Muziek van Hamburg vol zachte schaduwen

Giuseppe Sinopoli (1946), inmiddels bekend als dirigent, werkte als componist aanvankelijk in een streng conceptueel kabbalistisch kader tot hij in zijn toegankelijker opera Lou Salomé de milde harmonie herontdekte. Ook Jeff Hamburg, in 1956 in Philadelphia geboren maar al vanaf zijn 23ste werkzaam in Amsterdam, schreef met Ha-Zohár Ha-Rakîa (De schittering van het heelal) in de jaren 1983-'85 een streng conceptueel kabbalistisch werk. Kort daarop verwierf hij voor zijn gehele oeuvre de Prijs van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Met de opera Esther veranderde zijn stijl. De werken die het Nederlands Kamerorkest gisteravond in de Beurs van Berlage geacheveerd en met grote inzet uitvoerde, waren veel minder complex dan die vroegere stukken, meer vanuit de harmonie gedacht. Melancholie speelt een belangrijke rol in een muziek vol zachte schaduwen en in de overmatige secunde hoor je Hamburgs joodse `roots', wat voortdurend herinnert aan filmmuziek, zoals bij Lawrence of Arabia.

Maar Hamburg zoekt ook naar vervoering, naar een extatische gestiek die een gemakzuchtige filmmuziek verre overstijgt zoals aan het slot van Klezmania, geschreven voor het Utrechtse Klezmer Festival in 1998. Daar sloot het nieuwe Fluitconcert wonderwel op aan met ook al zo'n hypnotiserende begeleidingsfiguur als in sjokkende karavaanmuziek. Lijzig is vooral het begin van het langzame deel. Meer tegen het eind komt er vervoering en dat is zeker niet overbodig, want Hamburgs lyriek is te week, te zijïg als satijn met een te hoog aaibaarheidsgehalte.

Zo pendelt hij tussen vriendelijk en soms vervelend en vervoerend. Het derde deel, een tarantella, heeft in de stuwende hoorns meer kracht. Sterk is het vakwerk, alles blijft uitstekend hoorbaar, duidelijk en helder. Het betoog is van a tot z te volgen, maar z is zoveel interessanter dan a. Voor de fluit – onovertrefbaar fraai geblazen door Eleonore Pameijer, heel intens – is het dankbaar geschreven, zeker de cadensen.

De meeste vervoering bereikte de componist aan het slot van David voor blazers, piano, slagwerk en contrabassen naar een aantal psalmen. Het klinkt vooral fraai in de hoorns, als een quasi oud-testamentaal gezang voor mannenkoor. David is een opdracht van David Porcelijn die met zijn Tasmaans Symfonie Orkest een tegenstuk wilde voor het zo succesvolle strijkerswerk Schuylkill. De vervoering overtuigt. Wel vind ik het gemakzuchtig leunen op een trance-achtige werking van het slagwerk niet zonder risico's want wat voegt het geram op de pauken nu voor wezenlijks aan de muziek toe? En zoals de melodieën kruidiger kunnen, zijn de bassen te lui, ook daar gebeurt te weinig. Misschien is Hamburg een te uitgebalanceerde, vriendelijke persoonlijkheid.

Concert: Nederlands Kamerorkest o.l.v. Ed Spanjaard met Eleonore Pameijer, fluit. Werken van Jeff Hamburg. Gehoord: 25/5 Beurs van Berlage, Amsterdam. Herh. 26/5 zelfde plaats. Radio 4: 3, 10/6 16.02 uur.

    • Ernst Vermeulen