Slapen in het hondenhok

Zijn ruige periode is voorbij, maar duurde lang genoeg om hem voor altijd de blues te bezorgen. Steve Earle treedt volgende week op in Utrecht.

Steve Earle rookt een pijp. Geen hasjpijp of een crack-pijp, maar een heel gewone opa-pijp. De Amerikaanse rocker die ooit de titel hardcore troubadour voor zichzelf bedacht, stopt een pijpje met aromatische pijptabak en blaast rook uit het open raam van de hotelkamer. Countryrocker, pijproker, gevangenisboef en haikudichter: Steve Earle is het allemaal. Als man-met-gitaar heeft hij zich nooit in het keurslijf van een vastomlijnde muziek- of levensstijl laten persen.

Nog maar net teruggekeerd van een tournee met het traditionele bluegrassorkest The Del McCoury Band, begon hij aan een veelomvattend liedjesalbum over zijn ervaringen op het gebied van `kunst, liefde, gerechtigheid en ouderschap'. Transcendental Blues heet de cd, en Steve Earle vermeldt nadrukkelijk dat zijn kennis van het bovenzinnelijke niet voortkomt uit filosofische bespiegeling, maar uit een grillige en rumoerige levenswandel. `Transcendence', zo schrijft de 45-jarige Texaan in het cd-boekje, `is about being still enough long enough to know when it's time to move on.'

Rust vindt hij bij zijn haiku's, waarvan hij er elke dag één schrijft om orde te brengen in zijn nomadenbestaan. Sinds hij 25 jaar geleden debuteerde als achtergrondzanger op de elpee Old No. 1 van Guy Clark, heeft Earle alle stadia van het artiestenvak doorlopen. Als beginnend songschrijver in Nashville lukte het hem nèt niet om een nummer aan Elvis Presley te slijten. Countrycoryfee Waylon Jennings was de eerste die de kwaliteit inzag van het cowboylied The devil's right hand, waarna Earle een tijdlang het hoofd boven water kon houden als liedjesschrijver voor anderen. Na een onderbelichte episode als frontman van een rockabillyband bracht zijn solodebuut Guitar Town (1986) de welverdiende doorbraak. Tegen zijn zin werd Earle met Dwight Yoakam en Randy Travis gebrandmerkt als onderdeel van een `new country'-beweging.

Als reactie begon hij steeds hardere rockmuziek te maken, met opvallende Ierse invloeden op het folkrockalbum Copperhead Road (1988). `In Canada bèn ik Bruce Springsteen', zei hij indertijd over zijn internationale succes als de motorduivel onder de singer/songwriters. Bij zijn ongekamde imago hoorde een onbezonnen levensstijl, die er in 1994 toe leidde dat hij werd opgepakt voor het bezit van harddrugs. Van de veroordeling tot een jaar cel hoefde hij uiteindelijk maar 45 dagen uit te zitten. Een cleane en artistiek herboren Steve Earle keerde terug op het akoestische album Train-A-Comin' en op zijn voorlaatste cd The Mountain bewees hij dat hij verdienstelijke songs kon schrijven in de traditionele bluegrass-stijl.

De avondvullende voorstelling die Steve Earle en The Del McCoury band vorig jaar in Paradiso gaven, behoorde tot de hoogtepunten van het concertseizoen. Zes mannen in pak stonden rond een enkele microfoon, met staande bas, mandoline, banjo, fiddle en twee akoestische gitaren. Zo moet het er ongeveer uit hebben gezien, toen Bill Monroe en zijn Blue Grass Boys eind jaren veertig optraden bij de Grand Ole Opry. Op de momenten dat de grijze Del McCoury naar voren stapte om zijn hoge tweede stem te mengen met het knauwende Texas-Amerikaans van Earle, werd duidelijk waarom bluegrassmuziek ooit de `high lonesome sound' heette: hoog, eenzaam en snijdend door de ziel.

Die ene microfoon was weliswaar voorzien van de nieuwste technische snufjes om de afzonderlijke instrumenten op te pikken, vertelt Steve Earle als hij zijn pijp heeft uitgeklopt, maar het principe was gelijk aan de manier waarop Bill Monroe zijn muzikanten sommeerde om een stap naar voren te doen als het tijd was voor een solo. ,,Het verschil is dat Bill Monroe zich waarschijnlijk niet interesseerde voor het soort microfoon waarmee hij zijn muziek op de magnetische band vastlegde. Hij moest het doen met de apparatuur die er was, in de primitieve radiostudio's waar veel van zijn platen werden opgenomen. Op latere leeftijd kon Monroe er niet aan wennen dat tegenwoordig alle instrumenten apart worden opgenomen. Om het echte bluegrasseffect te krijgen, moet je de klank van de instrumenten op een natuurlijke manier met elkaar mengen.''

De overeenkomst tussen bluegrass en haiku's, zegt Earle, is dat beide stijlvormen aan strikte regels zijn gebonden. ,,Je moet leren werken binnen het vastgestelde systeem voordat je er een eigen draai aan kunt geven. Naast mijn songteksten schreef ik altijd al vrije poëzie en sinds een maand of twee leg ik mezelf de discipline op van haiku's, met de verplichte zeventien lettergrepen en altijd een verwijzing naar het seizoen waarin ze geschreven zijn. In wezen is het niet anders dan met songteksten: je moet eerst het werk van Hank Williams bestudeerd hebben voordat je zelf iets fatsoenlijks kunt schrijven.

,,Ik voel me eigenlijk meer een blues- dan een countryzanger. Het ware bluesgevoel zit niet in het verplichte twaalfmatenschema, maar in de bereidheid van de zanger om zijn hart te luchten. In die optiek was Townes Van Zandt een pure blueszanger, evengoed als Lightning Hopkins die anders dan Townes wèl van die klassieke twaalf maten gebruikmaakte. The blues are hard to get acquainted with, zei Hopkins ooit, it's kinda like death. Die uitspraak is me bijgebleven omdat ik van mezelf weet dat ik de blues heb, na alles wat ik in mijn leven heb meegemaakt. I've had my share of pain. Ik ben lang genoeg verslaafd geweest aan drank, drugs en seks om te weten dat die donkere kant van mijn persoonlijkheid me mijn leven lang zal blijven achtervolgen.''

Iers stempel

Nu hij regelmatig in Ierland verblijft, is de Ierse folkmuziek een belangrijke bron van inspiratie voor Earle. Op Transcendental Blues is een gastrol weggelegd voor accordeoniste Sharron Shannon, die een nadrukkelijk Iers stempel drukt op de nummers Steve's last ramble en The Galway girl. In Ierland hervond Earle zijn liefde voor de muziek. ,,Ik hield het niet langer uit in Nashville, omdat de muziek en het schrijven van songs daar tot een rigide industrie zijn verworden, met banen van negen tot vijf en muziekuitgeverijen die aan de lopende band liedjes uitspuwen. Ik wil de vrijheid hebben om te doen wat ik wil, en dan bedoel ik dat ik behalve songteksten ook gedichten, korte verhalen en zelfs een toneelstuk moet kunnen schrijven. Allemaal dingen die ik recentelijk ook echt gedaan heb. Binnenkort verschijnt mijn verhalenbundel Doghouse Roses, genoemd naar een Amerikaans volksgebruik dat door Hank Williams al eens werd bezongen in het nummer Move it on over. Dat gaat over een man die stomdronken thuiskomt en die van zijn vrouw het huis niet meer in mag, zodat hij gedwongen is om bij de hond in het hondenhok te slapen. Doghouse Roses zijn de rozen die zo'n man uit voorzorg mee naar huis neemt, om zijn vrouw gunstig te stemmen en om in zijn eigen bed te mogen slapen.''

Hij vindt zichzelf een pretty damn good songwriter, maar de uitdaging van alweer een nieuw liedje was op zekere dag zoek. ,,Om de sleur te ontwijken en om het gevaar te zoeken, nam ik een enorme hoeveelheid drugs en reed ik onverantwoordelijk hard op mijn Harley Davidson. Nu zoek ik het gevaar op het artistieke vlak. Dat biedt minder comfort maar meer voldoening dan de liedjes, waarvan ik weet dat ze goed zijn en dat er al een vastomlijnd publiek op zit te wachten.'' Daarnaast zet Earle zich fanatiek in voor de Tennessee Coalition to Abolish State Killings, een organisatie die zich verzet tegen uitvoering van de doodstraf. Een hoogtepunt van Transcendental Blues is het slotnummer Over yonder (Jonathan's song), geschreven nadat Earle aanwezig was bij een executie.

,,Van huis uit heb ik meegekregen dat de doodstraf moreel onjuist is. Ik correspondeer met een aantal mannen op death row, die in eerste instantie contact met me zochten omdat ze mijn muziek kenden. Ik wil niet beweren dat ik weet wat die mensen doormaken, maar met mijn gevangeniservaring sta ik dichter bij ze dan de gemiddelde Amerikaan. Jonathan was een veroordeelde die dacht dat hij er steun aan zou hebben als ik bij zijn executie aanwezig was. Dat kon ik hem niet weigeren, want ik was hem ondanks zijn misdaad als een vriend gaan beschouwen. Het was een onmenselijk ritueel, het moeilijkste moment dat ik in mijn leven heb meegemaakt. Sindsdien ben ik er meer dan ooit van doordrongen dat de doodstraf mensonwaardig is, en dat ik er alles aan moet doen om de wereld daarvan te overtuigen. Met een lied, want dat is wat ik het beste kan.''

Concert Steve Earle & The Dukes: 31 mei Vredenburg, Utrecht. `Transcendental Blues' verschijnt 5 juni op E-Squared/Epic.