De sensualiteit van krijt

Het Nederlandse sieraad heeft een periode gekend waarin gewone materialen werden gebruikt: tuinslang, perspex. Nu worden weer volop edele metalen gebruikt. Een overzichtstentoonstelling.

Eigenlijk is het een wonder, dat in een onderkoeld land als Nederland, de sieraadkunst ooit voet aan de grond heeft gekregen. Sieraden immers zijn kunstvoorwerpen die, anders dan een beeld of een schilderij, bij uitstek tot leven komen op of aan een warm, bewegend lijf. En daarop is de stijve, onlichamelijke Nederlandse cultuur niet toegespitst.

Dat zintuiglijke aspect legt het dan ook bij ons vaak af tegen het conceptuele en het abstracte in de sieraadkunst. Dat beeld: weinig humor en nog minder sensualiteit, wordt bestendigd door de tentoonstelling `Jewels of Mind en Mentality' (de titel alleen al!). Dankzij de steun van 21 instanties is die tot en met 10 september te zien in de Beurs van Berlage en daarna in Italië, Amerika en Australië.

Tot eind jaren zestig stond het Nederlandse sieraad, zoals zoveel in de Europese vormgeving, in het teken van de Scandinavische esthetiek. Gijs Bakker en zijn vrouw Emmy van Leersum zorgden voor een doorbraak. Zij veroorzaakten internationaal furore met hun enorme kragen en hoofdsieraden van aluminium en kachelpijp. De ontwerpers zetten zich af tegen het traditionele juweel, dat vooral klein en duur was. Het nieuwe sieraad was gemaakt van `democratische' materialen als tuinslang, pannenspons, rubber en perspex. Het samenwerkingsverband `Serie Sieraad' produceerde deze `geëmancipeerde' sieraden in oplage en verkocht ze ook via de Bijenkorf. Al snel zou blijken dat ook al kon iedereen ze betalen, niet iedereen ze wilde dragen.

Pas in de jaren tachtig zouden ontwerpers zich aan deze ideologisch getinte vormgeving ontworstelen. Dat gold niet alleen voor de nieuwste generatie, maar ook voor mensen van de `oude stempel', zoals Hans Appenzeller, Rob Smit en Gijs Bakker, nog altijd de nestor van de Nederlandse vormgeving in het algemeen en het sieraad in het bijzonder. Ze voelden zich weer vrij om dure materialen als goud, zilver en diamant te gebruiken.

In het beste geval zie je dat een sieraadontwerper van nu zijn voordeel doet met het gevecht dat binnen dit vakgebied is gevoerd, en zich inderdaad vrij voelt om edel, onedel, het conceptuele en het zintuiglijke te mengen. Zo iemand is Dinie Besems (1966), de jongste ontwerper die hier te zien is. Een ketting van krijtbolletjes laat zichtbaar sporen na, een lange ketting van alpaca bevat een zin uit een sonnet van Shakespeare, `Als u mij wilt haten wacht dan niet', een ring met een heel klein kelkje bovenop is een houder voor een traan. Zo iemand is ook Philip Sajet, die humor aan technische vaardigheid paart, en Lucy Sarneel, die onbevangen en ondogmatisch omgaat met uiteenlopende materialen als zink, zilver, papier en fossiele haaientanden.

`Jewels' is te zeer een veilig historisch overzicht, met veel elkaar overlappende objecten uit dezelfde periode, en te weinig een doorkijk naar het heden. Dinie Besems is inderdaad een bijzonder talent, maar is zij dan de enige van haar generatie? `Jong' is zeker niet alleszaligmakend, maar het lijkt nu alsof dit vakgebied een bedaagde en voorbije aangelegenheid is in plaats van een bruisende, innovatieve wereld waarin het toegepaste en het abstracte elkaar raken.

Natuurlijk is het vleiend om in deze canon te worden opgenomen, maar ik kan me voorstellen dat sommigen het een beetje als een balseming ervaren. Ze worden, ieder op hun eigen tafel, vastgepind op werk van een moment (dat ooit hun hoogtepunt was?), dat past in het kunsthistorisch verhaal dat de samenstellers voor ogen staat. En al die andere ontwerpers, wat maken zij nu?

Van Rob Smit bijvoorbeeld, die zich evenals Annelies Planteydt onderscheidt in een vindingrijk en heel expressief gebruik van het ooit verfoeide elitemateriaal goud, is er niets na 1992 opgenomen. Waarom twee foto's en acht `draagbare objecten', die eerlijk gezegd erg veel op elkaar lijken, van LAM de Wolf van jaren geleden en niets van Ruudt Peters? Waarom lange reeksen soortgelijk werk van Emmy van Leersum, Françoise van den Bosch en Joke Brakman, maar van Hans Appenzeller slechts een paar dingen uit begin jaren zeventig? Volgens het persbericht - de catalogus was bij de opening van de tentoonstelling nog niet klaar - is deze tentoonstelling het eerste werkelijke overzicht van een van de meest dynamische gebieden in de naoorlogse Nederlandse kunst. Dat sieraadkunst in Nederland ook nú tot de meest dynamische kunstuitingen geldt, is moeilijk aan deze tentoonstelling af te lezen.

Jewels of Mind and Mentality: 50 jaar Nederlandse sieraadkunst,t/m 10 sept. Samengesteld door Museum Het Kruithuis. T/m 10 sep, Beurs van Berlage, ingang Beursplein 1, Amsterdam. Open di t/m zo 10-17u. Toegang ƒ7/ ƒ5. MJK gratis. Catalogus ƒ59,50 (paperback) ƒ79,50 (hard cover)

    • Tracy Metz