Trou Moet Blycken

Voordat

Voordat ik me terugtrek

bij een vrouw

van rubber of papier,

voordat ik niets meer klaarmaak

dan mezelf,

wil ik bij jou zijn.

Voordat de laatste ronde ingaat

en mijn ziel is weggezwommen

in het glas, mijn zinnen

opgelost in drank,

wil ik bij jou zijn.

Voordat mijn gedichten

zijn verjaard tot voorbeeld

van het een of ander,

mijn talenten zijn vervallen

tot verzameld werk,

wil ik bij jou zijn.

Voordat het licht

uit mijn ogen sijpelt,

mijn huid verdort tot vel,

voordat ik al mijn goud

veranderd heb in lood,

wil ik bij jou zijn

tot de dood.

Ingmar Heytze (geb. 1970)

Dat poëzie bestaat is al eigenaardig genoeg. Je wordt soms gek van de mensen die van dat eigenaardige iets heiligs willen maken, die niet tevreden zijn met het loutere bestaan ervan, maar die per se willen dat poëzie iets ongrijpbaars is, enkel geschreven voor ingewijden. De fenomenale dichter-duider Paul Claes, die het werk van Rimbaud vertaalde en annoteerde, liet onlangs in een interview zelfs doorschemeren dat hij het Rimbaud kwalijk nam al gedichten te hebben geschreven voor hij, Paul Claes, ze had kunnen komen uitleggen. Claes raadde de poëzielezers ten sterkste af zich voortaan nog rechtstreeks tot Rimbauds gedichten te wenden daar kon alleen maar onheil van komen. In zo'n klimaat is het aangenaam als je iemand tegenkomt die weer eens een beetje solt met dat hogere dichterschap en die gedichten schrijft die voor zichzelf mogen spreken.

`Ik zie poëzie als entertainment', zegt Ingmar Heytze ergens in een interview, `zowel op papier als in de voordracht. Vorm, inhoud en metaforiek moeten helder zijn. Mensen verslijten je dan al snel voor cabaretier, rapdichter of songwriter, maar dat is onzin.'

Heytze wil voor dichter versleten worden, dat is duidelijk. Maar hij weigert entertainment en helderheid als vloekwoorden te beschouwen. Poëzie moet voor hem communiceren, zonder tussenkomst van duiders.

Als het traditionele onderscheid tussen het hogere en het lagere tussen Nijhoff en Bob Dylan wegvalt is alles mogelijk. In de gedichten van Ingmar Heytze worden ouderwets en nieuw, traditie en populair, citaat en kreet met de grootste mate van achteloosheid verenigd.

Achter zoveel achteloosheid gaat een hyperbewustzijn schuil van wat andere dichters aan het doen zijn en wat de dichters vóór hem hebben gedaan. Ingmar Heytze parodieert Gorter en Kopland, gebruikt regels uit bestaande gedichten en liedjes en toch wekt hij niet één moment de schijn van geleerdheid. Hij is een cultuurproduct, schrijvend met het gemak van een natuurtalent.

Dat is knap. Die lichtvoetigheid en directheid maken dat je van hem accepteert dat er ineens weer een rits poëtische woorden uit de la worden getrokken. Grote woorden als liefde en eeuwigheid. In één gedicht noteerde ik bij elkaar: sterren, vallend herfstblad, oneindigheid.

Grote woorden die in hun nuchtere omgeving weer betekenen wat ze betekenen. Ingmar Heytze hoeft niet bevreesd te zijn voor het verwijt een symbolisch priesterkleed te dragen, want hij verenigt alles met alles ironie met oprechtheid, grote woorden met deuntjes, liedteksten met literatuur, grimmigheid met het romantische ideaal

Dus ga nu weg. Vergeet me maar

en laat me uit de droom ontwaken

van ons nooit gevierde feest

hier lopen poëzie en smartlap door elkaar. Dat hyperbewustzijn van wat hij poëtisch aan het doen is blijkt duidelijk uit een gedicht als Uitzicht van de allesvreter, waarin Ingmar Heytze vanuit zijn `wankele' woning het poëtisch uitzicht op de vaderlandse poëzie beschrijft. Clowns to the left of me, jokers to the right, luidt het motto

Daartussen staat je kaartenhuis

een gedicht als een programma. Ook in bijgaand Voordat komt de poëzie ter sprake, maar dan in combinatie met seks, drank en dood. Alle ingrediënten uit de ouwe trommel dus, de hele rimram waar de poëzie eeuwen om draaide en zie, Ingmar Heytze doet of zijn neus bloedt en begint opnieuw. Hij heeft weet van de regels en tegelijk lijkt het of hij het allemaal fris van de lever te lijf gaat. Het resultaat is entertainment, helder wat willen we meer? Uit de algemene pot met middelen is een prachtig liefdesgedicht ontstaan, op het moment van de geboorte al klassiek.

Ingmar Heytze schetst in drie stappen de ouderdomsfasen van seks, drank en poëzie. Hij wil bij zijn geliefde zijn voordat hij seksueel onmachtig wordt, voordat hij een verlopen alcoholist is geworden en voordat hij, het ergste van alles, tot de officiële literatuur is gaan behoren. Bij alledrie gaat het om het verval van de rechtstreekse communicatie voor de seks is er een rubberen pop nodig, de drank laat een gordijn neer van bewusteloosheid en de gedichten moeten

tot voorbeeld

van het een of ander

worden uitgelegd door Paul Claes. De vierde strofe brengt het totale verval in beeld. De mogelijkheid van alle mogelijkheden bestaat niet langer. Voordat al zijn goud lood is geworden wil deze Midas bij zijn geliefde zijn

tot de dood

een laatste woord dat er in hakt. Een poëtische draai. Want óf ze moeten jong sterven, óf ze blijven bij elkaar tot `de laatste ronde', met verval en al, wat het voordat bij voorbaat bestempelt tot wankele illusie.

De ondubbelzinnigheid van de dood verleent hier de helderheid een dubbele bodem.

    • Gerrit Komrij