Jane Eyre in Nederland

Een collectieve biografie van de gouvernantes in het Nederland van de negentiende eeuw – dat stond historica Greddy Huisman voor ogen, toen zij het materiaal verzamelde voor haar studie. Een ambitieuze onderneming, want zoveel sporen heeft deze groep van werkende vrouwen nu ook weer niet achtergelaten. Zelfs over de aantallen blijft het gissen. Huisman voerde een steekproef uit met behulp van het Bevolkingsregister voor de Amsterdamse Herengracht, nummer 400 tot 430: in het jaar 1851 bleken daar in totaal zes gouvernantes te wonen. Oftewel één op de vijf gezinnen uit de elite had een gouvernante in dienst.

Meestal waren dit vrouwen uit het buitenland, wier opdracht het was om de dochters te onderwijzen in de kennis en vaardigheden die voor meisjes geschikt werden geacht. Engels en Duits, maar vooral Frans hoorde daarbij. Door hun talenkennis waren de gouvernantes uit Zwitserland zeer in trek. In het Zwitserse Yverdon konden jonge vrouwen een speciale gouvernante-opleiding volgen en daarna uitzwermen over Europa. Behalve vreemde talen had de gouvernante, naar gelang haar deskundigheid en voorkeur, vakken als handwerken, muziek, aquarelleren, kennis der natuur, literatuur, aardrijkskunde en geschiedenis in de aanbieding. Maar van een geformaliseerd programma was natuurlijk geen sprake. Men had ook geen diploma nodig om als gouvernante aan de slag te gaan. De toegang tot het beroep was vrij, de invulling ervan ook. Er moeten grote verschillen in breedheid en diepgang hebben bestaan tussen de lesprogramma's van de duizenden gouvernantes die hier hun brood verdienden.

Gezichtsverlies

Voor vrouwen die zogezegd niet uit de heffe des volks voortkwamen was in de negentiende eeuw het gouvernanteschap eigenlijk de enige manier om zonder gezichtsverlies in het eigen onderhoud te voorzien. Wanneer hun vooruitzichten op een huwelijk om de een of andere reden gering waren (dat kon liggen aan verarming van de familie), of wanneer bijvoorbeeld de vader was overleden, stond een jonge vrouw nauwelijks een andere keuze ter beschikking. Het continue vrouwenoverschot in de 19de eeuw zorgde voor een gestaag aanbod aan gouvernantes, terwijl de vraag evenzeer op peil bleef door de specifieke opvattingen in de hogere kringen over hoe meisjes opgevoed moesten worden.

Bescherming, supervisie en het bijbrengen van (vrouwelijke) verfijning stonden voorop. Ouders wilden hun dochters niet blootstellen aan de vergrovende invloeden van een school – ze zouden er bovendien door hun vermeend zwakkere gestel maar ziektes oplopen – en ze wilden hen onder toezicht houden. Een belangrijke taak van de gouvernante bestond dan ook uit het superviseren van de vrije tijd van haar élèves. Misschien was dit taakaspect voor veel ouders nog wel belangrijker dan het onderwijs. Meisjes tussen de 14 en 18 konden niet zomaar hun eigen gang gaan, dus werd er een supervisor/chaperonne op gezet, van wie het mooi meegenomen is als zij de beschikbare tijd nuttig gebruikte door het aanleren van typisch vrouwelijke vaardigheden.

De taak van toezichthouder verzwaarde het beroep van gouvernante, die als buitenlandse ook al vaak met een cultuurschok had te maken. In moderne termen zou je spreken van dubbele belasting. In dat opzicht was het dan ook geen aantrekkelijk beroep. Nauwelijks vrije tijd en voortdurend laveren tussen professionaliteit dan wel opvoedende autoriteit voor de pupillen en inschikkelijkheid tegenover de heer en vrouw des huizes. De gouvernante was werknemer en huisgenoot tegelijk. Zij onderscheidde zich van het bedienend personeel door haar status en klasse. Zij at in de meeste gevallen met het gezin mee aan tafel en niet in de keuken. Zij werd, zoals dat heette: gekoesterd au sein de la famille, maar in geval van conflicten over taakopvatting of persoonlijke kwesties hoorde ze bij het personeel. Geen wonder dat veel gouvernantes droomden van een externe betrekking, waarbij ze alleen maar voor de lessen aan huis hoefden te komen. Maar het was duur om zelfstandig te wonen en bovendien heersten er fatsoensnormen over alleenwonende vrouwen. Gecombineerd met de ouderlijke behoefte aan supervisie van hun dochters hielden deze overwegingen de gouvernante stevig verankerd in haar afhankelijke positie als betaalde huisgenoot.

Gezelschapsdame

Greddy Huisman gebruikte dagboeken, brieven en memoires, zowel van de gouvernantes zelf als van hun leerlingen. Daarnaast putte ze uit romans, waarin gouvernantes figureerden, en voerde ze gesprekken met oude mensen die nog herinneringen koesterden aan de gouvernante uit hun jeugd aan het begin van de 20ste eeuw. Door de uitgebreide citaten uit deze bronnen komt een handvol gouvernantes aansprekend tot leven. In het algemeen overheerst een positieve indruk, zeker bij de mensen die vanuit het ex-leerling-standpunt schrijven. Begrijpelijk, aldus Huisman, want verkeerd uitpakkende relaties lopen eerder ten einde door ontslag en worden vergeten. Wat bewaard blijft in de familieherinnering zijn altijd de parels-door-de-jaren-heen, de gouvernantes die een hele kinderschare naar de volwassenheid begeleidden en dan weer van voren af aan begonnen met de dochter van de oudste dochter.

Andere gouvernantes schakelden moeiteloos over op `gezelschapsdame' voor de oudere, vaak weduwe geworden moeder, wanneer de dochters uitgevlogen waren, of trouwden in voorkomende gevallen met de vader/weduwnaar (het Jane Eyre/Sound of Music-motief). Mislukkingen komen ook aan de orde. Net als bij de moderne oppassen of au pairs was er soms sprake van incompatibilité d'humeur of van ongeschiktheid voor het vak. Zo beschrijft Truitje Toussaint met schaamte hoe ze na een jaar haar `roeping' als gouvernante opgaf, omdat ze geen orde kon houden bij de twee meisjes, die slechts een paar jaar jonger waren dan zijzelf. Later werd Truitje Bosboom-Toussaint schrijfster en kwam het toch nog goed met haar.

Aan het beeld van de gouvernante, zoals dat bekend is uit de literatuur heeft Tussen salon en souterrain niet heel veel toe te voegen. Jane Eyre, Agnes Gray en Becky Sharp hebben avontuurlijker levens geleid dan de vrouwen die Greddy Huisman uit het stof van de negentiende eeuw heeft opgediept. Maar de dagelijkse besognes, de frictie tussen de welstands- en de werkende klasse die gedoemd zijn zo vredig mogelijk onder één dak te wonen, waren voor de echte en de fictieve gouvernantes hetzelfde.

Het bijzondere van dit boek ligt in de zorgvuldigheid waarmee Greddy Huisman de levens van een aantal gouvernantes heeft gereconstrueerd. Het beroep gouvernante kwam voort uit de negentiende-eeuwse preoccupatie met conventies, standen, vrouwelijke zedelijkheid en algemene ontwikkeling, maar vormde tegelijk het startpunt voor de maatschappelijke emancipatie van de vrouw.

Greddy Huisman: Tussen salon en souterrain. Gouvernantes in Nederland.

Bert Bakker, 247 blz. ƒ39,50