`Joseph Heller sluit aan bij mijn gevoel voor humor'

Nobelprijswinnaar Martinus J.G. Veltman, emiritus hoogleraar Natuurkunde, werd onlangs gekozen tot lid van de exclusieve American Academy of Sciences.

``Ik heb me nooit echt verdiept in de literatuur'', waarschuwt Martinus J.G. Veltman, emeritus hoogleraar Natuurkunde. ``De schone zinswending boeit me niet. Het is de verrassende gedachtewending die ik mooi vind. Het moet natuurlijk wel vloeiend geschreven zijn, anders is er nog niks aan.'' Veltman (69) leest science fiction en korte verhalen, vaak voordat hij gaat slapen, ``in het halfuurtje dat ik me niet met fysica bezighoud''. Net als veel collega-natuurkundigen houdt hij van de verhalen van Elmore Leonard. Het boek dat hij verschillende keren herlezen heeft en dat het best beantwoordt aan zijn gevoel voor humor is van Joseph Heller: het beroemde Catch-22.

Veltman kreeg in 1999 samen met Gerard 't Hooft de Nobelprijs voor natuurkunde, voor het wiskundig fundament dat zij in de jaren zeventig legden voor de theorie van de elementaire deeltjes. Onder meer dankzij het computerprogramma `Schoon schip', vernoemd naar een verhalenbundel van Leonard Huizinga, konden nieuwe deeltjes en hun eigenschappen voorspeld worden. Het bestaan daarvan werd pas in de jaren tachtig met de deeltjesversneller van het Zwitserse onderzoekscentrum CERN (Centre Européen de la Recherche Nucléaire) aangetoond.

Als gevolg van de Nobelprijs vallen Veltman allerlei eerbetuigingen ten deel, waar hij weinig belang aan hecht. Zo werd hij onlangs tot lid gekozen van de exclusieve Amerikaanse Academy of Sciences. De Internationale Astronomische Unie vernoemde twee planetoïden naar 't Hooft en Veltman. ``Ik was in Amerika toen ik het hoorde. Op een website las ik: `Het nieuws dat deze twee planetoïden op een botsingskoers liggen blijkt uit de lucht gegrepen'.'' Veltman kan erom lachen; de legendarische onenigheid met zijn vroegere leerling 't Hooft is inmiddels verleden tijd. ``Mijn zoon in Los Angeles vertelde dat je al voor 500 dollar een planetoïde naar je kunt laten vernoemen. Er zijn er genoeg, sterren ook en zelfs melkwegen. Je kunt iedere Chinees een melkweg geven, dan houd je nog over.''

Veltman was van 1981 tot 1997 hoogleraar aan The University of Michigan. In zijn boekenkast staan voornamelijk Engelstalige schrijvers. Veltman vermoedt dat hij ergens in de jaren zeventig voor het eerst Catch-22 van Joseph Heller las. ``Het viel niet mee. Ik heb het een paar keer moeten lezen voordat ik de meeste dingen begon te begrijpen, de scheldwoorden en de typische slang-uitdrukkingen. Ik ben al vrij jong in Amerika geweest, maar het duurt even voordat je de taal zo goed kent dat je Catch-22 zonder al te veel pijn doorleest.''

Catch-22 verscheen in 1961 en behield lange tijd een cultstatus, tot het werd erkend als een van de belangrijkste naoorlogse Amerikaanse romans. Het is een satirische aanklacht tegen de oorlog en speelt zich af op een Amerikaanse luchtmachtbasis op een eiland ten zuiden van Elba, tijdens de Tweede Wereldoorlog. ``Het is een grandioos boek'', zegt Veltman, ``en Heller heeft dat niveau daarna nooit meer gehaald. Closing Time, zijn laatste boek waarin hij vertelt wat er na veertig jaar met de figuren uit Catch-22 gebeurd is, daar is geen bal aan. Maar zowat iedere Amerikaan heeft Catch-22 gelezen. Catch-22 is daar een begrip, iedereen weet wat je ermee bedoelt. Het is een regel die een contradictie is in zichzelf, zodanig dat je altijd de klos bent.

``Heller schrijft zinnen die vol contradicties zitten. Het boek sluit erg aan bij mijn gevoel voor humor. De beste humor vind ik die waar er opeens een wending komt waar je nooit aan gedacht had. Je vindt dat soms ook bij Godfried Bomans. Dat is alleen een zachtaardiger schrijver, het cynische van Heller heeft hij niet.'' Herkent Veltman de absurde wereld in Catch-22? ``Ik heb zelf in 1957 tot 1959 in het leger gezeten, maar dat was niet zoals Heller het beschrijft. Zijn humor is zo zwart, zijn logica is volkomen dolgedraaid. Je kunt je ook met niemand in dat boek identificeren, en dat hoeft ook niet.

`'Er staan zoveel passages in die ik me af en toe herinner, en dan moet ik er weer om lachen. Milo Minderbinder die zijn eigen squadron gaat bombarderen omdat hij een deal heeft gesloten met de Duitsers. De idiotie ten top gedreven. Of deze dialoog, voor de militaire tuchtcommissie: `What's your name anyway?' `Popinjay, sir.' `Well, you're next Popinjay.' `What will I be charged with?' `What the hell difference does that make?' En dan vraagt de kolonel: `Popinjay, is your father a millionaire or a member of the Senate?' `No, sir.' `Then you're up shit creek, Popinjay, without a paddle'.''

Wat vindt Veltman van de Nederlandse literatuur? `'Willem Frederik Hermans vond ik wel de beste schrijver, ook omdat de man zo volledig en accuraat was. Daar houd ik van. En Hermans was niet een mens met een vals front. De meeste mensen hebben dat wel, het duurt een tijd voor je erachter komt wie daar zit. Ik weet niet of u naar die serie hebt gekeken op de televisie, `Van de schoonheid en de troost'? De helft van die mensen was volslagen phony. En dan opeens komt er een tussendoor, zoals Leon Lederman, die niet phony is. Wat hij zegt, dat is wat hij denkt. Hij probeert niet het publiek te imponeren.

``Ik heb de Nederlandse literatuur nauwelijks gevolgd, omdat ik lange tijd buiten het land heb gewoond. Het wordt voor mij ook steeds moeilijker om Nederlands te lezen. Het is zo'n gekunstelde taal. Alle woorden zijn als houten soldaatjes die in een rij voortmarcheren. De Nederlandse geschreven taal is nogal verschillend van de gesproken taal, en dat is in het Engels een stuk minder, dacht ik. Als ik in het Nederlands begin te schrijven, dan is het meestal houterig. Het kan beter, maar dan moet ik heel vroeg opstaan en dadelijk beginnen.

``Het lezen van een boek is op zichzelf natuurlijk geen creatieve bezigheid. Het is een beetje een parasitaire bezigheid, je leest wat een ander heeft bedacht. Een heleboel mensen hebben alleen maar plezier als ze zelf dingen doen, zelf iets bedenken, en ik hoor bij die groep. Ik ben het gelukkigst als ik bezig ben met iets te maken, of het nou een computerprogramma is of een stuk theorie.

``Als ik naar een concert ga zitten luisteren, dan begin ik na een kwartier onherroepelijk iets uit te vinden. Ik herinner me dat ik laatst bij een concert zat te bedenken hoe je een ideale microfoon zou kunnen maken om alle geluiden goed te registreren. Ik kan er niks aan doen, het gaat altijd zo. Het stimuleert me geweldig als ik naar muziek luister, dan slaan mijn hersens op hol en dan hoor ik de muziek eigenlijk niet. Dat heb ik niet als ik lees. Het is een soort catch: het beste zou zijn om een boek te lezen in een concert, maar dat kan natuurlijk niet.''

Joseph Heller: `Catch-22'. Vintage, 448 blz. ƒ27,95 (pbk). Een Nederlandse vertaling zal verschijnen bij Anthos.

    • Martijn Meijer