Monument van moederliefde

De zaak Schaapman is in de media uitgebreid gevolgd. Moeder spant rechtszaak aan tegen gemeente om kosten van bijles vergoed te krijgen. En wint. Vorige maand verscheen het dagboek van Karina Schaapman, dat de periode voor en tijdens de rechtsgang beslaat. In het voorwoord van Schoolstrijd. Ouders op de bres voor beter onderwijs, schrijft hoogleraar empirische sociologie Jaap Dronkers dat het boek door elke burger gelezen moet worden: `Hier komt men te weten hoe diep de kloof is tussen de schone schijn van politieke propaganda en de rauwe werkelijkheid van alledag'. Hier komt men ook te weten dat de zaak Schaapman eerst en vooral een monument van moederliefde is geweest.

Karina Schaapman beschrijft de juridische strijd die zij tegen de gemeente voerde om de misstanden aan te tonen op de 14de Montessorischool in de Amsterdamse binnenstad. De directeur is langdurig ziek en andere leerkrachten moeten zijn taken overnemen. Voor afwezige of zieke leerkrachten zoekt de school geen vervangers. Schaapman schrikt als ze op een dag in de klas van haar zoon Tom (groep 7) gaat informeren welke lesstof er is behandeld. Tom blijkt maar een kwart van de stof voor rekenen en lezen te hebben gekregen. Aardrijkskunde en geschiedenis zijn helemaal niet aan de orde geweest. Maar moeder Schaapman hoeft zich volgens de school nergens zorgen over te maken. In het Montessori-onderwijs staat nu eenmaal de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind voorop en je hebt langzame en snelle kinderen.

Tom krijgt een MAVO-advies. Maar zijn moeder laat hem ook een test afnemen door de schoolbegeleidingsdienst. Daaruit blijkt dat Tom geschikt is voor HAVO/VWO. `Ook gezien zijn belevings- en interessewereld past dit type onderwijs bij hem', staat in de conclusie. Wel moet Tom onmiddellijk bijlessen krijgen. Inmiddels zit Tom in 3-VWO van het Fons Vitaelyceum en daar doet hij het prima.

Schaapman vertelt in Schoolstrijd geen emotioneel verhaal, integendeel. Het boek kreeg niet voor niets een zakelijke titel mee. Om de gekmakende strijd tegen de gemeente navoelbaar te maken is het dagboek gelardeerd met letterlijke passages uit correspondentie met en stukken van gemeente, schooldirectie en justitie. Schaapman houdt die strijd uiteindelijk zo lang vol omdat ze ervan overtuigd raakt dat het haar burgerplicht is. Ze begint zich af te vragen hoe het kinderen op scholen vergaat waar ouders minder betrokken zijn. Maar af en toe breekt door de ambtelijke schoolstrijd het kleine familiedrama heen en wordt duidelijk hoe groot de impact op het gezin is.

Zoon Tom dreigt niet naar de middelbare school van zijn keuze te kunnen omdat zijn achterstand te groot is. Bovendien zijn de twee jongste meisjes uit het gezin naar een andere basisschool overgebracht, omdat Schaapman alle vertrouwen in de school is kwijtgeraakt. Maar voor de meisjes (in groep 4 en groep 6) was de veertiende Montessorischool wel hun leven. `Ik probeer het onheilsbericht zo rustig en duidelijk mogelijk uit te spreken. (...) Snikkend komt ze bij mij op schoot. Nog nooit heb ik haar zo intens horen huilen. Ze is bezweet en haar gezicht is rood gezwollen. Ze probeert me te overtuigen met wel honderdduizend redenen om niet van school te hoeven gaan.' Later zal blijken dat ook de twee meisjes al een flinke achterstand hebben opgelopen. Het maakt de defensieve en ontwijkende houding van schooldirectie en gemeentebestuur des te schrijnender.

Schaapman heeft geen geld voor een advocaat en voert daarom haar eigen verdediging. Om alle gemaakte kosten te kunnen betalen draait Schaapman thuis lampen in elkaar, wordt een vakantie naar Vlieland uitgesteld, het abonnement op de Donald Duck opgezegd en de oudste dochter van muziekles gehaald. Intussen moet Schaapman haar gezin beschermen tegen de media-aandacht (`Rond vier uur komt Peter thuis, we bespreken hoe we vanavond en morgen met de telefoon om moeten gaan. Hij kookt wel en doet de kinderen naar bed en ik zal in de keuken over de telefoon de pers te woord staan zodat de kinderen er geen last van hebben.') En ze moet zich verdedigen tegen het beeld dat ze een overambitieuze moeder is die het niet kan verteren dat haar zoon naar de MAVO moet. Maar ook al zou haar zoon naar VBO of MAVO gaan, dan nog heeft hij volgens Schaapman het recht om basisvaardigheden uitgelegd te krijgen. `Wat zal uw zoon blij zijn dat u dit voor hem gedaan heeft', zegt de rechter haar als haar zaak eenmaal voorkomt.

Schaapman wint. De gemeente gaat in hoger beroep. Nu is ze verplicht een advocaat te nemen. Bij toeval loopt ze Felix Rottenberg tegen het lijf die haar een raadsman aan de hand doet. `J. Mentink uit Rotterdam moet het worden. Het zegt mij niets. Felix noemt een rij spraakmakende zaken op die deze advocaat heeft gewonnen. Het komt me nu vaag bekend voor.' Over de kosten hoeft ze zich geen zorgen te maken. Op 26 mei 1999 wint Schaapman ook in hoger beroep. Een paar jaar eerder had zowel een vrouw van de onderwijsinspectie als het hoofd onderwijs van de gemeente haar geadviseerd een andere basisschool voor haar zoon te zoeken.

Karina Schaapman: Schoolstrijd. Ouders op de bres voor beter onderwijs. SWP Uitgevers, 144 blz. ƒ29,75

    • Monique Snoeijen