Hockeyploeg breekt met traditie

Zonder het geduchte wapen, de strafcorner van Bram Lomans, begint de Nederlandse hockeyploeg morgen aan de Champions Trophy. Maar zorgen maakt bondscoach Maurits Hendriks zich niet.

Het lijkt de goden verzoeken: zonder het wapen dat sinds mensenheugenis aan de basis van de Nederlandse hockeysuccessen staat, beginnen aan het op de Olympische Spelen na belangrijkste toernooi van het jaar, de Champions Trophy in Amstelveen. Doemdenkers zouden de kansen van de ploeg daarmee op voorhand tot nul reduceren.

Zo niet Maurits Hendriks. Zondag, na afloop van de overtuigende 4-1 zege in het voorlaatste oefenduel tegen Australië, kon de bondscoach een glimlach al niet onderdrukken. ,,Wij zijn minder afhankelijk van onze strafcorner'', constateerde hij in zijn nabeschouwing. ,,Dat heeft met onze spelers en onze spelopvatting te maken. Wij hebben van nature een enorme drang naar het doel van de tegenstander. Ook zonder strafcorner weten we die te vinden.''

Nederland beschikt van oudsher over een sterke korte hoekslag. Bij vrijwel alle toernooien die de nationale ploeg de laatste jaren won, speelde het wapen een doorslaggevende rol. Het meest in het oog springende voorbeeld is de olympische finale van vier jaar geleden, toen Nederland dankzij drie rake strafcorners (twee keer Floris-Jan Bovelander, één keer Bram Lomans) afrekende met Spanje, 3-1.

Die tijden zijn voorbij, weet Hendriks. Wie de statistieken van de laatste jaren erbij pakt, kan hem slechts gelijk geven: het rendement van de korte hoekslag, oftewel het aantal rake strafcorners als percentage van het aantal doelpunten, neemt af. Bedroeg het percentage zes jaar geleden 56 procent, vorig jaar was dat 36 procent.

Een verklaring voor het grotere aantal velddoelpunten is volgens Hendriks te vinden in de toegenomen aanvalskracht. Met het trio Van Wijk-De Nooijer-Buma beschikt Nederland over de snelste en technisch meest vaardige aanval van de zes deelnemende landen in Amstelveen. Het drietal van landskampioen Bloemendaal speelt wekelijks met elkaar, weet elkaar daardoor blindelings te vinden en is inmiddels zo op elkaar ingespeeld dat vrijwel elk offensief resulteert in een doelrijpe kans.

Hendriks juicht de toename van het aantal veldgoals toe. ,,Het voegt een extra dimensie toe aan het niveau van het Nederlands elftal. Het vereist creativiteit en dat is nooit verkeerd. Bovendien betekent het dat we straks, wanneer Bram (Lomans, red.) hersteld is, beide wezenlijke onderdelen van het spel beheersen. In dat geval komt het ereschavot dichtbij.''

Toch zal Lomans node worden gemist in het Wagener-stadion, waar wereld- en olympisch kampioen Nederland morgen afslaat tegen Groot-Brittannië. De verdediger van HGC werd eind vorige maand geopereerd aan zijn gekwetste linkerpols. Hoewel het herstel voorspoedig verloopt, kan Hendriks pas medio juli weer een beroep doen op het strafcornerkanon. Tot die tijd moet de bondscoach het doen met Remco van Wijk, Jeroen Delmee en Taeke Taekema – spelers met een bovengemiddelde corner, maar die slechts kunnen dromen van Lomans' indrukwekkende erelijst: 98 doelpunten in 97 interlands.

Diens afwezigheid weegt dan ook zwaar, beseft Hendriks. ,,Wij kunnen nog zoveel creativiteit en variatie aanbrengen in de corner, het rendement van Bram halen we niet. Zo eerlijk moeten we zijn. Al heb ik zeer veel vertrouwen in de corner van Remco en Jeroen.''

Alle ogen zijn gericht op eerste keus Van Wijk. Sinds twee jaar houdt de spits met de verwoestende slagkracht zich serieus bezig met de strafcorner. Afgelopen seizoen maakte hij 31 doelpunten. Minder dan de helft daarvan (12) kwam tot stand via de strafcorner. ,,Omdat ik schiet in plaats van push is mijn scoringskans kleiner. Een pusher kan op het hele doel mikken, ik heb alleen de plank.''

Het toernooi in Amstelveen biedt Nederland de kans meerdere varianten uit te proberen. Dat lijkt niet onverstandig, nu de concurrentie de corner van Lomans tot in den treure heeft geanalyseerd. Hendriks: ,,Met het oog op Sydney is het niet zo slecht om nu wat te experimenteren.''