Sacre met vleugje muziektheater

Drie keer speelt het Pittsburgh Symphony Orchestra deze week in het Amsterdamse Concertgebouw. Maandag was het de avond van het orkest, waarin de Amerikaanse musici hun competentie konden tonen in een gevarieerd diverterend repertoire. Vanavond is de avond van de solist: de Noor Truls M⊘rk speelt het Eerste celloconcert van Sjostakowitsj. Gisteren was het de avond van de chef-dirigent, waarop Mariss Jansons vooral zijn interpretatieve capaciteiten kon demonstreren in twee stukken van formaat: de Vierde symfonie van Beethoven en Strawinsky's Le sacre du printemps.

Beethovens Vierde – de Derde symfonie `Eroica' was voor dit korte concert een ambitieuzere keus geweest – kreeg een vitale en energieke uitvoering in vlotte en acceptabele tempi. Bij Jansons in het eerste deel geen extremen, waarbij de helft van de tijd wordt besteed aan de paar maten Adagio-inleiding, waarna de rest overrompelend flitsend moet worden afgewikkeld in zoiets als achttien seconden, zoals Carlos Kleiber eens deed bij het Concertgebouworkest. Die triomfantelijke, briljante uitstraling ontbrak in dit eerste deel, waarin ook de dialoog binnen het orkest nauwelijks werd gemarkeerd. Maar het tweede deel Adagio was zeer fraai met een open, donkere klank, een sterke retorische spanning en prachtige blazerssoli.

Van de drie Strawinsky-balletmuzieken die het orkest deze week speelt, ging gisteren Le sacre du printemps. De muziek bij het offerritueel, waarbij de dood van een meisje in de lente het nieuwe leven mogelijk maakt, was begin april in ons land nog te horen bij het Concertgebouworkest o.l.v. de Amerikaanse dirigent Michael Tilson Thomas en bij het Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. de Russische dirigent Alexander Lazarjev. Tilson Thomas kwam in zijn uitvoering met een conventionele, concertante en abstraherende `westerse' aanpak, gericht op esthetiek en spektakel. Lazarjev vertelde een schokkend verhaal uit een ver verleden, demonisch en angstaanjagend.

De Letse dirigent Jansons combineerde bij zijn Amerikaanse orkest in zijn interpretatie elementen uit beide opvattingen: zijn Sacre is kunstmuziek over de woeste oertijd. Onder zijn handen is het een geweldig stuk, dubbelzinnig van aard en fantastisch gespeeld met een deels bijzonder gedetailleerde, niet-esthetiserende rauwe expressie. Deze Sacre was zelfs te beschouwen als concertant muziektheater. De omineuze beginnoten werden gespeeld door een fagottiste met een zwart instrument: een vrouw, de bron van nieuw leven, hanteert het duistere instrument van de dood!

Vervolgens spotte Jansons met het idee, dat na de verpletterende Sacre een toegift onmogelijk is. Hij toonde zich een dramaturgisch bewust regisseur met het Intermezzo uit Mascagni's Cavalleria rusticana, dat speelt op de paasmorgen, waarop het nieuwe leven wordt gevierd, maar dat eindigt met de dood. De tweede toegift met lawaaiige stukjes Strauss was uitsluitend epaterend en overmatig succesvol.

Concert: Pittsburgh Symphony Orchestra o.l.v. Mariss Jansons. Gehoord: 25/5, Concertgebouw Amsterdam.

    • Kasper Jansen