Carrière

Toen ik in de trein wilde gaan zitten, hoorde ik een lijzige mannenstem verderop in het compartiment zeggen: ,,De kruiperigheid die bepaalde vrouwen eigen is, heeft hij ook.''

Een verhaaltje kan met een saaiere dialoogzin beginnen en het aardige is dat ik er in dit geval zelf niets voor hoefde te doen. Wél begreep ik meteen dat ik wat dichter bij de spreker moest gaan zitten, zodat ook andere aperte levenswijsheden me niet konden ontgaan.

Ik nam op het bankje achter hem plaats en kon slechts even een glimp van hem en zijn gesprekspartner opvangen. Het waren dertigers met aktetassen naast zich, type hoger kantoorpersoneel. De lijzige vrouwenkenner zat een beetje nonchalant onderuit, de man tegenover hem droeg een bril.

Toen we eenmaal reden, begonnen ze op hun gemak de intriges in hun bedrijf door te nemen. Iedereen bleek iedereen te haten, soms openlijk, maar meestal in het geniep, zoals bij de meeste bedrijven, overal ter wereld.

Ik begon al teleurgesteld weg te dromen toen de Bril plotseling vroeg: ,,Wat zou jij nou doen als het bedrijf zei: je kunt in dienst blijven, maar je hoeft niks meer te doen, want we hebben te weinig werk – als je wilt mag je een boekje gaan lezen? Zou je dan je baan houden?''

De Lijs hoefde geen moment na te denken over deze adembenemende vraag. ,,Nou en of. Ik zou op kantoor gaan internetten. Beleggen. Systemen bedenken voor beleggingen. Van tien tot half vier. Ik zou wat langer lunchen, en als het mooi weer was, bleef ik 's middags weg.''

Aan de gretigheid waarmee hij praatte, kon je merken dat de Bril een rijke ader in zijn gevoelsleven had aangeboord. ,,En jij?'' vroeg de Lijs.

,,Ik zou nog iets zinvollers willen doen met mijn tijd'', zei de Bril een tikkeltje stijfjes, alsof hij zich geneerde.

Er viel een korte stilte. De Lijs moest dit voor hem mateloos ambitieuze antwoord even op zich laten inwerken. ,,Ach'', zei hij toen, ,,waar je ook werkt, je komt op een gegeven moment toch op een punt dat je het allemaal wel gezien hebt. Dat gedrevene van vroeger heb ik nog maar heel sporadisch. Laatst nog...'' Hij begon een voorbeeld te geven met veel afkortingen, maar zijn stem bleef illusieloos klinken, alsof hij er zelf niet in geloofde.

,,Voor mij is het een existentiële zaak'', zei de Bril. ,,Ik moet méér uit mezelf kunnen halen.''

,,Dat begint de laatste tijd toch aardig te lukken?'' De Lijs vroeg het zonder schamperheid, het klonk meer als een blijk van medeleven.

,,Ik weet het niet, ik heb soms het idee dat ik hier aan het plafond zit. Maar misschien is het ook wel mijn plafond.''

Ze zwegen. De trein raasde voort. Ik vroeg me af of ze nog op de kruiperigheid van bepaalde vrouwen zouden terugkomen, maar er kwamen twee conducteurs binnen. ,,Eén goeden middag'', zei een van hen.

Eén. Dat hield ook al niet over.