Vliegongeval mogelijk door taalprobleem

Een botsing tussen een Frans passagiersvliegtuig en een Engels vrachtvliegtuig, woensdagnacht op het Parijse vliegveld Roissy-Charles de Gaulle, waarbij de Engelse co-piloot om het leven kwam, is mogelijk het gevolg van communicatieproblemen.

Volgens het Bureau Enquête Accidents is de oorzaak nog onduidelijk. Bij het incident botste een toestel van de Franse luchtvaartmaatschappij Air Liberté tegen een Engels vrachtvliegtuigje, dat juist de startbaan op kwam taxiën. De piloot van Air Liberté wist zijn toestel, dat een seconde later zou opstijgen, vlak voor het einde van de baan tot stilstand te brengen.

Gewoonlijk hebben op Roissy 's nachts slechts 95 vliegbewegingen plaats, tegenover 1300 overdag. Woensdagnacht waren echter tachtig extra vliegtuigen ingezet om voetbalsupporters, die de Champions-League-finale tussen Real en Valencia hadden bijgewoond, terug te brengen naar huis. De directie van het vliegveld wil niet zeggen hoeveel extra medewerkers zijn ingezet.

Op 23 maart besloot de directie van Air France dat, om redenen van veiligheid, de communicatie tussen haar piloten en de luchtverkeersleiding voortaan in het Engels en niet meer in het Frans moest plaatshebben. De reactie in Alter, een publicatie van de vakbond van piloten, was even kort als krachtig: ,,Engels op CDG, non!'' Uiteindelijk moest de directie van Air France de oekaze intrekken. De praktijk is nu dat, alnaargelang de bezetting van de verkeerstoren, soms veel, soms weinig Engels wordt gesproken.

Niet alleen de taalstrijd speelt daarbij een rol, minstens zo belangrijk is de gebrekkige kennis die Franse verkeersleiders en piloten vaak hebben van het Engels, in combinatie met een zwaar accent. Amerikaanse vliegverkeersleiders noemen Franse vluchten wel gekscherend `keskidi-flights'', een verhaspeling van ,,Qu'est-ce qu'il dit?'', een veelgehoorde reactie vanuit de cockpit op hun aanwijzingen.

    • Pieter Kottman