`Officier van justitie sprak drugsbaron'

Een Nederlandse officier van justitie heeft midden jaren negentig in Colombia met leden van het drugskartel van Cali onderhandelingen gevoerd over de smokkel van cocaïne naar Nederland.

Dit heeft een getuige begin 1998 verklaard tegenover een Haarlemse rechter-commissaris. De verklaringen werden zo betrouwbaar en consistent geacht, dat de bron de status van bedreigde, anonieme getuige heeft gekregen. De anonieme getuige heeft tegenover de onderzoeksrechter uitgebreid uit de doeken gedaan hoe Colombiaanse drugshandelaren gebruik maken van corrupte Nederlandse opsporingsambtenaren.

De getuige vertelt dat de officier van justitie, van wie de naam niet werd gezegd bij de onderhandelingen, in het gezelschap was van een vrouw die Thea heet. De magistraat was gezet en had dikke brillenglazen. Met Thea wordt mogelijk gedoeld op Thea Moear, de voormalige zakenpartner van drugsbaron Klaas Bruinsma, aldus advocaat C. Korvinus.

Eind 1998 heeft de Haarlemse rechter-commissaris nog een getuige de status van anonieme, bedreigde getuige gegeven. Ook deze getuige vertelt over corruptie bij de Nederlandse politie en douane. De verklaringen zijn opgenomen in een gerechtelijk vooronderzoek tegen een anonieme verdachte en maken deel uit van het onderzoek naar de erfenis van de IRT-affaire.

Het bestaan van de getuigenverklaringen bleek gisteren tijdens de zogeheten pro forma-behandeling van de strafzaak tegen de 39-jarige Krishnapersad J. Hij geldt als de zogeheten groei-informant die in samenwerking met de rechercheurs Langendoen en Van Vondel grote partijen drugs importeerde voor het IRT-politieteam.

Kris J. werd in februari opgepakt omdat hij dubbelspel zou hebben gespeeld. Hij misbruikte volgens justitie zijn informantenstatus om ook zelf in drugs te kunnen handelen. Hij zou ook na de ontbinding van het IRT in 1993 in drugs zijn blijven handelen.

J. wordt onder meer verdacht van betrokkenheid bij de smokkel van 1.200 kilo cocaïne die vorig jaar in Oostenrijk werd onderschept. De anonieme getuigenverklaringen uit 1998 zijn in het strafdossier gevoegd, omdat er ook verklaard is over de rol van Kris J.

De advocaat van J., C. Korvinus, betoogde gisteren voor de Haarlemse rechtbank dat het OM in de zaak tegen zijn cliënt niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Want als J. – die zich op zijn zwijgrecht beroept – inderdaad de groei-informant van het IRT is, dan is hij in levensgevaar gebracht door zijn status bekend te maken. Bovendien was het onrechtmatig een onderzoek tegen hem te beginnen, omdat hij als informant erop mocht vertrouwen dat hij zijn criminele winsten mocht houden. De rechtbank besloot dat J. blijft vastzitten. Hij wordt ook verdacht van omkoping van voetballers in België.