Japans orkest met ijzeren repertoire

Van generatie op generatie, al vanaf het jaar 701, vormen Japanse musici een orkest dat gisteren optrad in de RAI in Amsterdam.

Het oudste orkest ter wereld is op bezoek in Nederland. Ter gelegenheid van het staatsbezoek van de Japanse keizer en de keizerin speelde gisteravond in de RAI in Amsterdam het keizerlijk orkest. Het jaar 701 geldt als oprichtingsjaar van het orkest en ook het repertoire dateert uit die tijd. Het orkest is eigenlijk een levend fossiel. Het merendeel van de orkestleden stamt uit families die al twintig, dertig generaties of langer hetzelfde instrument bespelen.

Wie een oude Japanse roman als de Genji Monogatari, `Het Verhaal van Genji', uit de elfde eeuw ter hand neemt, leest daarin eindeloos over feesten aan het hof waar edelen zich verlustigen in dans en muziek. Als in een tijdmachine brengt het huidige keizerlijk orkest de toeschouwer terug in de tijd door nog steeds exact dezelfde muziek en dans ten tonele te voeren.

De Japanners spreken over gagaku, hofmuziek die vanaf de zesde, zevende eeuw uit China en Korea in Japan kwam. De muziek is traag en weinig melodieus. De muziekinstrumenten zijn trommels en drie blaasinstrumenten van bamboe. Ook de dans is uitermate langzaam en gestileerd.

De stichtingsdatum van het orkest, het jaar 701, is gebaseerd op de oudst aanwezige schriftelijke bronnen waarin sprake is van `functionarissen voor dans en muziek'. Het vak werd een erfelijke roeping.

In een recente documentaire van de Japanse publieke omroep over het orkest komt oud-orkestleider Hirohara Sono aan het woord wiens voorouders al rond het jaar 600 musiceerden voor de keizerlijke prins Shotoku Taishi, een van de grote helden uit de Japanse geschiedenis.

Het orkest telt 25 leden die alle instrumenten en ook de dans voor hun rekening moeten kunnen nemen. Veertien orkestleden stammen nog altijd uit families die eeuwenlang deze kennis en instrumenten binnen de familie overdroegen. De grootste schok voor deze families kwam bij de opening van Japan in de negentiende eeuw. De muzikanten moesten ook westerse muziek in hun repertoire opnemen om buitenlandse gasten waardig te kunnen ontvangen. Dit leidde in deze conservatieve wereld tot ,,de eerste staking in de Japanse geschiedenis'', zoals het incident wel wordt genoemd. De muzikanten gaven echter toe, namen ook de viool ter hand en draaien hun hand niet meer om voor een wals tijdens een staatsbanket ten paleize.

In de chaos na de laatste oorlog kampte het orkest met een gebrek aan muzikanten. De oude families konden niet meer genoeg nieuwe leden leveren en dus stelde het orkest zich voor het eerst in zijn bestaan open voor nieuwe gezichten. Het orkest leidt de nieuwe kandidaten zelf op. Vanaf hun 15de jaar kunnen kinderen zich melden voor de uitermate strenge opleiding.

Alle teksten, muziek en dans moeten zonder geschreven hulpmiddelen geheel uit het hoofd worden geleerd. De eerder genoemde documentaire toont een leerling die in het aangezicht van een docent zijn zangoefening begeleidt door in een traag ritme op zijn eigen knie te slaan. Een commentaarstem meldt: ,,Inprenten in het lichaam door eindeloze herhaling totdat er zelfs blauwe plekken op de benen verschijnen. Deze eeuwenoude methode is de enige manier om de diepte en betekenis van deze muziek te doorgronden.''

    • Hans van der Lugt