Fadrhonc

De KNVB had het druk in de laatste maanden voor het WK van 1974: naast de angst voor een ontvoering van Johan Cruijff stond ook de positie van bondscoach Fadrhonc ter discussie. Zowel binnen het bondsbestuur als in de naaste kringen van de bondscoach was veel weerstand. Dat is terug te vinden in het KNVB-archief dat is gedeponeerd bij het Algemeen Rijksarchief (ARA).

De eerste storm ontstond na de slechte kwalificatiewedstrijd tegen Noorwegen, die op 12 september 1973 met 1-2 werd gewonnen. De persconferentie die daaraan vooraf ging verliep rommelig: zonder de spelers in te lichten werd de opstelling bekend gemaakt waar Piet Keizer geen deel van uitmaakte. Voor de Ajacied was dit een complete verassing.

Op een bespreking van de KNVB met Fadrhonc zei de coach dat hij bewust de spelers niet had ingelicht, met het oog op het WK: `Dan kan ook de situatie ontstaan, dat voor een wedstrijd één of meer vedetten worden gepasseerd. Uit de ervaringen in Oslo hiermede opgedaan blijkt, dat onze spelers op dit punt nog niet de juiste instelling hebben.'

Twee maanden later echter werd op een speciale vergadering van het bondsbestuur een speciale commissie ingesteld, die `op zeer korte termijn de mogelijkheden gaat onderzoeken om de heer Fadrhonc als coach te laten fungeren'. Er heersten twijfels of de bondscoach alleen de verantwoordelijkheid moest dragen.

Op 29 december 1973 bleek dat de commissie vond dat Fadrhonc te onrustig was vóór en tijdens een wedstrijd, er weinig vertrouwen in hem was, dat hij te weinig technisch-tactische capaciteiten bezat en te weinig gezag. Dat er toch goede resultaten waren behaald, kwam door de klasse van zijn spelers en de winstpremies.

Vooral verzorger Pierre van den Akker was negatief: Fadrhonc zette iedereen tegen elkaar op. Dat Krol, Cruijff en Keizer daar anders over dachten klopte, `maar dit vindt de oorzaak in het feit, dat deze spelers zelf veel moeilijkheden hebben bij Ajax en nu iemand ontmoeten die zij om hun vinger kunnen winden'. Waarbij Van den Akker nog zijn mening gaf over de Oranje-spelers: `Het zijn geen lieve jongens en ze mogen alleen die mensen waar ze zelf goed mee kunnen opschieten.' Zijn conclusie: `Als men deze man naar de WK laat gaan, gaan we de mist in.'

Arts Frits Kessel wond zich op over het medisch inzicht van Fadrhonc: `Hij komt de wensen van spelers veelal na en gaat buiten de vastgestelde maaltijden om extra's bestellen.' Hij zou zelfs een keer patat hebben gehaald voor de internationals. Fadrhonc was dus niet de aangewezen man, maar probleem was dat ontbinding van het contract veel geld zou kosten – wat de KNVB niet had.

Op een bijeenkomst van het bondsbestuur op 12 januari 1974 kwam een eind aan de onduidelijkheid: Rinus Michels had toegestemd om supervisor te worden, waarbij Fadrhonc met zijn eigen instemming als coach werkzaam zou blijven. Tot aan het WK ging Fase I in, waarin Michels vanuit Barcelona, waar hij als trainer werkzaam was, leiding gaf. `Fase II begint aan het einde van de Nederlandse en Spaanse competitie.'

De discussie kreeg nu gênante trekjes. George Knobel, die na het WK Fadrhonc opvolgde, sprak op een bijeenkomst van het bondsbestuur van 25 mei 1974. Uit de notulen: `De heer Knobel heeft de wens geuit om in Zeist te gaan wonen. Indien de woning van de heer Fadrhonc vrij mocht komen zou de heer Knobel daarvoor gaarne in aanmerking komen.' Knobel moest even wachten, ondanks pogingen van de KNVB om Fadrhonc snel te ontslaan. Het contract zou per 1 oktober 1974 aflopen, ondanks mislukte pogingen van de KNVB deze eerder te beëindigen. Op 28 september op een bestuursvergadering was het dan zo ver: `De heer Fadrhonc heeft schriftelijk verzocht het dienstverband met de KNVB per 1 oktober 1974 te beëindigen. De vergadering gaat accoord.' Na ruim een jaar scheidden de wegen van de bond en zijn bondscoach.

    • Yurryt van de Vooren