Oude koeien

Zoals ouders voor hun kinderen altijd ouders blijven, te allen tijde aanspreekbaar en desnoods verantwoording verschuldigd, zo blijft een minister altijd een minister. En terecht. Je wilde toch zo graag minister worden?

Dat betekent dat voortdurend de kans bestaat dat je op enig moment, om met oud-minister van Defensie Relus ter Beek te spreken, van je bed kunt worden gelicht voor een verhoor door een of andere parlementaire commissie en dat is dan allesbehalve een enig moment.

Godverdikke, hoor je Relus ter Beek dezer dagen steeds denken, waar is dat nou allemaal goed voor? Waarom laten ze me niet lekker in Assen van mijn oude dag genieten? Waarom moeten die oude koeien van Srebrenica nu wéér uit de sloot?

Hij kijkt er een beetje beteuterd bij, met die hem typerende blik van iemand die misschien niet zelf het buskruit heeft uitgevonden, maar er wel graag mee schiet.

Hij is oprecht verbijsterd. Ook als socialist wist je tegenwoordig dat je niet a priori van de goedheid van de mens mocht uitgaan, maar dit sloeg werkelijk alles. De brutaliteit! De onbeschaamdheid! De leugens! Als hij iedereen goed beluisterde, waren ze allemaal altijd mordicus tegen uitzending van troepen naar Srebrenica geweest, behalve hij.

Godverdikke. Hij was toch steeds aardig met die kerels omgegaan. Couzy, Van der Vlis er was weleens een stevig woordje gevallen, maar toen het erop aankwam, hadden ze gezamenlijk pal gestaan. Ook met zo'n Hoekema, dat strebertje van D66, had hij in Nieuwspoort menige flinke borrel gedronken, gezellig als mannen van de wereld onder elkaar.

En nu lieten ze hem allemaal vallen! En, nog erger: uit alles bleek dat ze hem destijds nooit helemaal serieus hadden genomen. Ga maar na. Je schrijft op je beste ministeriële briefpapier een pracht van een brief aan Boutros Ghali, secretaris-generaal van de VN. Daarin bied je hem je liefste speeltje aan, de hele Luchtmobiele Brigade, maar je zet er wel wat voorwaarden bij, bijvoorbeeld dat ze de jongens niet alleen de vervelende corvees – latrines en zo – moeten laten doen. Je geeft die brief collegiaal aan Hoekema en zijn minister Kooijmans van Buitenlandse Zaken met het verzoek hem door te sturen.

Dan reis je af naar Boutros Ghali in New York. Heerlijk reisje. Alleen al het vooruitzicht. Geen beleefheidsbezoekje, waarbij zo'n man je met tegenzin aanhoort. Nee, je komt met een serieus aanbod: hier zijn honderden jonge mannen, in de bloei van hun leven. U mag ze hebben. Het is voor een goed doel. Maar u moet wel een beetje zuinig op ze zijn, dat moet u me beloven.

Ach, hij had toen niet meer over die brief willen beginnen. Boutros was zó blij geweest, die wist niet wat hem overkwám. En nu bleek dat Kooijmans en Hoekema die brief, met voorwaarden en al, brullend van het lachen uit het raam van Buitenlandse Zaken hadden gegooid.

Godverdikke.

    • Frits Abrahams