Real met ouderwetse strategie naar nieuw record

Sinds 1920 mag de Madrid Football Club zich al koninklijk noemen. Tachtig jaar na het vorstelijke gebaar van koning Alfonso veroverde Real Madrid in Parijs op koninklijke wijze voor de achtste maal in zijn historie de Europa Cup voor landskampioenen. Souverein als altijd leidde El Principe Fernando Redondo, de Argentijnse prins, gisteravond Real in de finale van de Champions League langs Valencia (3-0).

Geen club in Europa behaalde zoveel successen. De pronkkamer in het imposante stadion Bernabéu bevat een omvangrijk arsenaal aan bekers en eremetaal. Het merendeel werd vergaard in de jaren vijftig, toen Real onder voorzitterschap van Don Santiago Bernabéu vijf keer achtereen de Europa Cup voor landskampioenen won.

Zo superieur als de club en zijn voetbal destijds was, met Di Stefano, Gento, Puskas, Santamaria, Muñoz en Kopa, zo machtig is Real al lang niet meer. Zo magisch als de `witte brigade' toen voetbalde, zo voetbalde het gisteren in zwart gehulde Real Madrid niet meer. Redondo, ja, hij kan er wat van. Zo beheerst, zo statig, superieur en technisch begaafd spelen weinig voetballers. Hij is niet als Alfredo Di Stefano, zijn landgenoot die in de jaren '50 en '60 magistraal de aanval van Real leidde. Maar hij is wel net als `de witte pijl' een speler die het predikaat koninklijk van Madrid in ere houdt.

Een paar maanden geleden had Real bijna alles van zijn glans verloren. De schuldenlast was tot enorme hoogte gestegen, de nederlagen in de Spaanse eerste divisie regen zich aaneen en in de Champions League dreigde uitschakeling na twee zware nederlagen tegen Bayern München (2-4 en 1-4). Als door een wonder richtte Real zich op. De strenge, maar beminnelijke hand van jeugdtrainer Del Bosque, die eerder dit jaar de ontslagen Welshman Toshack verving, deed zich eindelijk gelden.

De hand van Del Bosque, in 1981 als speler verliezend Europa-Cupfinalist tegen Liverpool, was ook gisteren in het Stade de France van Parijs weer duidelijk zichtbaar. Het talent van spelers als Redondo, Roberto Carlos, McManaman en Raúl en de verdedigende kwaliteiten van Salgado, Campo, Helguera en Karanka gaven de doorslag in het duel met het collectief van Valencia. Wat voorgangers van Del Bosque niet lukte, lukte de 49-jarige `os van Salamanca'. Hij kreeg zelfs de rebellerende spits en duurste aankoop in de historie Anelka in het gareel. De Fransman was gisteren in zijn geboortestad Parijs bereid mee te verdedigen. Hetgeen hem dan ook een compliment van Del Bosque opleverde.

Del Bosque en zijn team slaagden er gisteren voor 75.000 uitbundige Spaanse supporters in het veel geroemde voetbal van Héctor Cúper te ontregelen. Zo naïef en hautain als Van Gaal Barcelona tegen Valencia in de halve finale had laten spelen, zo strategisch degelijk en lichtelijk ouderwets trok Real ten strijde tegen de om zijn fysieke conditie en discipline geprezen ploeg uit Valencia. Gewoon, drie pure verdedigers voor een excellente doelman (Casillas werd deze week pas 19), twee vleugelverdedigers die alleen aanvallen wanneer ze kunnen, een ijzersterk middenveld rondom de speler waarom alles draait en wisselende spitsen.

Valencia was te gespannen om aan zijn flitsende spel van de halve en de kwartfinales toe te komen. Dat moet gezegd. Mendieta en López lieten slechts zelden iets van hun werkelijke kwaliteiten zien. Maar dat deed weinig af aan het Madrileense spel waarin naast Redondo de Engelsman McManaman een hoofdrol vervulde. De voormalige aanvaller van Liverpool is nog altijd een heerlijke dribbelaar, onder Del Bosque ontwikkelde hij zich tot een allrounder.

Real Madrid moest de finale winnen om volgend jaar ook weer tot de Champions League te worden toegelaten. Hetgeen voor een club wier financiële huishouding uiterst kwetsbare vormen heeft aangenomen, noodzaak is. Voorzitter Sanz wilde de druk op de ploeg en Del Bosque niet opvoeren en besloot al aan de vooravond Del Bosque als trainer voor volgend jaar aan te stellen. Uiterlijk in balans leidde de coach zijn elftal door de finale. Maar afloop was hij een getekend man, met rode ogen en een bezweet gezicht, alsof hij zojuist aan de hel was ontsnapt.

Het duel leek vlak voor rust beslist ten voordele van Real. Toen kopte Morientes de bal uit een voorzet van Salgado langs doelman Cañizares, nadat de Valencia-verdediging zich het hoofd op hol had laten brengen door een harde vrije trap van Roberto Carlos. De 1-0 voorsprong betekende dat Valencia nu moest gaan aanvallen en daardoor nauwelijks meer van zijn beste wapen, de snelle counter, gebruik kon maken.

In de tweede helft was Real heer en meester op het middenveld. Verbluffende staaltjes van passeer-, kap- en draaibewegingen van Redondo (een elegante uitvoering van Van Hanegem) maakten van de wedstrijden bij vlagen een feest voor de liefhebber. Eén keer raakte El Principe van de kook, nadat een Valencia-speler naar zijn enkelgewrichten was gegleden. Redondo nam revanche met een trappende beweging, maar gelukkig nam de Italiaanse scheidsrechter Braschi hem in bescherming. Halverwege de tweede helft zette McManaman met een volley de kroon op zijn ijverige avond (2-0).

Raúl Gonzalez maakte het mooiste doelpunt. De spits kreeg de bal op zijn eigen helft van Savio aangespeeld en zag dat heel Valencia naar de frontlinie was gegaan. Raúl moest nog zestig meter naar het doel afleggen, opgejaagd door 35.000 schreeuwende Madrilenen en achtervolgd door drie Valencia-spelers en de opvallende snelle scheidsrechter. Maar Raúl bezweek als een echte topspeler niet onder de druk en passeerde de doelman vakkundig (3-0).

Del Bosque liet de routiniers Sanchis en Hierro (beiden lang geblesseerd) invallen om ook deze kinderen van Real mee te laten delen in de feestvreugde. De 35-jarige Sanchis bracht daarmee zijn aantal Europa-Cupduels voor Real op 98. Hij deelde het record met Gento. Het werd voor de oude verdediger een mooie avond. Niet Redondo, de gelegenheidsaanvoerder, maar Sanchis mocht als officiële aanvoerder de Europa Cup in ontvangst nemen. Het was Reals achtste, en genoeg reden voor de Madrilenen om met beker en al door de fonteinen aan de rand van het veld van het feestelijke Stade de France te banjeren.

    • Guus van Holland