Grote Japanse banken uit rood, maar twijfel blijft

De grote Japanse banken zijn teruggekeerd in de zwarte cijfers. Veertien van de zestien grootste banken hebben de afgelopen dagen winstcijfers bekendgemaakt over het afgelopen boekjaar dat eindigde op 31 maart. Maar er blijft twijfel over de gezondheid van de banken.

Als reden voor de verbeterde cijfers geven de banken de lage rente van de centrale bank – de daggeldrente die de bank berekent staat feitelijk op nul procent – en verkoop van aandelenbezit waarmee ze de afschrijving van `slechte leningen' konden opvangen. Het bedrag van 4,5 biljoen yen (100 miljard gulden) van deze afschrijvingen van de gezamenlijke banken was overigens 2,8 maal hoger dan voorzien, wegens de voortdurend zwakke economie. De ingeschatte afschrijving was ,,erg optimistisch'', erkent bijvoorbeeld directeur Yuji Watanabe van de Industrial Bank of Japan. En Terunobu Maeda van Fuji Bank meent: ,,Ik zal niet zeggen dat we over de top (van de afschrijvingen) heen zijn, want dan krijg ik direct voor de voeten geworpen dat we al over heel veel toppen heen zijn.''

De zestien banken maakten 5,4 biljoen yen (120 miljard gulden) winst op de verkoop van aandelenbezit dankzij de gestegen beurskoersen begin dit jaar. Deze stijging was vooral het gevolg van grote interesse van buitenlandse investeerders, die zich overigens de laatste tijd weer en masse van de beurs van Tokio afkeren. Banken moesten er bovendien rekening mee houden dat hun aandelenbezit vanaf volgend jaar op dagwaarde moet worden geboekt in plaats van de oude aankoopprijs. Daardoor zullen ze bij het opmaken van de jaarrekening niet langer meer kunnen profiteren van de `verscholen boekwinsten' op lang geleden goedkoop gekochte aandelen, zoals tot dusver het geval is.

De vraag blijft of de banken werkelijk op het pad naar herstel zijn. De winst op verkoop van aandelenbezit waarmee de afschrijvingen zijn gedekt is eenmalig en vooral te danken aan de goede beurskoersen van dat moment. Winst op gewone bedrijfsvoering is vooral te danken aan de `overheidssubsidie' van nul procent rente. Kleine spaarders morren, want zij zijn het slachtoffer van dit beleid nu de rente die zij op hun spaarrekeningen krijgen nihil is. Wie nu zijn geld bij de bank vastlegt, kan een rente van 0,1 procent tegemoet zien.

Afschrijving van `slechte leningen' is voor de banken het sleutelwoord geworden voor de jaren negentig. De leningen dateren uit de `zeepbel', de hausse van grond- en aandelenprijzen van eind jaren tachtig. Grondprijzen dalen nog steeds. Zoals blijkt uit het feit dat afschrijvingen afgelopen jaar bijna driemaal hoger waren dan voorzien, is nog steeds het puin niet geruimd van de recessie die in de jaren negentig op de hausse volgde.