`Toezicht op vuurwerk in één hand'

Minister Pronk (VROM) wil na de ramp in Enschede zo snel mogelijk één integrale regeling voor alle aspecten van vuurwerk. ,,Ik vind dat milieu zich dient te verbreden tot veiligheid in directe zin.''

Minister Pronk (VROM) heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk aandacht gevraagd voor veiligheid bij allerlei zaken: of het nu ging om vliegen op Schiphol of om transporten van nucleair afval. Net terug van een conferentie in Nairobi kreeg echter uitgerekend de veiligheidsbewuste Pronk gisteren een spervuur van vragen te verwerken. De belangrijkste: waarom had hij vorige zomer voorstellen van een adviesbureau verworpen om het afsteken van vuurwerk en het vervoer daarvan te regelen?

Uitvoerig legde de bewindsman uit dat hij had gevonden dat het toezicht op de naleving van de voorschriften niet grotendeels aan de vuurwerkbranche zelf mocht worden overgelaten, zoals het adviesbureau had geopperd. Ook het rijk hoorde daarin een rol te hebben. Ambtenaren van andere departementen, zoals Volksgezondheid en Verkeer en Waterstaat, hadden hem daarin trouwens gesteund. ,,De deskundigen zeiden allemaal: dit kunt u zó niet doen'', aldus Pronk.

Maar dat er per saldo toen helemaal geen wettelijke regeling was gekomen, betreurt Pronk nu, na de vuurwerkramp in Enschede, ten zeerste. ,,We zijn te traag geweest. Dat heeft tot een fiasco in de regelgeving geleid.''

Wel wijst hij erop dat in het geheel niet vaststaat dat die tragedie zo zou zijn voorkomen. Inmiddels stelt Pronk, die de afgelopen weken herhaaldelijk heeft laten doorschemeren dat hij vuurwerk geen eerste levensbehoefte vindt, alles in het werk zo snel mogelijk één integrale regeling voor alle aspecten van vuurwerk vast te stellen. Het toezicht daarop moet bij één minister berusten. Pronk zelf bood zich direct aan voor deze rol. ,,Het gaat er niet om wie dat is maar dát er er iemand is die dat in één hand houdt.''

Het kan overigens nog een hele toer worden om overeenstemming te bereiken. ,,We proberen al twintig jaar regels te ontwikkelen voor de vuurwerkbranche, maar steeds weer had een van de departementen bezwaren. We hebben er te lang, te diep op gestudeerd.'' De minister verklaarde zelf de vuurwerkbranche in de toekomst graag buiten de steden te willen brengen.

Wie kan nu, in het licht van de ramp in Enschede, beter toezicht houden op de veiligheid bij allerlei gevaarlijke activiteiten: de centrale overheid of lokale instanties?

,,Ik vind het nodig dat op lokaal niveau maximaal bekend is wat veilig en onveilig is, want op dat niveau moeten regels worden gehandhaafd en daar moet zo nodig ook worden ingegrepen. De brandweer is zo'n lokale instelling. De milieudienst van Rijnmond bijvoorbeeld is een regionale instelling. Daarnaast moet er volgens mij een nationale database zijn. Niet om vanuit Den Haag allerlei plekken als veilig of onveilig te bestempelen, want dat is veel te ver weg. Maar wel om goed na te kunnen gaan of er op lokaal niveau voldoende kennis aanwezig is en of de gemeenten hun handhavingswerk goed doen en er bovenop zitten als er sancties tegen bedrijven moeten worden genomen.''

Maar hoe ligt dat bij kleinere plaatsen? Die hebben die expertise niet in huis.

,,Dat is waar. Dan ligt het eerder op de weg van de provincie. Dat geldt overigens niet voor een grotere stad als Enschede. Je zult je er landelijk in elk geval van moeten verzekeren dat het allemaal goed is afgedekt. In de eerste plaats moet je bepalen wat nu precies gevaarlijk is, en daarvoor mogen de normen van mij nog wel wat worden aangescherpt. Vervolgens moet je ervoor zorgen dat het beleid wordt gecontroleerd, gehandhaafd en uitgevoerd. Dat zul je nationaal moeten garanderen maar je hoeft het niet nationaal uit te voeren.''

Is veiligheid in Nederland een onderschatte zaak in verhouding tot bij voorbeeld kwesties als geluidsoverlast en stank?

,,Ja, ik vind dat milieu zich dient te verbreden tot veiligheid in directe zin. Het gaat immers om de leefomgeving van mensen. Die wordt niet alleen bedreigd door lucht- en waterverontreiniging maar soms ook door een onvoldoende veiligheid. Nu kunnen we als ministerie van VROM veiligheid vaak alleen via een omweg regelen. Brandveiligheid zelf valt bij voorbeeld niet onder ons maar wel de luchtverontreiniging ten gevolge van brand. Zo ontneem je jezelf echter een aantal directe instrumenten. Verder zou je in het kader van de ruimtelijke ordening lokatiebeslissingen direct moeten baseren op overwegingen van veiligheid.''

Na de giframp in Seveso in 1976 heeft de Europese Commissie een richtlijn uitgevaardigd om zulke situaties tegen te gaan. Nederland heeft die nog niet geïmplementeerd. Is dat symptomatisch?

,,Nederland is niet het enige land dat de richtlijn nog niet volledig heeft toegepast, maar we horen het wel te doen. Of dat symptomatisch is, durf ik niet te zeggen. Ik durf te zeggen dat ik sinds ik op deze post zit veel aandacht heb willen geven aan risico's en veiligheid op een aantal terreinen. Maar dat is niet gemakkelijk. Dan is nodig dat veiligheid een integraal deel gaat uitmaken van de cultuur van het milieudenken. In het kader van de aanstaande wijziging op de wet op de ruimtelijke ordening zou ik mezelf daartoe meer instrumenten willen verschaffen. Dit soort zaken moet ook transparanter worden in Nederland.

,,Wat me in Enschede frappeerde is dat zoveel mensen zeiden: we wisten van dat risico niet af. Ik weet nog niet hoe je dat helemaal kunt voorkomen, maar er moet in elk geval niet te veel over de hoofden van de mensen heen worden beslist. Ze moeten er zelf bij worden betrokken. Bezwaren van burgers moeten hoe dan ook heel serieus worden genomen.''