Veel te verliezen in de VS

De Nederlandse effectenbeurs en gelieerde banken moeten binnen dertig dagen een akkoord bereiken over joodse oorlogsclaims. Anders volgen sancties.

Op verzoek van het Platform Israel kwamen afgelopen zondag het Nederlandse Centraal Joods Overleg (CJO) en het Amerikaanse Joods Wereld Congres (WJC) bijeen op een plek in Israel. De twee organisaties, die de afgelopen jaren soms op gespannen voet met elkaar stonden, werden het nu snel eens. Het WJC zou acties aankondigen tegen de Amsterdamse effectenbeurs, waarmee het CJO al lang vruchteloos onderhandelt over een schadevergoeding.

Aldus geschiedde. De Amsterdamse effectenbeurs en de banken, die met de beurs zijn verbonden, moeten binnen dertig dagen een akkoord bereiken over de tijdens de Tweede Wereldoorlog geroofde joodse effecten, anders worden zij doelwit van sancties die hun financiële belangen in de Verenigde Staten schaden. De Newyorkse holocaust-commissie onder voorzitterschap van de financiële expert Alan Hevesi heeft gisteren na een hoorzitting het ultimatum overgenomen en stuurt de beurs een brief.

Het is niet voor 't eerst dat in de VS wordt gedreigd met sancties tegen Nederlandse financiële instellingen. Eerder kondigde het publicitair zeer actieve WJC een boycot aan tegen verzekeraars ING en Aegon en klonk de roep om de voorgenomen overnames van Amerikaanse verzekeraars te blokkeren. Het liep met een sisser af.

Of dat ook gebeurt met de aangekondigde actie tegen de Amsterdamse effectenbeurs is echter de vraag. Om te beginnen hebben de verzekeraars in Nederland al een akkoord gesloten met het CJO over de oorlogstegoeden, terwijl de onderhandelingen tussen beurs en CJO muurvast zitten. Waar het CJO de Nederlandse verzekeraars tegen Amerikaanse aantijgingen verdedigde, steunt het nu de actie tegen de beurs. Bovendien is de rol van de beurs tijdens en na de oorlog in inktzwarte bladzijden geboekstaafd, terwijl bij de verzekeraars de grijstinten overheersen.

Anders dan Europeanen kunnen Amerikanen in hun eigen land, of staat, een rechtszaak aanspannen tegen een buitenlandse rechtspersoon. Dit is bijvoorbeeld de basis voor de class-action-rechtszaak die nabestaanden van holocaustslachtoffers in Californië eergisteren aankondigden tegen de Italiaanse verzekeraar Assicurazioni Generali.

In theorie kan een dergelijke rechtszaak ook Nederlandse verzekeraars treffen. Hun geschil betrof echter de toetreding tot de commissie-Eagleburger. Deze commissie, onder leiding van de ex-minister van Buitenlandse Zaken, onderzoekt de claims van joodse nabestaanden op Europese verzekeraars. Verzekeraars als Generali zijn snel toegetreden – en verschuilen zich daar ook achter – maar Aegon en ING wilden hen niet zonder meer volgen.

De Nederlandse verzekeraars vonden dat zij als bedrijven in een voorheen bezet land een andere positie moeten hebben dan verzekeraars in bezettende landen als Duitsland en Italië en in neutrale landen als Zwitserland. Bovendien wilden de Nederlandse verzekeraars de erkenning dat zij de zaak goed hebben geregeld met de joodse gemeenschap door onder meer 50 miljoen gulden te betalen. Een recente ontmoeting van het Verbond van Verzekeraars met Eagleburger, met het CJO als getuige a decharge, bracht een akkoord.

De Amsterdamse effectenbeurs is tot op heden niet verder gekomen dan een spijtbetuiging en een `gebaar' van acht miljoen gulden. Het CJO wil geen gebaar, maar een schadevergoeding en taxeert op basis van een accountantsonderzoek de geleden schade op ongeveer 500 miljoen in guldens van nu. Het accountantsrapport, dat ook is overhandigd aan het WJC, is gebaseerd op een vrij eenvoudige rekensom.

Maar eerst iets over het oorlogsverleden van de beurs, waarover de historici De Jong en Presser en meer recentelijk ook de historici Meihuizen en Aalders de staf hebben gebroken. Toen in 1941 de joodse commissionairs en bedienden van de beurs werden verwijderd, nam het bestuur van de Vereniging voor de Effectenhandel dat voor kennisgeving aan. De Duitse roofbank Lippmann Rosenthal & Co (Liro) kon vervolgens moeiteloos beurslid worden en verkocht in een aantal vaste beursnissen effecten waarvan iedereen wist dat deze afkomstig waren van gedeporteerde joden. Volgens het niet betwiste cijfer van De Jong werd voor ongeveer 150 miljoen gulden aan geroofde effecten op de beurs verkocht.

Na de oorlog verzette de beurs zich met hand en tand tegen de teruggave van het joodse bezit en tegen het wetsartikel dat bepaalde dat de tegenwoordige eigenaren hun ,,goede trouw'' moesten bewijzen. De toenmalige regering zwichtte onder de druk en bepaalde in 1946 dat alle effecten die in ,,regelmatig beursverkeer'' waren verkregen, geacht werden in die goede trouw te zijn gekocht. Toen de Raad voor het Rechtsherstel dat besluit vernietigde, ging de beurs in staking – een actie die nimmer was voorgekomen. ,,Laakbaar'', oordeelde de commissie-Van Kemenade onlangs.

Uiteindelijk kwam er een regeling waarbij de joodse effecten voor ongeveer 90 procent werden vergoed. Dat betekent dat ongeveer 15 miljoen in guldens van 1953 nooit is uitbetaald. Na aftrek van enkele beheerskosten en de uitkering van een batig saldo aan Joods Maatschappelijk Werk resteert ongeveer 12 miljoen gulden aan effecten. Het CJO heeft als aanname dat de helft bestond uit obligaties en de andere helft uit aandelen. Alleen al de aandelen zijn nu (zonder herbelegging) al een slordige 400 miljoen gulden waard, zodat een totaal bedrag van een half miljard in de VS zeker niet onzinnig zal overkomen.

Toeval of niet, bijna op hetzelfde ogenblik is in New York een rapport gepubliceerd dat de Amerikaanse regering in 1946 heeft laten maken. Daarin worden Liro en andere roofinstellingen in Nederland aangeduid als ,,de meest fantastische dieven in de hedendaagse geschiedenis''. De buit wordt in het rapport geraamd op ongeveer 3 miljard gulden. Dat is flink meer dan de 1,65 miljard die de Britse expert Helen Junz voor de commissie-Volcker berekende en de 1 miljard die Van Kemenade liet berekenen.

Dergelijke observaties stemmen de commissie-Hevesi niet milder over de wijze waarop Nederland zijn oorlogstegoeden afhandelt. ABN Amro en ING, de meest prominente leden van de beursvereniging-in-liquidatie, hebben grote belangen in de VS. De Amsterdamse beurs hoopt die te krijgen door de mogelijke samenwerking van Euronext met de New York Stock Exchange. Beurs en banken hebben veel te verliezen bij acties van het WJC.