste voorlezer van de 68.000 kinderen die aan die wedstrijd deelnamen, was de twaalfjarige Janine Kastelijn die voorlas uit Koka en de doodsviool van Bidshika, een boek van André Boesberg.

    • Arjen Fortuin