Van Aartsen kritiseert procedures `Kosovo'

Minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) heeft gisteren tijdens de halfjaarlijkse NAVO-raad het selectieproces voor ,,individuele doelen'' tijdens de luchtcampagne vorig jaar in Kosovo bekritiseerd. Volgens hem was de selectie en de politieke invloed van sommige landen ,,niet volledig transparant voor alle bondgenoten''. ,,Dit heeft in sommige gevallen geleid tot onwelkome verrassingen'', zei hij in een toespraak.

Van Aartsen verwees naar de Kosovo-evaluatie die de Nederlandse regering onlangs heeft gemaakt. In dat rapport onderstreept zij, aldus de minister, de noodzaak het juiste evenwicht te bewaren ,,tussen de operationele onmogelijkheid om elk doel voor goedkeuring voor te leggen'' aan alle NAVO-ambassadeurs ,,en de politieke onwenselijkheid'' om de aanpak van een crisis ,,volledig toe te vertrouwen aan de militairen''. Nederland was van de Europese NAVO-bondgenoten de op twee na grootste deelnemer aan de vluchten tijdens de luchtcampagne, maar had volgens de regering niet dezelfde politieke invloed als Groot-Brittannië en Frankrijk.

Volgens Van Aartsen moet de NAVO bij zichzelf te rade gaan hoe zij het beste ,,collectieve politieke beslissingen'' kan nemen bij een grootschalige militaire operatie. ,,Wij vinden dit proces van zelfreflectie en evaluatie uitzonderlijk belangrijk'', zei hij tegen zijn collega's. Volgens de minister hebben premier Kok en hij vorige maand bij NAVO-chef Robertson aangedrongen op een ,,diepgaande discussie'' binnen de NAVO over ,,nieuwe mechanismen om onze besluitvorming te moderniseren''.