Clinton blij met handel China

President Clinton krijgt goedkeuring van het Huis van Afgevaardigden voor normalisering van de handel met China. Dat kan volgens het Witte Huis een nieuw hoofdstuk inluiden in de relaties.

De kwestie van de Amerikaans-Chinese handel was in het Congres een van de meest omstreden aspecten van Clintons buitenlandse beleid. Voor de president was het een van de grootste prioriteiten in het laatste jaar dat hij in functie is. Volgens het Witte Huis kan de normalisatie een keerpunt blijken in de betrekkingen tussen China en de Verenigde Staten. ,,Verwerping zou tot chaos hebben geleid'', zei een Democraat die voorstemde.

Voor- en tegenstanders voerden de afgelopen maanden een felle en vele miljoenen verslindende campagne – met demonstraties, reclamespotjes en brievenacties – om Congresleden te overtuigen. Tegenstanders werden gesteund door de vakbonden en milieu- en mensenrechtengroepen, voorstanders door de landbouwsector en het bedrijfsleven. Tot kort voor de stemming voerde Clinton nog persoonlijk gesprekken met individuele afgevaardigden om hen over de streep te trekken.

,,Dit is geen cadeautje voor de Chinese regering'', zei een Republikeinse voorstander van normalisatie. ,,Hierdoor gaan de tarieven in China naar beneden en opent zich voor Amerikaanse bedrijven en werknemers een markt van 1,3 miljard mensen.'' Andere voorstanders zeiden dat het voorstel in het belang is van de Amerikaanse nationale veiligheid en dat het de democratie in China op den duur ten goede zal komen.

Maar David Bonior, de tweede man van de Democraten in het Huis en aanvoerder van de oppositie tegen het wetsvoorstel, betwistte de economische voordelen die de maatregel zou opleveren, waarschuwde voor Amerikaans banenverlies en wees op de schendingen van de mensenrechten in het communistische China en de slechte arbeidsomstandigheden voor Chinese werknemers. ,,Het is een land waar onrecht bij wet is geregeld en waar orde en gewelddadigheid hetzelfde zijn.'' Conservatieve Republikeinen die tegenstemden, beriepen zich bovendien op de Chinese intimidatie van Taiwan.

De verdeeldheid van de Democraten bracht vooral vice-president Gore in een lastig parket. Bijna twee van de drie Democraten (138 van de 211) stemden tegen normalisatie, onder wie Richard Gephardt, de leider van de Democraten in het Huis. Gore steunt het voorstel van de regering-Clinton, maar daarmee loopt hij niet erg te koop. Hij zei dinsdag weliswaar voor een zaal vol leden van de dienstenbond: ,,Ik wil jullie eerlijk vertellen dat ik in deze kwestie jullie mening niet deel.'' Maar hij hield de afgelopen weken geen toespraak over de Amerikaans-Chinese betrekkingen en de omstreden maatregel, zoals zijn rivaal George W. Bush wel deed. Ook deed Gore nauwelijks mee aan de grootscheepse lobbycampagne in Washington, opnieuw anders dan Bush, die aarzelende Republikeinen deze week telefonisch aanspoorde om voor te stemmen.

Als presidentskandidaat heeft Gore de steun van de vakbeweging hard nodig, maar de bonden, hun overkoepelende organisatie (de AFL-CIO), en haar voorzitter John Sweeny voerden hard campagne tegen de normalisatie. Sweeny viel Gore niet hard aan op zijn standpunt, maar de voorzitter van de bond van werkers in de auto-industrie (1,3 miljoen leden) deed dat wel. Deze Stephen Yokich zei dat Gore arbeiders in de auto-industrie in de armen drijft van Ralph Nader, als consumentenactivist een oude tegenstander, maar dit najaar als presidentskandidaat voor de Groene Partij wellicht een alternatief voor Gore.