Genji, de serieminnaar

Geschiedkundigen kennen de `historische sensatie', het gevoel dat het verleden plotseling heel nabij is op het moment dat zij een origineel handschrift uit het jaar 1300 of een vaas uit het oude Griekenland in de hand houden. Zo'n gevoel bestaat ook bij lezers van literatuur. Dan is het de ervaring een tekst te lezen die duizend jaar oud is en die toch een onmiddellijke schok van herkenning geeft. Dit wonder is dubbel zo groot wanneer een tekst niet alleen tien eeuwen oud is, maar ook nog eens geschreven werd aan de andere kant van de wereld.

Die overweldigende sensatie kan iedereen in Nederland nu meemaken door Avondgezichten te lezen, een selectie van hoofdstukken uit de Vertelling van Genji (Genji monogatari), het lyrische epos uit het begin van de elfde eeuw van de Japanse hofdame Murasaki Shikibu. Dit klassiek Japanse drama van verlangen en verlies in de hoogste kringen van het verfijnde keizerlijk hof is al duizend jaar een erkend meesterwerk. Aan het einde van de twaalfde eeuw braken dieven in bij de dichter Fujiwara no Teika en namen de door zijn vader en hem zo zorgvuldig samengestelde editie van de Vertelling van Genji mee. Zo begerenswaardig kan een boek dus zijn.

Hoofdpersoon van de Vertelling van Genji is prins Genji, `de schitterende', een kind geboren uit de onbezonnen passie van een keizer voor een hofdame van lage rang. Die onbezonnen drang naar onmogelijke liefdes erft Genji van zijn vader, maar in een veel extremere mate. Overal waar hij gaat trekt hij een spoor van problematische relaties. Zijn grootste liefde, zijn stiefmoeder, is een verboden liefde. Zijn huwelijken zijn niet gelukkig. Zijn ideale echtgenote is zijn adoptiekind. Oplaaiende passies eindigen met de behekste dood van zijn geliefde. Tussendoor zwermen vele andere liefdes. Toch is Genji alles behalve een Don Juan. Ondanks zijn schijnbare lichtzinnigheid kent hij een groot verantwoordelijkheidsgevoel en blijft hij in contact met bijna al zijn liefdes. Zijn leven gaat gebukt onder machteloosheid en schuldgevoel. Als bastaard zal hij nooit keizer kunnen worden; de ironie is dat het kind dat hij ooit in het geheim verwekte wel op de troon trecht zal komen en dat zijn eigen zoon niet van hem blijkt te zijn. Ook beseft hij goed dat hij anderen niet echt gelukkig weet te maken. Misschien is het niet raar dat Genji het gelukkigst lijkt in zijn verbanningsoord, een plaats waar weinig hoeft en hij niet met onmogelijke situaties wordt geconfronteerd.

Opvallend is de grote maar natuurlijke rol die poëzie in dit boek speelt. Alle omgang aan het hof is doortrokken van een grote esthetiek; men sprak liever in poëzie dan in proza. Elk gesprek mondt als vanzelf uit in een gedicht.

Plots, op driekwart van het verhaal, blijkt Genji dood, zonder dat we weten hoe en waarom. `De schitterende Genji was niet meer en er was niemand die in zijn schaduw kon staan,' meldt de schrijfster ons droogjes. Al eeuwen lang hebben lezers gespeculeerd over deze breuk. Marguerite Yourcenar schreef in haar Nouvelles orientales (1963) een tongue-in-cheek hoofdstuk over Genji's laatste liefde en zijn dood. De laatste hoofdstukken worden gevuld door de avonturen van Genji's zoon en kleinzoon, maar de toon is melancholieker geworden.

In de tiende en elfde eeuw ontketenden Japanse hofdames een plotse stortvloed van literaire meesterwerken. In het Nederlands verschenen eerder Als dauw op alsembladeren, Jouw koude hart zwijgt en Het hoofdkussenboek van Sei Shônagon. De laatste is net als pocket opnieuw uitgebracht (Singel pocket, ƒ15,-). De onbetwiste Mount Everest onder deze hoogtepunten is de Vertelling van Genji. Murasaki Shikibu's kunst is dat zij Genji's queeste van liefde en melancholie beschrijft met een psychologische verfijning waaraan maar weinig schrijvers kunnen tippen. Gecondenseerd inzicht is haar kracht. Alle observaties zijn subtiel en scherp, zonder een woord te veel.

Sinds de Engelse japanoloog Arthur Waley in de jaren twintig begon met de publicatie van zijn vertaling, kent ook het Westen Murasaki Shikibu's monumentale vertelling. Sindsdien is het boek vaak vertaald, in het Frans, Duits, nog eens in het Engels, Russisch en straks opnieuw in het Engels. Nu is er dan een Nederlandse vertaling, gebaseerd op twee Engelse vertalingen, die van Waley en die van de Amerikaan Edward Seidensticker uit 1976. Soms leidt dat ertoe dat de vertaler, waar hij leunt op Waley, uitweidingen overneemt die in het Japanse origineel niet voorkomen. Waley, een briljant, maar eigenzinnig vertaler, had er geen probleem mee Murasaki Shikibu's proza naar eigen inzicht te verhelderen. Toch is de Nederlandse toon heel goed getroffen, geschakeerd zonder ooit wollig te worden.

Waarom het zolang heeft moeten duren is een beetje pijnlijke vraag. De reden is niet, zoals wel gedacht wordt, dat in Nederland niemand zou zijn die voldoende klassiek Japans beheerst om de Genji te kunnen vertalen. Het is alleen zo dat zij allemaal werken aan een universiteit en er nog niemand is opgestaan die tien jaar van zijn of haar leven wil wijden aan de vertaling van Genji's avonturen, in plaats van aan wetenschappelijke publicaties. Gelukkig is er dan nu in ieder geval een begin gemaakt door H.C. ten Berge.

Ten Berge heeft er met Avondgezichten voor gekozen een selectie van de Vertelling van Genji te vertalen. Hij bundelde acht van de in totaal 54 hoofdstukken die de tekst rijk is, nog niet een zevende van de hele tekst. De vertaling opent met een hoofdstuk dat Ten Berge in 1969 al eens eerder vertaalde en bestrijkt de jonge jaren van Genji's leven tot en met zijn zelf gekozen verbanning. Deze vertaling is dus een topje van de ijsberg, maar nu kunnen we eindelijk ook in Nederland enigszins navoelen wat precies het leesgenot was van een Japanse lezeres toen zij als jonge vrouw de volledige Vertelling van Genji in handen kreeg. Rond 1060, een halve eeuw nadat Murasaki Shikibu haar meesterwerk geschreven had, herinnerde zij zich dat nog precies, in de vertaling van wijlen Frits Vos: `Het Verhaal van prins Genji, waarvan ik tot dan toe alleen maar fragmenten had gelezen en waarvan ik de samenhang niet had begrepen, kon ik nu van het eerste hoofdstuk af lezen. Het gevoel van welbehagen waarmee ik, ongestoord door anderen achter een gordijn op mijn buik liggend, rol na rol te voorschijn haalde en verslond, was benijdenswaardiger dan de positie van een keizerin! Overdag tot het donker werd en 's avonds bij de lamp deed ik, zolang mijn ogen openbleven, niets anders meer.'

Wij hoeven alleen maar naar de boekwinkel te lopen om naast haar te kunnen liggen.

Murasaki Shikibu: Avondgezichten. Liefdes uit het leven van prins Genji. Uit het Engels vertaald door H.C. ten Berge.

Meulenhoff, 240 blz. ƒ39,90

    • Ivo Smits