Foto's van een wanhoopsreis

Het bekijken van een fotoboek kan ook een fysiek genoegen zijn. Blader door het beroemde Paris de nuit van Brassai uit 1933 en nog steeds kleurt het Parijse nachtleven de vingers aangenaam zwart. Of snuffel eens aan Ed van der Elskens Sweet Life: zo zoet kan drukinkt ruiken. En hoe prettig rust het massieve levenswerk van Richard Avedon, An autobiography, niet op de knieën van de lezer.

Staan zulke kleine bibliofiele genoegens op de tocht en krijgt het papieren fotoboek binnenkort dezelfde status als de grammofoonplaat? Edie Peters, chef van de fotoredactie van de Volkskrant, voorspelt een grote toekomst voor multimediale fotoprojecten op internet en cd-formaat. Als `oefening voor de nieuwe tijd' vervaardigde hij daarom onlangs voor zijn krant het eerste Nederlandse digitale fotoboek: De wereld is geen dorp van fotograaf Marcel van den Bergh.

Deze interactieve cd-rom bevat het verslag van een `journalistieke droomreis' die Van den Bergh vorig jaar maakte met verslaggever Toine Heijmans. Reis in dertig dagen de wereld rond, bezoek tien landen, dring door tot de essentie en fotografeer de mensen die er wonen. Een opdracht die uitmondde in een bliksemtocht van eenentwintig vluchten over vijf continenten, beginnend in Israel en eindigend op Haïti.

Het is even wennen, zo'n `fotoboek' in plastic doosje. Als de cd-rom is geladen, begint op het scherm een veertig minuten durende diavoorstelling waarbij radiopresentatrice Anne van Egmond het reisverslag van Heijmans voorleest. Door met de muis te klikken kan de kijker desgewenst terugbladeren, een handvol cijfers over de bezochte landen opvragen, en een aantal ingesproken dagboekfragmenten van de twee wereldreizigers beluisteren.

De hoofdredactie van de krant stuurde Van den Berg en Heijmans vorig jaar op pad `als voorproevers van het nieuwe millennium'. Zij moesten uitzoeken hoe klein de wereld in de twintigste eeuw nu echt is geworden. De twee verslaggevers doen hun best, maar staan voor een onmogelijke taak. Tollend van de jetlag hebben zij welgeteld zeventien uur de tijd om de essentie van India te vinden. Aan een vergelijkbaar project dat de Amerikaanse fotograaf Peter Menzel coördineerde, het onvolprezen Material World, A global family portrait, werd in 1994 door zestien fotografen een jaar lang gewerkt.

Het uitgangspunt van De wereld is een dorp deugt niet. Door de enorme haast bevestigt de zoektocht vooral clichés: zwervers in India, hoeren in Sint-Petersburg, kardinalen in Rome, tango-dansers in Buenos Aires, homo's in San Francisco. Als de twee verslaggevers iets meer tijd hebben, zoals op Haïti, waar zij vier dagen verbleven voor een portret van een gewelddadige jeugdbende, levert dat onmiddellijk meer diepgang op.

De wanhoop van de auteurs spreekt uit hun dagboekfragmenten. Vliegtuig in vluigtuig uit, corrupte ambtenaren, klimaatovergangen, het is niks dan tegenslag en ellende. De `droomreis' is nog niet halverwege als de fotograaf al naar huis verlangt.

Houdt De wereld is een dorp de belofte in van een revolutie op fotoboekengebied? De bibliofiel is nog niet overtuigd. Een pc opstarten kost meer tijd dan een boek uit de kast trekken. Een beeldscherm leent zich ook slecht voor foto's met een staand formaat. En als de mogelijkheden tot interactie beperkt blijven tot een beetje scrollen, wat is een cd-rom dan meer dan een diapresentatie?

De wereld is geen dorp, Een journalistieke droomreis in 125 foto's. Prijs 29,90 gulden. Te koop in de boekhandel en in de Webshop van de Volkskrant (www.volkskrant.nl/webshop/)

    • Arjen Ribbens