Nederlander uit de pas inzake Elgin Marbles

In Athene is een congres gehouden over de `Elgin Marbles', de stukken marmer van het Parthenon die de Grieken van Engeland terugclaimen. Een Nederlander liet tussen de voorstanders van teruggave een afwijkend geluid horen.

Lord Elgin, die in 1801 een grote verzameling marmerstukken van de Atheense Parthenontempel, toen onder Turks beheer, naar Engeland bracht, was een dief. Dat is de conclusie van de Griekse professor Vasilis Dimitriádis die tijdens een tweedaags congres in Athene, gewijd aan de `Elgin Marbles', een lezing hield over zijn onderzoek naar de papieren, waarmee de Britse diplomaat zijn ingreep legaal had goedgepraat. De `firmani' van de Turkse sultan die hem toestemming zou hebben gegeven blijkt bij nadere bestudering een gewoon papier van een grootvizier, waarin de plaatselijke bevelhebber van Athene wordt verzocht de Brit alle assistentie te verlenen.

Tot soortgelijke conclusies kwam ook de Amerikaanse professor grondwetsrecht David Rudenstine, die de tweede dag het woord voerde. Verschillende Griekse kranten berichtten dan ook over het congres onder koppen als `Elgin stal de marblestukken'. De kathimeriní kwam met een heel andere headline: `Brits-Nederlandse toenadering inzake de marmerstukken.' Dit als gevolg van het optreden van de Nederlandse historicus Anton van Hooff (van de universiteit van Nijmegen), die er op de eerste dag voor pleitte de marmerstukken in het British Museum te laten. Zijn stelling was dat kunstwerken als deze tot de wereldcultuur behoren.,,Als ik in een Amerikaans museum een Nederlandse schilder hoor prijzen, ben ik juist trots als Nederlander'', zei hij, en hij wees er ook op dat de 2400 jaar oude stukken in het (gratis) British Museum benaderbaarder zijn dan in Athene (waar de museumprijs volgens de laatste berichten fors omhoog gaat, maar dat kon hij nog niet weten). Hij kreeg meteen Jules Dassin over zich heen, weduwnaar van Melina Mercouri die als minister van cultuur van de teruggave haar levenswerk had willen maken. De parallel met schilderstukken gaat niet op, zo zei deze, het gaat hier om een nationale culturele erfenis.

Van Hooff, die intussen al in The Times was terechtgekomen als ondersteuner van het Britse standpunt, bracht de tweede dag wat nuances aan. Als de stukken dan toch naar Griekenland zouden teruggaan, zo zei hij, dan niet voor een museum, maar als monument op de Acropolis (waar juist steeds meer wordt weggehaald om het tegen weer en wind te beschermen).

Aan het congres namen overwegend voorstanders – ook Britse – van teruggave deel, maar een tweede teleurstelling kregen de Grieken uit de mond van de Britse historicus William St. Clair. Hij is in Griekenland populair omdat hij uit de doeken heeft gedaan hoe het British Museum in de jaren dertig de stukken met borstels heeft willen `schoonmaken' om ze te presenteren als `blank', wat ze niet waren. Ook heeft hij in zijn boek Lord Elgin and the Marbles weinig heel gelaten van de wijze waarop de Brit ze uit Griekenland heeft weggekregen. Toch vroeg de schrijver zich, tot leedwezen van veel Grieken, af wat er zou zijn gebeurd als ze in die vroege 19de eeuw in Athene zouden zijn gebleven.

De Grieken zijn zo zeker van hun recht op restitutie en het nut daarvan, dat zij geen rimpeltje tegenspraak meer kunnen velen, laat staan humor. Toen enkele jaren geleden de Britse beeldhouwer Anthony Caro in Athene aankwam voor een grote tentoonstelling in de Nationale Pinakotheek, werd hem gevraagd hoe hij dacht over de teruggave van de Elgin Marbles (die hier niet zo mogen worden genoemd). ,,Daar voel ik niet zoveel voor, want als we alle gestolen stukken teruggeven houden we niets over,'' was het antwoord. Zijn grapje viel in slechte aarde. De tentoonstelling is door de Griekse media vrijwel geboycot.

    • Frans van Hasselt