Radeloos door het leven

Als het derde huwelijk van Joyce Carol Oates' hoofdpersoon Marilyn Monroe bijna is afgelopen, vertelt het verhaal dat de derde echtgenoot, Arthur Miller, eindelijk weer op zijn gewone manier heeft kunnen werken; moeizaam een pagina toneeldialoog schrijven en die aan het eind van de middag wegdoen.

De onbedachtzame lezer denkt even dat iemand met zo'n werkwijze natuurlijk op den duur onaanvaardbaar moest zijn voor de onstuimige filmactrice. Bij nader inzien gaat de verklaring niet op. Marilyn Monroe deed net zo; zij verlangde aldoor nieuwe opnamen van een scène totdat zij wist dat zij niet beter kon. Frappanter is het contrast tussen de tempi van Miller en die van Joyce Carol Oates. Drieëndertig eerdere titels worden in het nieuwe boek opgegeven als een selectie uit haar oeuvre, en Blonde is ruim 700 pagina's lang.

Het is bewonderenswaardig dat iemand zoveel kan vertellen en er energiek en onderzoekend bij kan blijven. Zij had in dit geval het gemak dat zij de grote lijn van haar verhaal niet hoefde te bedenken en makkelijk op kon sporen. De biografie van Marilyn Monroe is al een aantal malen geschreven. Wat Oates gedaan heeft, is enerzijds er verhalen en gesprekken bij bedenken; anderzijds grote stukken overslaan en een aantal mensen van wie sommigen er lang en nauw bij betrokken waren helemaal weglaten. Zo ontstaat er geen biografie in romanvorm, daarvoor zijn de omissies te omvangrijk. Er ontstaat een roman van biografische oorsprong, die wil laten zien wat dit leven te betekenen had meer dan hoe het verlopen is.

De ware Monroefiel die zich haar veertig jaar na haar dood (in 1962) levend wil voorstellen, kan met profijt dit boek lezen en moet het vervolgens enten op een van de feitelijke biografieën die in het voorwoord genoemd worden. De ware liefhebber van Oates kan beter na de eerste lezing opnieuw aan Blonde beginnen. Hoewel het maar over een enkel leven gaat is het een complexe roman door de verscheidenheid van gezichtspunten die er ingenomen worden. Nu eens kijkt de lezer door Marilyns eigen ogen, dan weer is er een onpersoonlijke verteller aan het woord; soms horen wij herkenbare naasten en vrienden van haar, soms klinkt er een ongedefinieerde stem uit een groep van mensen met wie zij werkte; en ieder van de vertellers, in het bijzonder de hoofdpersoon zelf, drukt zich in verschillende stijlen uit. Ongewone romans worden altijd verhelderd bij een tweede lezing; in dit geval is er nog meer reden voor herlezen dan gewoonlijk.

Hoe verhelderend het ook mag zijn, alleen toegewijde lezers zullen zin hebben om het dikke boek twee keer achter elkaar door te nemen. Anderen zullen liever napeinzen over de dingen die zij al hebben opgestoken. Wat zij in hun herinnering terugvinden zal veel zijn van de kindertijd: vader onbekend, moeder door baan opgeëist, kind opgevoed door grootmoeder die al vroeg stierf, toen toch even terug bij moeder die opgenomen werd in een psychiatrische kliniek; vervolgens in een weeshuis verzorgd en enige tijd door pleegouders die haar zodra zij zestien en huwbaar was aan haar eerste man hielpen van wie zij vervreemdde toen hij in de Tweede Wereldoorlog naar overzee werd gestuurd. Iets van deze kindergeschiedenis rust op documenten, een groter deel is verzonnen. Wat Oates er intiem begrijpelijk mee maakt is dat het meisje geen enkele richting voor zich aangegeven zag om in te slaan of van af te wijken.

Toen haar jonge echtgenoot uit de oorlog terugkwam was zij een eigen leven gaan leiden. Eerst had zij in een fabriek gewerkt; daarna voorzag zij in haar onderhoud als fotomodel, geholpen door voorbijgaande liefdes en andere seksuele relaties. Haar filmcarrière kwam op gang na een klein begin in 1950 in The Asphalt Jungle; vandaar voerde haar weg naar Bus Stop, Gentlemen Prefer Blondes, The Seven Years' Itch, Some Like It Hot en andere films met de verkwikkelijkste buitelingen van seks en komedie die Hollywood kon leveren en die haar beroemd maakten.

Haar bestaan werd triomfantelijk en gekweld: het eerste in haar werk, het tweede in haar gevoelens waar zij maar bij uitzondering model in kon aanbrengen. Na haar jeugd is dat een van de sterkste delen in de uitbeelding van haar leven door Oates: dat zij iedere dag in de spiegel haar magic friend moest terugvinden, dat wil zeggen het openbare beeld van zichzelf, voordat zij de buitenwereld weer aandurfde. In die splitsing in haar zelfgevoel krijgen wij de beste kans om met haar mee te leven.

Er kwam een tijd lang meer rust in haar leven toen zij met Arthur Miller getrouwd was — het derde huwelijk, nadat zij het tweede met de honkballer Joe di Maggio geen jaar had volgehouden. Zij was al eens zwanger geweest uit een vrije liefde en had een miskraam doorgemaakt. Nu werd er weer een kind verwacht, van Miller als wettige vader, totdat zij na vijftien weken heel onverstandig op kleine hakjes van een keldertrap afliep en uitgleed. Kort daarna werd ook dit huwelijk ontbonden.

Oates vertelt met levenskennis en verbeeldingskracht van een aantal andere seksuele relaties van Marilyn Monroe. Vooral die met Jack Kennedy, de president die haar in Los Angeles opzocht en een keer naar New York ontbood, wordt naakt en wellustig voor ons uitgebeeld. Haar persoonlijkheid werd er nooit door gesterkt. Veel meer verdriet dan anders ondervond zij er ook niet van; zij zou toch altijd weer pillen bij dozijnen geslikt hebben om de vormeloosheid van de dag en de spanning van het filmen te kunnen verdragen.

Met al haar ongeluk en ongemak en de overdosis op haar 36ste is Marilyn Monroe de allerduidelijkste comédienne van de twintigste-eeuwse film gebleven. Er wordt telkens weer over haar geschreven niet omdat zij een moeilijk doordringbaar mysterie vertegenwoordigt. Dat haar leven haar vaak radeloos maakte was allang begrijpelijk gemaakt. Waarom opnieuw over haar beginnen? Zij was te mooi, te spottend, te onnozel en te ambitieus om zo slecht terecht te komen, dat geeft een mogelijke verklaring voor haar onsterfelijkheid. Het is onuitstaanbaar zoals het gegaan is. Zij had op handen gedragen moeten worden tot een kalme ouderdom en een onafzienbare begrafenisstoet.

In plaats daarvan heeft zij zelf haar gespleten leven beëindigd. Ik denk dat de roman van Oates behalve korter ook onthullender had kunnen worden als hij scherper geconcentreerd was op die gespletenheid. Hij is onnodig lang en mededeelzaam, hoewel onmisbaar, met al zijn inzichten, voor lezers en schrijvers over Monroe die willen proberen het laatste woord of in ieder geval een nog aangrijpender woord voor haar te vinden.

Joyce Carol Oates: Blonde. Fourth Estate, 738 blz. ƒ42,95