Lokale lasten weer fors hoger

De lokale belastingen en heffingen zijn dit jaar opnieuw sterker gestegen dan de inflatie, ook wanneer rekening wordt gehouden met de uitkering van de zogeheten Zalmsnip. Dit blijkt uit een inventarisatie van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen.

Het centrum publiceert de resultaten vandaag in de vorm van de Atlas van de lokale lasten 2000. Gemiddeld zijn de gemeentelijke woonlasten (onroerendezaakbelasting, riool- en reinigingsheffing) dit jaar met ruim zes procent gestegen. De verschillen tussen gemeenten zijn echter groot, variërend van een daling met negen procent (Gramsbergen) tot een stijging van 55 procent (Ambt Montfort). Uitkering van de Zalmsnip, honderd gulden per huishouden, bedoeld om de stijging van de lokale lasten te compenseren, kan dit in de meeste gevallen niet compenseren.

Voor eigenaar-bewoners van een gemiddelde woning is Oostburg in Zeeuws-Vlaanderen met 643 gulden de goedkoopste gemeente, Abcoude met 1.824 gulden de duurste, bijna drie maal zo duur als Oostburg. Tachtig procent van de gemeenten rekent 1.000 tot 1.400 gulden. Als ook de waterschapslasten worden meegeteld, is Katwijk de goedkoopste plaats om te wonen (1.086 gulden voor een gemiddelde woning), Abcoude de duurste (2.327 gulden).

Ook vorig jaar ging de gemiddelde stijging van de lokale lasten de inflatie ruim te boven.

Volgens COELO stijgen de lokale lasten vooral doordat de uitkeringen van het rijk aan de gemeenten achterblijven bij de gemeentelijke uitgaven.

ATLAS: via www.nrc.nl/Doc