ORISHAS

Wie mocht denken dat er op Cuba alleen maar bejaarde musici wonen die slechts door de gymles van dokter Ry Cooder nog een beetje bewegen heeft het mis. Zo maakt de groep Orishas op A lo Cubano pijlsnel duidelijk dat er door musici van ginds (het opnamecentrum was Parijs) ook `hip' en bijdetijds wordt gemusiceerd. Dat wil zeggen met veel rap en scratch erin en een grote nadruk op de technische productie. De groepsleden hebben alleen voor- en bijnamen, Flaco-pro en Roldán bijvoorbeeld. Veel belangrijker schijnen producer Niko, mixer Mario Rodrigues en de gastmusici onder wie percussionist Anga Diaz en bassist Philippe Cabrera.

Het aardige van deze cd is dat de staccato uitgevoerde rap-partijen ingebed zitten in melodieuze vraag- en antwoordzang zoals men die kent van oudere Cubaanse muziek. Een prettig gevolg van het gebruik van Spaans als voertaal is dat de luisteraar verschoond blijft van stereotype `fucks' en `sucks'. Dat de jonge mannetjesputters van Orishas graag een graantje meepikken van het oudelullen-succes van de Buena Vista Social Club blijkt uit `537 C.U.B.A', dat vrijwel identiek is aan `Chan Chan' van Compay Segundo. Het is ze vergeven, vooral als ze `live' net zo overtuigend voor de dag komen als op deze cd.

Van 27/5 (Dunya Festival, Rotterdam) tot 4/6 zijn ze te horen in Amsterdam (Paradiso), Tilburg, Maastricht, Leeuwarden en Alkmaar (Terra Festival).

Orishas: A lo Cubano (Chrysalis 7243 521402). Distr. EMI.

    • Frans van Leeuwen