Arts mag hond inzetten

De huisarts hoeft niet alles te doen wat een patiënt vraagt. Als deze antibiotica eist omdat hij keelpijn heeft, hoeft de huisarts die niet te geven als hij dat niet nodig vindt. Een waarnemer hoeft een patiënt ook niet 's avonds te behandelen als de klacht geen directe aandacht vergt. En mocht de patiënt erg lastig worden en de praktijk niet meer willen verlaten, dan mag de huisarts een hond gebruiken om hem buiten de deur te zetten.

Dit blijkt uit een in Medisch Contact gepubliceerde uitspraak van het Centraal tuchtcollege voor de gezondheidszorg. In hoger beroep verklaarde het college de klacht ongegrond die een patiënt indiende tegen een huisarts en vernietigde de berisping van de arts door het Gronings tuchtcollege.

De patiënt kwam met een al dagen durende keelpijn van vakantie terug en vond dat hij hiervoor antibiotica nodig had. Hij laat zijn vrouw de vervanger van zijn huisarts 's avonds bellen. Deze zegt dat het geen spoedgeval is, de patiënt zo nodig een paracetamolletje moet nemen en eventueel de volgende dag maar naar zijn eigen huisarts moet gaan. De man neemt daar geen genoegen mee en belt zelf waarbij hij hetzelfde te horen krijgt. Dat pikt hij niet en een uur later staat hij bij de arts op de stoep en zegt pas weg te gaan als aan zijn eis is voldaan – en dat die maar de politie moet bellen als hij hem weg wil krijgen. De arts roept daarop zijn hond. De hond gromt noch bijt, toch verlaat de man snel het pand.

De weigering om de antibiotica te verstrekken noemde de tuchtrechter in Groningen al juist. Maar die vond wel dat de arts de man lichamelijk had moeten onderzoeken. Daar is het hogere rechtscollege het niet mee eens: het zou alleen hebben gediend om tegemoet te komen aan de gevoelens van de man. En waar de Groningse tuchtrechter vindt dat de arts `een ernstig verwijt moet worden gemaakt vanwege zijn actie om klager met behulp van zijn hond weg te sturen', oordeelt het hoogste tuchtcollege positief over die actie. De klager had een situatie gecreëerd die de arts `redelijkerwijs als bedreigend kon ervaren' en dat de arts liet merken dat hij een hond had moet `als een begrijpelijke gedragslijn worden aangemerkt'.