Anti-toneel van Kamagurka

De Vlaamse striptekenaar en komiek Kamagurka treedt maandagavond op in het Amsterdamse Concertgebouw. Zonder zich voor te bereiden, zonder zich erop te kleden, zonder zanglessen te nemen. Want met zijn harkerigheid wil hij het `kunstmatige gedoe van op het toneel staan' onderuit halen.

Nee, Kamagurka gaat niet in rok als hij in het Concertgebouw optreedt. Ook de pet met oorkleppen van zijn alter ego Kamiel Kafka laat hij thuis; veel te warm. Hij draagt gewoon de kleding die hij die dag toevallig aanheeft. Hij neemt ook geen extra zanglessen voor de reeks concerten in de statige muziekzaal: ,,Een ietske vals zingen brengt sfeer in de show. Virtuositeit schept teveel afstand. Als de mensen mijn harkerige optreden zien, denken ze, dat kunnen wij ook, waardoor meteen een band ontstaat.''

Kamagurka, Luc Zeebroek voor intimi, heeft in zijn werk het gestileerde amateurisme altijd hoog gehouden. De Vlaming is striptekenaar voor NRC Handelsblad, Vrij Nederland en vele andere binnen- en buitenlandse bladen. Daarnaast treedt hij op als komiek. In zijn show vertelt hij flauwe moppen, hij leest absurdistische teksten voor en zingt liedjes als `Knetterend miltvuur', `Oooo Sabrina, wat heb je met mijn snor gedaan?' en `De man met de grasparkiet' (,,Dag mevrouw, u kent mij niet/ Ik ben de man met de grasparkiet/ Zal ik hem even voor u halen?'')

Kamagurka: ,,Ik begin mijn shows lezend vanaf een briefje op de grond, en tien minuten later kom ik improviserend heel ergens anders uit. Het moet er gemakkelijk uitzien. De mensen moeten niet de indruk hebben dat ik sta te werken, ik sta daar om mezelf te vermaken. Als er maar gelachen wordt. Ik ben een grote lafaard, als ik drie minuten op het podium sta en er is nog niet gelachen, dan ga ik door de grond. Ik heb een keer voor een heel pak moslimvrouwen in Limburg opgetreden. Die gingen niet lachen.

,,Ik manipuleer de mensen en daar komen ze ook voor. Ze kopen een vorm van verbazing en vertier. Ik heb doorlopend contact met de zaal, ik voel het meteen als iemand zich niet vermaakt. De toeschouwers worden even kind en gaan op in het geheel. Het mooiste is als de zaal als één man ademt.''

Kamagurka's slordige stijl dient verschillende doelen: ,,Rommelig vind ik levendiger. Ik heb hier bijvoorbeeld in mijn schrift een tekening gemaakt, waarvan de lijntjes te recht zijn. Dus werk ik er net zo lang aan tot de lijntjes harkerig, beverig zijn. In mijn shows wil ik met mijn harkerigheid dat kunstmatige gedoe van `op het toneel staan' onderuit halen. Het is spelen met de wetten van de kunst, met de status van de kunstenaar. Ik heb bijvoorbeeld gedichten voorgedragen en dan viel ik op de grond, dan stond ik snel weer recht, en dan viel ik opnieuw. Dat zou Hugo Claus nooit kunnen. Zijn gedichten zijn misschien beter, maar ik sta veel rapper overeind.

Volgens Kamagurka gaat het om spelen met de verwachtingen. ,,Neem nu een liefdesliedje, daarin staan altijd dezelfde woorden. Als je een van die woorden vervangt door een onverwachts woord, bijvoorbeeld `buizenradiator', krijg je meteen iets anders: Ik mis je zo, het wordt steeds later/ Ik zit hier bij de buizenradiator.'' Verguld grijpt de artiest zijn schrift met harde kaft, merk `Bureau Classe', om deze strofe vast te leggen.

Kamagurka's werk doet sterk denken aan absurdisten als Daniïl Charms. ,,Ik ben inderdaad fan van Charms, en ook van Roland Topor. Ze schreven korte, hele intense teksten, zonder psychologische duiding. Absurdisme is zeker niet zomaar onzin opschrijven, het moet duidelijk en geloofwaardig zijn. Topor heeft een fantastisch verhaal geschreven, Le Locataire, over een man die zelfmoord pleegt. Hij is niet helemaal dood en sleept zichzelf alle trappen weer op om een tweede keer van het dak te springen.''

Net als andere absurdisten heeft Kamagurka een fascinatie voor geweld, lage lusten en lichamelijk verval. ,,Ik kijk naar mensen en ik zie de stront, het braaksel, de ziekte. Ik kijk naar mezelf en ik zie huidschilfers, haar, het snot. Ik snuif de geur van een heerlijke bloem op en wordt één met de kosmos, maar ondertussen loopt er snot uit mijn neus. Er is een ziekte die `stinkneus' heet. De lijders stinken uit hun neus omdat ze gangreen in hun tussenschot hebben. Als ik het daarover heb, noemen ze me een absurdist, maar het bestaat gewoon echt. Ik isoleer dat soort dingen en plaats ze in een andere context, doorgaans plaats ik iets gruwelijks in een huiselijke omgeving. Zo krijg je een absurdistisch spektakel.

,,De zaken die ik afschuwelijk vindt, bijvoorbeeld de oorlog in Joegoslavië, daar maak ik de meeste grappen over, zoals de reeks met `Tom de Slimme Bom' en `Dirk de Minder Begaafde Bom'. Toen mijn vader drie jaar geleden blind werd, heb ik een hele reeks blindengrappen gemaakt. Ik ben geen Toon Hermans die onschuldige grapjes maakt over ballonnetjes en ontroerende dingetjes. Dat is op zich even naïef als mijn werk, maar meer vanuit de schoonheid gedacht. Met iets schoons kun je makkelijk iets schoons maken, maar met iets lelijks kun je iets veel schoners maken.''

    • Wilfred Takken