Buitenlandse Zaken wilde inzet Bosnië

Het ministerie van Buitenlandse Zaken was begin jaren negentig de ,,drijvende kracht'' die Nederlandse militairen naar de zogenoemde veilige gebieden in Bosnië wilde sturen om de bevolking te beschermen.

Dat zei oud-premier Lubbers gisteren tegen de parlementaire commissie die de deelname van Nederlandse militairen aan vredesmissies onderzoekt. Hij zei zelf ook voorstander van uitzending te zijn geweest, net als alle politieke hoofdrolspelers in die tijd. De toenmalige minister van Defensie, Ter Beek, had volgens Lubbers de ,,meeste moeite met de invulling ervan''.

Op de Europese top in Kopenhagen, in 1993, beloofden de Europese lidstaten 7.600 militairen beschikbaar te stellen voor ex-Joegoslavië. Nederland was een van de weinige lidstaten die zich aan die belofte hielden. Dat was ,,een punt van irritatie'', zei Lubbers gisteren. ,,Maar het is een slag te ver om te zeggen dat Srebrenica niet was gevallen als die extra militairen er wel waren geweest.''

Aanvankelijk was het idee van de `veilige gebieden' gekoppeld aan een vredesregeling. Toen die regeling uitbleef, werd het volgens de oud-premier alleen maar belangrijker om de moslimbevolking in die gebieden te beschermen, ,,maar ook delicater''.

De commissie vroeg Lubbers ook naar verschillen in inzicht tussen de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie over de uitzending. Eerder deze week werd onthuld dat een brief van Ter Beek door ambtenaren van Buitenlandse Zaken niet was doorgestuurd naar de VN in New York. In die brief stonden voorwaarden voor de uitzending van het Nederlandse bataljon. Lubbers zei dat hij ,,niet de indruk'' had gehad dat er sprake was van een ,,controverse'' hierover. ,,Maar áls er al sprake is geweest van voorwaarden die werden gesteld aan deelname, dan was het Ter Beek die die heeft gesteld.''

Topambtenaar De Winter van Defensie verklaarde gistermiddag dat de laatste jaren VN-verzoeken voor deelname aan vredesmissies vaak door Defensie werden afgewezen. Maandag zei oud-topambtenaar Van Walsum (Buitenlandse Zaken) al dat Nederland na Srebrenica krampachtig was omgegaan met uitzendingen.

De Winter gaf ronduit toe dat het aanbod van Nederlandse militairen om deel te nemen aan de missie in Cyprus (1998) louter het gevolg was van de vrees van de legerleiding voor bezuinigingen. ,,De Kamer vond eind 1997 dat, als Defensie niet mee zou doen aan vredesoperaties, de uitgaven omlaag moesten'', aldus De Winter. In Cyprus nemen zo'n honderd Nederlandse militairen deel aan de VN-vredesmissie en vormen een derde van het aantal blauwhelmen.