Nederlandse bedrijven vaak sceptisch over China

Nederlandse concerns reageren in veel gevallen lauw op het handelsakkoord dat de EU afgelopen vrijdag met China sloot.

Vreemd, zo lauw als Nederlandse bedrijven reageren op het handelsakkoord tussen China en de Europese Unie. Vreemd, omdat het akkoord afgelopen vrijdag in Peking door beide partijen als baanbrekend werd gepresenteerd en tot in Washington werd geprezen. Het zou de feitelijke opmaat zijn tot China's – intens gewenste – toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie en daarmee het land verankeren in de tot nu toe door Japan en het Westen gedomineerde wereldeconomie.

Neem Ahold. Het trok zich vorig jaar uit China terug. Er was geen uitzicht op een sterke marktpositie. Of, zoals een woordvoerder van het supermarktconcern het zegt: ,,In onze branche kun je veel geld verdienen, geld verdienen of sappelen, en in China was het sappelen.'' Aholds `eerste prioriteit' in Azië ligt in Maleisië, Thailand en Indonesië. Het handelsakkoord met China brengt daarin geen verandering. Ahold keert voorlopig niet naar China terug.

Of neem KPN Telecom. Dat besloot vorig jaar zijn activiteiten in China te bevriezen. Een woordvoerder: ,,Het klimaat waarbinnen gewerkt moest worden was te moeilijk om grote investeringen te kunnen verantwoorden. De onzekerheid over wat buitenlandse telecom-operators wel of niet was toegestaan was hierbij doorslaggevend. Mochten zich nieuwe omstandigheden voordoen dan zal KPN opnieuw naar de mogelijkheden aldaar kijken en afwegen of ze op dat moment binnen de prioriteiten passen''. Het handelsakkoord brengt KPN niet van zijn besluit af. KPN keert voorlopig niet naar China terug.

Voor Shell, dat grote belangen in China heeft (zie www.shell.com.cn), is het hele handelsakkoord, tenminste voor een Nederlandse woordvoerder, niet eens een commentaar waard: ,,Ach meneer, we zitten in wel 130 landen.''

Vanwaar die lauwheid of, in het geval van het oliebedrijf, schijnbaar desinteresse? Belangrijke handelsbelemmeringen belooft China toch drastisch te verminderen of zelfs op te heffen, zoals bij de invoer van olieproducten, bij aangaan van joint ventures in de telecomsector, bij de vestiging van supermarktketens door het hele, reusachtige land? Bevat het handelsakkoord dan geen `baanbrekende' afspraken voor deze concerns?

Goed, er is ook blijdschap. Bij Aegon bijvoorbeeld. Het viert volgende maand het tweejarig bestaan van zijn vertegenwoordiging in Peking, precies de termijn die voorwaarde is voor het verkrijgen van de felbegeerde vergunning levensverzekeringen in China te slijten. En volgens het handelsakkoord zal China zeven verzekeringsbedrijven uit de EU zo'n vergunning toekennen, en Aegon hoopt natuurlijk één van die zeven te zijn, zegt een woordvoerder.

,,We wachten op een bericht uit Peking.''

Of wordt die blijdschap bij Aegon ook door de positie van concurrent ING bepaald, die al jarenlang vergeefs om zo'n vergunning bij de Chinese autoriteiten vraagt? Volgens bestuurder Rinnooy Kan van ING, die China `doet', voldoet Aegon nog niet aan de voorwaarden.

Ze zeggen zelf van wel.

,,O'', klinkt het door de autotelefoon.

Volgens hem is heel goed mogelijk dat twee verzekeringsconcerns uit hetzelfde EU-land tot de uitverkorenen behoren.

In tegenstelling tot het akkoord dat eerder de Verenigde Staten met China sloten, is de EU er niet in geslaagd een groter buitenlands belang in joint ventures op het gebied van mobiele telecom en levensverzekering te bedingen. Dat blijft respectievelijk 49 en 50 procent. Daarbij gaat het vrijwel altijd om joint ventures met staatsbedrijven.

Levensverzekeraars moeten met hun Chinese joint-venturepartner ten minste 100 miljoen dollar per jaar aan premies in een bepaalde stedelijke agglomeratie innen, een agglomeratie die ze van de autoriteiten aangewezen krijgen. Aegon zegt zich als ze de vergunning krijgt natuurlijk daarbij vooral te willen richten op zowel individuele als collectieve verzekeringen en pensioenen. Ter vergelijking: Aegon inde in 1999 wereldwijd 16 miljard dollar aan premies, zo vertelt Aegons woordvoerder. En verder komt het er in China eigenlijk vooral op aan de contacten met de autoriteiten zo goed mogelijk te onderhouden, zegt hij.

Want die beslissen – niet per se de markt. Wat natuurlijk de lauwheid van de bedrijven verklaart die hun moeizame pogingen niet met uitzicht op een sterke marktpositie zagen beloond zie Ahold, zie KPN Telecom. Zij zijn maar voorbeelden uit een reeks Westerse bedrijven die niet de lange adem, het geduld of het incasseringsvermogen hadden zaken te blijven doen in China.

Makro (onderdeel van SHV) zit sinds 1996 in China en heeft inmiddels vier grote winkelvestigingen, twee in Peking en twee in het zuidoosten van China, en daarbij het geluk dat het – sinds vorig jaar – een belang van maximaal 65 procent in zijn joint ventures mag nemen, al mag het tot zijn teleurstelling geen groothandelsactiviteiten ontplooien. Toch heeft Makro in al zijn joint ventures nog geen meerderheidsbelang.