Mannelijke geisha's in een sumostal

Sumoworstelaars vormen één grote familie. Naar gasten en superieure collega's stellen ze zich gedienstig op. De sumoworstelaar als mannelijke geisha.

Mannelijke geisha's met een overvloed aan blote billen en buiken in alle soorten en maten. Vetkwabben, dikke bierbuiken, pokdalige billen en perzikhuidjes. Dat beeld blijft hangen na een twaalf uur lange expeditie door de sumowereld op de laatste dag van het mei-toernooi.

De zondag begint om half negen met een bezoek aan de Wakamatsu-sumostal in de oude volkswijk Asakusa in Tokio, op loopafstand van de sumohal waar het toernooi wordt gehouden. De eigenaar van de stal, oud-worstelaar Asashio, heeft in zijn stal veertien worstelaars. Samen leven ze als een grote familie, alhoewel het soms meer weg heeft van een streng klooster.

Direct bij binnenkomst van het forse pand staan we op een verhoging die uitkijkt op de oefenring. Op de zandvloer is een tiental jonge worstelaars al vanaf een uur of zes hijgend en puffend bezig met de ochtendtraining. Een worstelaar zet zich schrap in de ring en de ander moet hem als een olifant naar de andere zijde zien te duwen. De oefening dient voor de start van een gevecht waarbij de worstelaars zich hard op elkaar storten. Een beginneling die geen centimeter beweging krijgt in zijn ervaren opponent wordt door de laatste bij het hoofd gepakt en een aantal rondjes door de ring gesleurd.

In de hoek van de oefenruimte staat een houten stam verticaal in de grond waarop ze hun voorhoofd kunnen harden. Op een meter afstand laat een worstelaar domweg het lichaam naar voren vallen tot het hoofd tegen de paal knalt om de volgende seconde het gewicht van zijn volle lichaam met de handen op te vangen. Dezelfde beginneling die aan zijn hoofd door de ring werd gesleurd blijkt ook enige weerzin te hebben tegen deze oefening. Een veteraan windt een brede elastieken band om het lichaam van de jongere en gaat achter hem staan. Bij het vieren van het elastiek knalt het hoofd vanzelf tegen de paal. Deze `veteraan' van 19 is de hoop van de stal: de Mongool Asaseiryu, (`Blauwe Ochtenddraak'), de enige tiener (112 kilo) in de subtop.

Rond tienen stopt de training en moeten de jonge worstelaars voor de gasten zorgen. Ze zetten een lage tafel klaar, één ontfermt zich over hét worstelaarsgerecht: chanko-nabe, vlees en groenten in een grote pan bouillon. De jongsten bedienen de gasten. Jonge kerels van zo'n 100 kilo, slechts gekleed in een lendendoek, die op hurkend eten serveren en bier bijschenken.

De worstelaars leven samen. Pas als een worstelaar in de hoogste divisies komt – bij de zestig beste worstelaars van het land – krijgt hij beschikking over een eigen kamer. De Wakamatsu-stal heeft slechts twee worstelaars in top. De overige twaalf moeten kamers delen. Een topworstelaar krijgt ook `assistenten' toegewezen, jonge worstelaars die als bedienden zijn spullen dragen. Grote kampioenen worden altijd gevolgd door een entourage van jong grut. In ruil daarvoor geeft de veteraan leiding bij de training en deelt zakgeld uit.

De sumowereld is één grote familie. Alle stallen zijn verenigd in de sumobond waarvan het bestuur bestaat uit de stalleiders, gepensioneerde kampioenen. Zij vormen bij toernooien waar hun eigen worstelaars in de ring staan tevens een scheidsrechterscommissie en kunnen gezamenlijk elke beslissing van de scheidsrechter in de ring annuleren. Die scheidsrechters in de ring behoren ook tot een stal. Deze incestueuze situatie vraagt om misbruik. Geruchten over afgesproken partijen zijn nooit van de lucht.

In de sumohal is inmiddels de toernooidag van start gegaan met gevechten tussen de worstelaars in de laagste rangen. Er zijn zes toernooien van vijftien dagen per jaar. Twee in Tokio en de rest verspreid over het land. Na elk toernooi verschijnt een nieuwe ranglijst op basis van de behaalde prestaties. De meeste toeschouwers zijn slechts geïnteresseerd in de veertig worstelaars van de hoogste divisie, de maku'uchi, en komen dus pas rond vier uur 's middags binnen.

Het uitgebreide ceremonieel rond partijen in de hoogste divisie – worstelaars die eerst tien minuten met hun voeten stampen en elkaar dreigend aankijken en een volle zaal met toeschouwers die uit waardering met kussentjes gooien – maakt sumo tot een enerverend spektakel. De partijen zijn meestal binnen een minuut voorbij.

Bij het slot van de toernooidag beleeft de Wakamatsu-stal een kleine triomf. De 18-jarige beginneling Asasekiryu mag zich tussen de geweldenaars melden voor het kampioensgevecht in de een na laagste divisie. Hij wint en promoveert. Asasekiryu, `Rode Ochtenddraak', komt net als stalgenoot `Blauwe Ochtenddraak' uit Mongolië. Daar komt de laatste jaren een stroom jonge worstelaars vandaan, na een eerdere kleine invasie van Hawaïanen. Twee van de drie worstelaars met de toprang van yokozuna komen uit Hawaï.

De held van `Rode en Blauwe Draak' is Kyokushuzan, wostelaar in de hoogste regionen. ,,Kyokushuzan is verschrikkelijk populair bij ons in Mongolië'', vertelt `Rode Draak', ,,en dus wilde ik ook naar Japan.'' Met zijn 1.82 meter en 112 kilo ziet hij er niet uit als het groentje dat hij feitelijk nog is. Hij kwam op z'n zestiende als scholier naar Japan. Na zijn sporen te hebben achtergelaten bij een schoolclub, trad hij dit jaar toe tot de Wakamatsu-stal. Dit was z'n tweede toernooi en ongeslagen stijgt hij door de rangen. ,,Hoe spreek ik Holland uit'', vraagt hij. Volgend jaar wil hij erbij zijn als een delegatie worstelaars een demonstratietoernooi in Nederland gaat geven.

`Rode Draak' vertelt zijn verhaal op het feest van de `steunclub' van de Wakamatsu-stal na afloop van het toernooi. Bij binnenkomst staan alle worstelaars bij de ingang om de gasten te begroeten. De worstelaars krijgen van enkele sponsors een envelop met zakgeld. Een plaatselijke politicus spreekt de toast uit nadat de worstelaars met grote flessen bier zijn rondgegaan. Terwijl het publiek zich op het buffet stort, blijven de worstelaars drankjes schenken en nemen de tijd voor een praatje met de fans. Ook de stalleider maakt zijn rondje langs de fans, gevolgd door een jonge worstelaar die als bediende zijn spullen draagt.

,,Een sumostal kan niet zonder zulke sponsors'', zegt sumo-journalist Yasuda. ,,Vooral politici manifesteren zich als sponsors. In ruil komen de worstelaars naar etentjes van politici om diens gasten te vermaken. Vandaar dat sumoworstelaars feitelijk mannelijke geisha's zijn.''

    • Hans van der Lugt