De keizer en de judoka

DE KEIZER IS WEG, leve de keizer. Een diepe zucht van opluchting steeg deze week gelijktijdig in Den Haag en Tokio op na het ongestoorde bezoek van keizer Akihito en keizerin Michiko aan Nederland. De gebruikelijke protesten van kampslachtoffers vonden in de Nederlandse publieke opinie nauwelijks meer weerklank. De zorgvuldig voorbereide verklaringen van persoonlijk medeleven van het keizerlijk paar met het leed van de slachtoffers hadden gewerkt. Ook de politieke verklaring van wijlen de Japanse premier Obuchi na het bezoek van premier Kok aan Tokio had de weg geëffend. Diplomatiek is hier aan beide zijden knap werk geleverd.

Maar ook de tijd had z'n werk gedaan; de politieke invloed van de mensen die moesten buigen voor de Japanners is afgenomen. Ook dat werd duidelijk aan de dranghekken, die nu vooral houvast boden aan een groep die er al bijna niet meer is. Bij de naoorlogse generatie is wellicht ook het besef gegroeid dat het hameren op de oorlog anno 2000 nu wel mooi is geweest. Japan is een economische wereldmacht met een op het oog stabiele democratie en een Westerse grondwet. Japanse voortbrengselen, van Sony tot Kurosawa, zijn iconen in de globale cultuur en economie geworden. Klaar.

MAAR DAARMEE IS niet het hele verhaal verteld. Het moderne Japan vergrijst sterk, is niet meer zeker van z'n rol in de wereld, kwetsbaar in de eigen identiteit, heeft de oorlog niet verwerkt maar verdoezeld en voelt zich in de wereldeconomie de verliezer. De economie stagneert nu al bijna tien jaar en het land slaagt er maar niet in zich weer op te richten. Met China moet sinds Clinton worden geconcurreerd om de gunst van de Verenigde Staten, zowel van de politieke klasse als van het bedrijfsleven. De aardbeving in Kobe (5.000 doden) en de gifaanslag door de Aum Shinrikyo-sekte gaven het land een gevoel van onzekerheid. Dagelijks melden de kranten incidenten in het onderwijs, waar scholieren amok maken: agressie tegen ouders, leerlingen of zichzelf. Er wordt nu ook politieke munt gesmeed uit de aanwezigheid van ongeveer een miljoen illegale immigranten, naar bekend Europees xenofoob recept.

Japan is een politiek kwetsbaar en cultureel onzeker land geworden waar nationalisme en internationalisme met elkaar op gespannen voet staan. De opvolger van Obuchi, premier Mori, blies vlak voor het vertrek van de keizer nog bijna z'n coalitieregering op door Japan aan te duiden als een goddelijke natie ,,met de keizer in het centrum''. Daarmee refereerde hij aan de vooroorlogse periode van het staatsshintoïsme waarin de soevereiniteit van de natie bij de keizer lag. Over het oorlogsverleden merkte Mori vorige maand op dat er verschillende interpretaties mogelijk waren van de rol van Japan. ,,Door het gezamenlijk bestuderen van de geschiedenis moeten we beslissen of Japan China is binnengevallen.''

Het is niet moeilijk om dergelijke wereldvreemde uitspraken van LDP-politici vaker te noteren. Het leidt er wel toe dat er bijna nergens sterkere anti-Japanse gevoelens leven dan onder nota bene jonge Amerikanen van Chinese afkomst. Ook in Korea en China zijn de sporen die de Japanse bezettingen hebben getrokken bij de bevolking bepaald niet uitgewist.

INCIDENTEN IN het onderwijs zorgen in de behoudende pers voor zorgelijke beschouwingen over de vraag of de `jeugd van tegenwoordig' nog wel de Japanse (lees vooroorlogse) identiteit onderwezen krijgt. Is vijftig jaar democratie naar Amerikaans model wel goed geweest voor Japan, zo luidt de vraag van oudere Japanse generaties. Het is voor deze groepen onaanvaardbaar dat de moderne Japanse jeugd zich niet meer kan voorstellen dat Japan ooit tegen de VS vocht. Japan moet zich durven herinneren dat het Westen ooit het Oosten koloniseerde en Japan daar tegen optrad en niet China, zo is daar de beleving. In die kringen wordt ook gevonden dat de Nederlandse regering onvoldoende moeite deed om de positieve Japanse houding na de oorlog goed uit te leggen – het afgedwongen excuus van Obuchi wordt er als misbruik van Japan voor Nederlands binnenlandse politieke doeleinden gezien.

Er wordt daar gehunkerd naar meer voormalige tegenstanders die zo Japans kunnen zijn als judoka Anton Geesink die in 1964 met één handgebaar voor altijd een held in Japan werd. Geesink versloeg in de olympische finale de Japanner Kaminaga maar wees zijn juichend toestormende ploeggenoten met een afwerend gebaar van de mat, zodat hij de partij correct kon afsluiten met de gebruikelijke buiging naar de tegenstander. Dat Geesink Kaminaga versloeg was een ongehoorde ramp, maar zijn respect en gevoel voor verhoudingen maakt hem tot vandaag een Japanse held. Dat Geesink mocht buigen (en wilde) maar niet moest is een nuance die snel is vergeten.

WAREN ER TIJDENS het bezoek van het keizerlijk paar televisie-genieke incidenten geweest met demonstranten, dan had er gemakkelijk een stormpje van nationalistisch protest op kunnen steken. Daarmee zou de vrije ruimte voor de Japanse regering en het bedrijfsleven om zich met het Westen verder te engageren gemakkelijk zijn beperkt. Het gevoel van ongemak en onbehagen was versterkt en de bereidheid om risico's te nemen zou zijn afgenomen. Een geslaagd bezoek van het keizerlijk paar aan Europa heeft, zo bezien, letterlijk het risico van een zich verder isolerend Japan afgewend. Dat is een eminent Westers belang, dat politiek en economisch met Japan op talloze manieren is verbonden. Dat is een essentieel Japans belang dat voor zijn politieke rol in Azië afhankelijk is van zijn band met het Westen, zolang het ook de verzoening met omringende landen als Korea en China niet heeft voltooid.