Zalm in plaats van olie

De Noorse economie drijft nu vooral op olie en gas. Veel innovatieve industrie heeft Noorwegen niet. Als olie en gas uitgeput raken wil het land daarom grote inkomsten putten uit de export van grootschalig gekweekte zalm en andere vissoorten.

In de Noorse fjorden zwemmen ongeveer 100 miljoen zalmen in de stalen netten en kooien van viskwekerijen. Ondanks dat enorme aantal nemen alle ongeveer 1.100 Noorse viskwekerijen qua oppervlakte niet meer ruimte in dan een landingsbaan van de luchthaven van Oslo. Langs de tienduizenden kilometers lange Noorse kust, met zijn diepe fjorden en hun schone zeewater, is daarom ruimte genoeg voor een grote expansie van `fish farming'. Noorwegen produceerde vorig jaar 420.000 ton gekweekte vis voornamelijk zalm en forel en is daarmee de grootste producent ter wereld. Over tien jaar kan dat, zonder nadelige consequenties voor het milieu, ruim een miljoen ton zijn en in 2020 2,5 miljoen ton.

Dit vooruitzicht ontvouwde Hermann Kopp, hoogleraar aan de Norwegian School of Management BI onlangs op een conferentie (Aquavision) over fish farming in Stavanger, de `oliehoofdstad' van het Scandinavische land. Dankzij de productie en export van olie en gas is Noorwegen een van de rijkste landen ter wereld. Maar aan die overvloed, onttrokken aan de zeebodem, komt een keer een eind. De grootschalige export van gekweekte zalm en regenboogforel en – over enkele jaren – andere vissen als heilbot, tarbot of zelfs kabeljauw alsmede schelpdieren, kan Noorwegen een nieuwe grote bron van inkomsten opleveren.

Volgens professor Kopp heeft het land weinig keuze. ,,De Noorse economie is afgezien van de olie en gasindustrie grotendeels dezelfde als in 1900 of zelfs het jaar 1000'', zei hij op de conferentie die was georganiseerd door het Nederlandse Nutreco-concern. Nutreco is na de recente overname (voor een miljard gulden) van het Noorse Hydro Seafood de grootste fish farming-producent ter wereld. Kopp: ,,In vergelijking tot andere landen blijft Noorwegen achter met innovatie. Tussen 1980 en 1996 groeide de productiviteit in Noorwegen met 8 procent tegen 35 procent in Nederland en 44 procent in het buurland Zweden, dat daarmee nog vóór de Verenigde Staten de wereldranglijst leidt.'' En voor wie het eens van een ander wil horen, citeerde Kopp de bekende Harvard-econoom Michael Porter, die begin dit jaar zei: ,,Noorwegen beschikt over goede technologie, intelligente mensen, maar niet genoeg dynamiek.''

Vervijfvoudiging van de zalmproductie in twintig jaar lijkt bijna te ambitieus – acht jaar geleden verkeerden de Noorse zalmkwekerijen in een grote crisis. Door overproductie en slechte marketing moest een kleine 30.000 ton onverkoopbare zalm worden ingevroren. Honderden kleine zalmkwekers, vaak boeren die fish farming als extra bron van inkomsten hadden, gingen failliet. Er waren grote problemen met ziekten bij de vissen in hun stalen kooien en overmatig gebruik van medicijnen. Gekweekte zalmen die ontsnapten, mengden zich met hun wilde soortgenoten, wat leidde tot besmettingen, nieuwe (virus)ziekten en het risico van genetische vermenging. De wilde Atlantische zalm, die het grootste deel van zijn gemiddeld twaalfjarige leven in zee doorbrengt, wordt in een rivier geboren en keert daarnaar terug om zich voort te planten. Als gevolg van de problemen bij de kwekerijen zijn de meeste Noorse (wilde) zalmrivieren voor lange tijd en misschien wel voorgoed bedorven.

Bij de viskwekerij van Nutreco in Kobbavik, even buiten Stavanger, is te zien dat wetenschappelijke en technologische inspanningen, vooral van grote bedrijven als Nutreco en Hydro Seafood, grote vooruitgang hebben opgeleverd. Ruim een half miljoen zalmen – wat overeenkomt met ruim 3.000 ton na achttien maanden `productietijd' – zwemmen er rond in twaalf metalen kooien van 24 bij 24 meter en 20 meter diep. Met onderwatercamera's, één per kooi, wordt hun gedrag geobserveerd. Machines strooien voedsel (zeven tot acht ton per dag) in de vorm van kleine blokjes volautomatisch `just in time' in de kooien, waar het water altijd vers is wegens de doorstroming in de diepe fjord.

In 1971 was 4 tot 5 kilo voedsel nodig om een kilo zalm te produceren, tegenwoordig is één tot 1,2 kilo geconcentreerd voedsel genoeg. Het zalmdieet bestaat uit voornamelijk uit proteïnen en vetten, bij voorkeur met een hoog gehalte aan meervoudig verzadigde vetzuren. Pigmenten geven de gewenste kleur (Japanners prefereren donkerrood vlees). Onmisbaar is visolie die de zalm de smaak van vis geeft. De bodem van de fjord wordt nauwelijks verontreinigd, want de zalmen vreten bijna alle voer op, en hun excrementen zijn biologisch afbreekbaar. Het water in de diepe fjord heeft een groot zelfreinigend vermogen. Eén tot twee procent van de gekooide zalmen ontsnapt, maar de meeste worden later gevangen.

De kleine zalmen die in zoet water worden geboren en er enige maanden opgroeien worden gevaccineerd voor ze naar brak water en ten slotte de kooien in de fjord gaan. ,,Sinds 1982 worden bij fish farms van Nutreco in Noorwegen geen antibiotica meer gebruikt'', vertelt Reid Hole, directeur van het Nutreco-researchstation, gevestigd op een eenzame, idyllische kust eveneens nabij Stavanger. ,,In 1987/88 werd bij Noorse viskwekerijen gemiddeld 950 gram antibiotica per ton vis gebruikt. Sinds 1992 is dat verbruik gedaald tot 2 tot 3 gram per ton. Eigenlijk kan het niet minder, want vissen worden wel eens ziek. Zeker is dat de vis veel gezonder is geworden voor menselijke consumptie.'' De research, waarbij in totaal 45 mensen zijn betrokken, richt zich onder meer op de ontwikkeling van (nieuw) voedsel voor de vis. Want er is een probleem, erkent Hole: ,,De hoeveelheid visolie in de wereld is beperkt. En dat kan de expansie van de viskweek belemmeren.'' Visolie wordt gemaakt van afval in de visverwerkingsindustrie van gevangen vis die niet voor menseljke consumptie geschikt is.

Noorwegen is al 's werelds grootste exporteur van vis. De visserij en viskweek, waarin ruim 21.000 mensen werken (van wie 6000 in aquacultuur), levert 8,7 procent van het nationaal inkomen en ongeveer een derde daarvan betreft aquacultuur. De waarde daarvan bedroeg vorig jaar 3,7 miljard euro. Veertig procent van alle geëxporteerde vis bestond uit gekweekte zalm en forel (die voor 98 procent naar Japan gaat). Expansie van de zalmproductie is op weinig plaatsen ter wereld beter mogelijk dan in Noorwegen, met zijn opgedane knowhow en zijn gunstige geografische mogelijkheden. Een recente studie wees uit dat alleen in Rogaland, het district rond Stavanger met veel diep zeewater, de productie tot 100.000 ton per jaar kan worden opgevoerd.

De vraag is of de markt zulke grote hoeveelheden zalm kan verteren. Hoogleraar Kopp is optimistisch. ,,De wereldbevolking is sinds 1 januari 2000 alweer met 31 miljoen mensen gegroeid'', hield hij zijn gehoor van 400 deskundigen in aquacultuur uit 28 landen op de Aquavision in Stavanger voor. ,,En slechts 5 procent van de voeding van de wereldbevolking bestaat uit productie uit de zee, die nog een enorm potentieel biedt.'' Vooral voor aquacultuur wel te verstaan, want de visvangst neemt, althans in Noorwegen, relatief in betekenis af omdat de vis schaars wordt.

Wat de markt betreft, wordt de expansie (50 procent in Noorwegen in de periode 1990-97) bevorderd door de groeiende populariteit van zalm. Hans den Bieman is directeur van Nutreco Aquaculture, dat in achttien landen opereert en met 20 procent van de wereldmarkt marktleider is. Hij stelde in Stavanger vast dat de prijs voor verse zalm afgelopen jaar met 20 procent steeg, terwijl de (wereld)productie met 10 procent toenam. Chili, na Noorwegen en net voor Schotland de grootste producent van gekweekte Atlantische zalm, verwacht volgens prof. Kopp dit jaar een toename van de export (naar de Verenigde Staten en Japan) met 17 procent. Ben Nordemann, directeur van Ahold Global Sourcing, zei dat `seafood' met zijn imago van `veilig, gezond en kwaliteit' een oplossing kan zijn voor de `moderne mens zonder tijd' die `met een klaar geweten' zijn voedsel wil kopen.

De consument die koning is, blijft uiteindelijk de beslissende factor die bepaalt of Noorwegen, `de leidende natie bij aquacultuur in de 21ste eeuw' zal worden. Het gedrag van de consument wordt niet alleen beïnvloed door de kwaliteit van de zalm, maar ook door zorg om het milieu en, in sommige landen meer dan andere, bezwaren tegen experimenten met hormonen en genetische manipulatie. Een Canadees bedrijf kweekte onlangs een `turbo-zalm', een vis die zeer snel groeide door toevoeging van speciale hormonen. Wout Dekker, vanaf 1 juli voorzitter van de raad van bestuur van Nutreco, verzekerde in Stavanger dat Nutreco ,,zich niet zal inlaten met transgene zalmen''. ,,We geloven niet dat de industrie dit nodig heeft'', aldus Dekker. Maar hij erkende ,,dat een nieuwe realiteit ontstaat als consumenten en retailers in de Verenigde Staten hiermee wel akkoord gaan''. Den Bieman voegde hieraan toe dat in Chili ,,min of meer consensus bestaat dat we die weg niet op moeten gaan''.