Het geheim van een onverwachte vlucht

Honderd jaar geleden werd de Hongaarse schrijver Sándor Márai geboren in Kassa, destijds Hongarije en nu Slowakije; 89 jaar later pleegde hij, totaal vergeten en vereenzaamd, zelfmoord in San Diego. Daar was hij na vele omzwervingen terechtgekomen. Vanaf de jaren twintig had hij een nomadenbestaan in West-Europa geleid. Jarenlang schreef hij voor de Frankfurter Zeitung in het Duits en in de jaren dertig keerde hij terug naar Hongarije en ging weer in zijn moedertaal publiceren. Hij schreef toen onder andere de autobiografisch getinte en in die tijd zeer gewaardeerde roman De bekentenissen van een burger (1935).

Nadat hij in 1948 het communisme had afgewezen, verliet hij zijn vaderland voorgoed. Vanaf dat moment waren zijn boeken in Hongarije verboden. Hoewel hij het Duits goed beheerste, bleef Márai in het Hongaars schrijven. Hierdoor werd zijn lezerspubliek steeds kleiner en bleef er ten slotte alleen een handjevol Hongaars lezende emigranten over. Bijna tien jaar na zijn dood werd Márai's oeuvre in Italië herontdekt en korte tijd later ook in Duitsland. De verkoopsuccessen in beide landen waren voor uitgeverij Wereldbibliotheek aanleiding om Gloed, een roman uit 1942, te vertalen.

Gloed is een verhaal over vriendschap, passie en verraad. Na 41 jaar eenzaam, gekwetst en vol vragen te hebben geleefd, krijgt de oude generaal Henrik een brief van zijn jeugdvriend Konrád, die hem laat weten dat hij op bezoek zal komen. Samen hebben ze vanaf hun tiende – het moment dat ze elkaar ontmoetten op het militaire opleidingsinstituut – alles gedeeld, alsof ze een twee-eenheid waren. `Hun vriendschap was ernstig en had weinig woorden nodig, zoals alle grote gevoelens, die voor het hele leven gelden.' Bovendien heeft Henrik altijd veel bewondering gehad voor zijn vriend omdat deze anders was, eerder kunstenaar dan militair.

Eenenveertig jaar voordat hij zijn brief schreef, was Konrád naar de tropen gevlucht, nadat er tijdens de jacht iets tussen hem en Henrik was voorgevallen. Deze was toen achtergebleven met vragen over waarheid, vriendschap, trouw en liefde, maar ook met concrete zaken als: wat wilde Konrád, waarom vertrok hij na de jacht halsoverkop en welke betekenis had Henriks vrouw Krisztina voor de beide mannen? Zij is uiteindelijk acht jaar na Konráds vertrek bezweken zonder ooit nog een woord met Henrik te hebben gewisseld. Henrik omschrijft zichzelf en Konrád als de enige overlevenden van een tragedie.

De lezer laat zich meeslepen in het gedetailleerde verhaal van Henrik, waarbij het de vraag blijft of zijn visie juist is of dat die door de tijd is vervormd, ook al omdat Konrád nauwelijks een weerwoord geeft. Hij is tijdens de monoloog van Henrik in feite alleen een zwijgende aangever. Hij kijkt, rookt en luistert naar het verhaal van Henrik.

De plot zit zo geraffineerd in elkaar dat het niet goed mogelijk is er verder op in te gaan zonder te veel prijs te geven. Het verhaal is traag van opzet: zo worden het avondeten en de inrichting tot in de details beschreven. Toch is Gloed buitengewoon spannend. Een geheim zal onthuld worden, de vraag is alleen door wie, hoe en wanneer. En uiteindelijk ook wat die onthulling waard is: `Aan het eind wordt alles zo eenvoudig – alles wat geweest is en wat had kunnen zijn. Alles wat ooit een feit is geweest, wordt minder dan stof en as.' Behalve spannend is de roman ook mooi in zijn beschrijvingen van verval, ouderdom en contrasten. De werelden van Konrád en Henrik liepen ver uiteen: de teruggetrokken artistieke geest stond tegenover de joviale, handelende soldaat. Maar in de confrontatie toont Henrik zich uiteindelijk meer dan een militair. Zijn bespiegelingen over bijvoorbeeld de oorlog worden overpeinzingen over waarheid en verbeelding: `de dood heeft ook verbeeldingskracht, net als het leven.' De geografische verwijdering en de tijd hebben hen dichter bij elkaar gebracht. De vroeger zo populaire soldaat is net als Konrád een teruggetrokken, bedachtzame man geworden.

Gloed is een mooie, veelzijdige roman. De vormgeving van deze uitgave is fraai en verzorgd, de vertaling daarentegen is stroef en soms wat slordig. Zo ligt in de hele roman de nadruk op het gegeven dat Konrád 41 jaar afwezig is geweest, en dat wordt opeens 44 jaar. Elders bladdert zijden behang van de muren, en liggen er `bergmeren in de hoge bergen'. Een nawoord, zoals in de Duitse uitgave waarin wat meer informatie over Gloed en over Sándor Márai staat, was geen overbodige luxe geweest. Een dergelijk fraaie roman die 58 jaar onder het stof heeft gelegen, verdient iets meer zorg.

Sándor Márai: Gloed. Uit het Hongaars vertaald door Mari Alföldy. Wereldbibliotheek, 156 blz. ƒ29,90