Toegang tot netwerk twistpunt

Kabelmaatschappijen moeten hun netwerk openstellen voor tv-zenders. Maar onafhankelijke internetaanbieders hebben het moeilijker.

Kabelmaatschappij UPC maakt een lastige spagaat dezer dagen. Enerzijds moet ze miljardeninvesteringen in haar kabelnetten rechtvaardigen door erop te wijzen dat digitale televisie en internet via de kabel geheide kaskrakers zijn. De verschrompelde koers van UPC toont aan dat beleggers daaraan twijfelen. Aan de andere kant moet UPC duidelijk maken dat haar alleenheerschappij over de kabelaansluiting van bijna elk woonhuis in Nederland niet zomaar uitmondt in vette winsten. Mocht die indruk ontstaan, dan dreigt immers strenge regelgeving vanuit Den Haag.

Hoe belangrijk het juridische kader is voor UPC bleek vorige maand uit een kabinetsnotitie met voorstellen voor regulering van de kabelbranche. Het persbureau Dow Jones concludeerde uit het document dat de regering toegang tot de kabel met harde hand zou afdwingen.

,,Binnen een uur klapte de koers met 15 procent in'', zegt juridisch directeur M.Kohnstamm van UPC. ,,Ik heb uren aan de telefoon gezeten om alles uit te leggen.''

In de praktijk zal de concurrentie niet zomaar toegang krijgen tot het UPC-kabelnet, zo bleek gisteren nog eens in een discussie op het Haagse hoofdkantoor van de Consumentenbond. Die gedachtewisseling liep vooruit op een Kamerdebat, dat op zijn vroegst volgende week plaatsheeft.

Het kabinet eist dat kabelexploitanten zich beperken tot `een redelijke winstmarge' als zij hun netwerk aan televisiezenders ter beschikking stellen. Als dit niet lukt in de gewone, commerciële onderhandelingen, dan moet de toezichthouder op de telecommunicatiemarkt Opta ingrijpen. ,,We moeten keiharde grenzen stellen waarbinnen we geschillen beslechten'', zei staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) gisteren.

Internetaanbieders die toegang willen tot andermans kabelnet hebben het veel moeilijker dan tv-zenders. Veelzeggend is het relaas van XS4All, dochter van KPN, en het Finse Sonera. Beide bedrijven zeggen dat hun experimenten met internetten via de kabel stuklopen omdat kabelmaatschappijen de voorkeur geven aan internetaanbieders waarin zij zelf een belang hebben.

Sonera zag zich naar eigen zeggen al gedwongen zijn activiteiten te staken in Nijmegen. Volgens juridisch adviseur R. van Bommel wacht het met spanning af wat er gebeurt als in Rotterdam een contract afloopt met het onlangs door UPC overgenomen Eneco.

XS4All ziet zich volgens plaatsvervangend directeur S. Hania gedwongen 110 klanten op het Amstelveense kabelnet – onlangs overgenomen door Casema – te laten overstappen op snel internetten via de telefoon. Deze zogeheten DSL-dienst wordt aangeboden door het moederbedrijf KPN van XS4All. Volgens Hania heeft XS4All zowel bij Opta als bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) geïnformeerd naar de kansen van een bezwaarprocedure. ,,Opta heeft hierover geen zeggenschap'', zegt Hania. ,,Ze vonden dat we een procedure moesten beginnen zodat de grenzen aan hun rol formeel duidelijk zouden worden. Dat leek ons niet zinvol.''

Bij de NMa zou XS4All volgens Hania moeten aantonen dat UPC een monopoliepositie heeft op de internetmarkt. Hania: ,,Wij zouden moeten bewijzen dat UPC de prijs zonder onze concurrentie met ten minste tien procent zou kunnen opschroeven. Onbegonnen werk.''

Zowel Casema, exploitant van de internetdienst Wanadoo, als UPC, moederbedrijf van Chello, wil de eigen dienstverlening voorrang geven. ,,Wij hebben de revenuen van onze diensten hard nodig om onze investeringen op het netwerk terug te verdienen'', zegt UPC-adviseur Kohnstamm.

Voorzitter T. Maes van de branchevereniging van kabelbezitters Vecai illustreerde gisteren met een anekdote dat op de kabel eigenlijk maar ruimte is voor één internetaanbieder tegelijk. De gemeenteraad van Gouda nodigde, vertelt hij, ,,alle internetaanbieders'' uit hun diensten via het Goudse net te leveren. ,,Ze wilden allemaal, maar ook allemaal op voorwaarde van exclusiviteit'', zegt Maes. ,,De enige aanbieder die geen exclusiviteit eiste zit er nu als enige op. Blijkbaar is het niet zo raar dat je dergelijke eisen stelt op het vlak van nieuwe diensten wanneer je in de ontwikkeling daarvan investeert.''

In tegenstelling tot de kabelmaatschappijen is KPN wél gedwongen concurrenten toe te laten op zijn telefoonnetwerk. Volgens directeur R. Langezaal van KPN Telecommerce (onder meer Planet Internet en XS4All) is dat een scheve situatie.

Dat KPN als dominante marktpartij gebonden is aan stringenter regels is juist terecht, meent Maes van de Vecai: ,,Van de drie miljoen internetgebruikers in Nederland maken er misschien honderd- tot honderdvijftigduizend gebruik van de kabel. De rest is nog voor een groot deel afhankelijk van KPN. Op de dienstenmarkt heeft KPN een aandeel van 40 of 50 procent. Als je KPN met zijn internetdiensten toegang geeft tot het netwerk van de kabelmaatschappijen, maak je de dominante positie van KPN alleen maar sterker.''

Komt KPN het netwerk van UPC niet op, dan zal de concurrentieslag tussen beide bedrijven niet zozeer plaatshebben óp elkaars netten, maar vooral tússen het kabel- en het telefoonnet. Staatssecretaris Van der Ploeg maakte gisteren duidelijk dat hij nog twijfelt welke vorm van concurrentie beter is. Hij balanceert, zo zei hij gisteren, ,,nog op het randje tussen die twee dingen'' en wil zich ,,nog verder laten informeren''.

Voorlopig is de hete aardappel doorgeschoven naar toezichthouders NMa en Opta, die volgens de kabelnotitie zouden moeten adviseren over de kwestie. Misschien is het maar gelukkig voor het kabinet dat het slechts beperkte speelruimte heeft. Nederland moet immers opereren binnen de kaders van de Brusselse regelgeving. Nauwelijks een week na de kabelnotitie zag een document van de Europese Unie het licht waarin Brussel aangeeft dat regels moeten worden afgestemd op de machtspositie van aanbieders op hun netwerk. Kohnstamm van UPC: ,,Die kabelnota is mooi, maar laten we in de pas blijven lopen bij wat in Europa bepaald wordt.''