Wij hadden Piet Paternotte

Waren wij als kind vroeger zo onnozel of zijn de kinderen tegenwoordig zoveel meer bijdehand door het vele Nintendoën, zappen en internetten?

Tot enkele dagen geleden dacht ik dat de Pokémon-rage die op de basisscholen van Nederland woedt te vergelijken was met de voetbalplaatjesrage waar ik als tienjarige op de lagere school ooit aan meedeed. Voor een kwartje kon je bij de sigarenwinkel een zakje met zeven eredivisie-spelers kopen. Al ruilende en zakjes bijkopende probeerde je je plakboek met 270 spelers vol te krijgen.

Daar was je wel even mee bezig, want sommige spelers waren erg schaars. Zo bleef in mijn plakboek het vakje van Piet Paternotte – de keeper van Haarlem (`31 jaar, forse doelman') – lange tijd open. Het gerucht ging dat er van Piet Paternotte en enkele andere spelers opzettelijk heel weinig plaatjes in omloop waren gebracht. Zo werd je gedwongen zakjes te blijven kopen. De gelukkigen die Piet Paternotte dubbel hadden, wisten dat maximaal uit te buiten. Piet Paternotte was minstens drie plaatjes waard. Ook kinderen hebben een feilloos gevoel voor economische wetmatigheden.

Pokémon is totaal, maar dan ook totaal anders. Mijn dochter van acht – geheel bevangen door de rage – heeft geprobeerd het me uit te leggen en ik snap er geen moer van. Behalve dan dat het 150 fantasiebeesten zijn die om onduidelijke redenen telkens met elkaar moeten vechten. Ze hebben namen als Pikachu, Nidorino, Charmeleon, Ninetales, Gyarados en Starmie en zien er uit als producten van een hallucinerende tekenaar. De kracht van elke Pokémon wordt aangegeven door de HP-waarde die varieert van 10 tot 120. Dat zegt echter niet alles, want elke Pokémon heeft ook nog een aantal geheime wapens, zoals een aurorastraal, een tackle, of een gifangel die in het heetst van de strijd gebruikt kunnen worden. Daarnaast staat elke kaart nog boordevol codes omtrent zwakheden, weerstanden, terugtrekkingskosten, trainers en hoeveelheden energy's van de bewuste Pokémon. Al deze informatie bepaalt uiteindelijk welke Pokémon het gevecht wint. Een in mijn ogen uiterst gecompliceerd spel, dat echter door kinderen van acht moeiteloos wordt opgepikt.

Ik vraag me opeens af waarom ik mijn twee voetbalalbums – de seizoenen 1969-'70 (compleet) en 1970-'71 (ontbreken Henk Wery van Feijenoord en Ad van Son van Telstar) – erbij heb gepakt.

De plaatjes steken schril af bij de Pokémon-plaatjes. Een hoofd en een naam: daarmee waren wij vroeger tevreden. Mijn dochter vindt de albums wel leuk, maar ze begrijpt het niet helemaal: ,,Deden jullie niets met die plaatjes?''

,,Ja, sparen, ruilen en inplakken'', zeg ik.

,,Geen spelletjes?''

,,Nee, het spel was je boek vol te krijgen en als dat zover was, was je klaar.''

`Wel een beetje saai' is haar oordeel en ze gaat voor de zoveelste keer haar Pokémon-kaarten ordenen op `energy-level'. Ik blader door de voetbalalbums en herken de namen van vroeger: Warna Liebhaber van AZ'67, Koos Knoef van Go Ahead, Beertje Wentink van Haarlem, Martin Kloor van Holland Sport en Piet Paternotte: `forse doelman'.