`Waarborgen geboden bij e-mail'

De onschendbaarheid van het brief- , telefoon- en telegraafgeheim is toe aan een nieuwe formulering die meer past in deze tijd van internet, e-mail en fax.

Hij gaf ruim tien jaar geleden leiding aan de commissie die de wet op de computercriminaliteit schreef. Begin jaren zeventig wees hij al op het steeds groter wordend belang van het snijvlak tussen recht en informatica die, gedragen door de techniek, een enorme vlucht ging nemen.

De Leidse hoogleraar rechtswetenschap en informatica-recht mr. H. Franken wordt op zijn vakgebied als éminence grise beschouwd en werd vorig jaar om die reden door toenmalig minister Peper (Binnenlandse Zaken) gevraagd de Commissie Grondrechten in het Digitale Tijdperk voor te zitten, die vandaag haar bevindingen aan de drie bewindslieden van Binnenlandse Zaken en Justitie presenteert.

,,De ministers Dijkstal en Sorgdrager uit het vorige kabinet hadden een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer voor verandering van de Grondwet, om zo de onschendbaarheid van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim te continueren. Maar er werd zoveel aan geamendeerd dat er uiteindelijk een bord spaghetti bij de Eerste Kamer arriveerde, waar aan alle kanten de slierten uitstaken. PvdA-woordvoerder en staatsrechtgeleerde Jurgens drong er op aan dat de regering het wetsvoorstel terugnam, en er eerst een staatscommissie naar liet kijken die vooral haar oor in de samenleving te luisteren zou leggen. Dat hebben we gedaan. We hebben zeker niet in een ivoren toren zitten vergaderen. We hebben alle bestaande ideeën op een website gezet, een omvangrijke workshop georganiseerd en iedereen uitgenodigd om `op ons te schieten'.'' De commissie bestond onder anderen uit staatrechtgeleerden, een lid van de Raad van State, de voorzitter van de Opta (de toezichthouder op de telecommunicatie, red.), een bestuursdeskundige en een hoofdcommissaris van politie.

,,In essentie gaat het om grondrechten van de burger, geformuleerd in de Grondwet. De overheid beperkt de rechten van burgers, en daar staat tegenover dat de burger een aantal fundamentele rechten heeft, die hij op zijn beurt kan waarmaken tegenover die overheid'', aldus Franken.

De huidige Grondwet spreekt van brief-, telefoon- en telegraafgeheim. Er zit inmiddels echter een generatie achter de computer die alles van internet, e-mail en faxen weet, maar wellicht geen idee heeft van wat de betekenis van telegrafie was en is. Het vertrouwelijk kunnen communiceren moet volgens de commissie opnieuw worden geregeld. En dat geldt ook voor de vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy.

,,Atikel 7 regelt de vrijheid van meningsuiting. Het huidige artikel dateert van begin jaren tachtig en is dus helemaal niet zo oud, maar spreekt wel van de drukpers, de radio, de televisie en de `overige middelen'. Waar internet onder zou moeten vallen, is me niet helemaal duidelijk, omdat het eigenlijk al die middelen omvat. Om deze reden is er ook geen rechtvaardiging meer voor verschillende beschermingsniveaus. De oplossing waar wij voor hebben gekozen is de formulering `techniek-onafhankelijk' te maken. Dus gewoon: vrijheid van meningsuiting. Dat is een tamelijk helder begrip. En als er een conflict over ontstaat, is het aan de rechter om te oordelen'', aldus Franken. De commissie vindt overigens dat door het nieuwe artikel 7 ook handelsreclame en productinformatie moeten worden beschermd. Bovendien moet de overheid de pluriformiteit van het informatie-aanbod waarborgen, zodat ,,de Berlusconi's van deze wereld het op dit punt niet geheel en al voor het zeggen krijgen''.

Artikel 10 van de Grondwet, dat het recht op privacy garandeert, is al `techniek-onafhankelijk' geformuleerd en hoeft daarom niet te worden gewijzigd. Toch wil de commissie dat via dit artikel in een regeling wordt voorzien die de gehele keten van het verzamelen van persoonsgegevens tot en met de vernietiging ervan omvat. Bovendien moet in dit artikel worden geformuleerd wat in dezen de rechten van de burger zijn.

,,Artikel 13 van de Grondwet is gedateerd'', stelt Franken. ,,Natuurlijk moet het geheim van brieven, telefoongesprekken en telegraafberichten in beginsel onschendbaar zijn, maar zoals gezegd zijn er inmiddels hele nieuwe media ingeburgerd. Probleem daarbij is dat bijvoorbeeld e-mail trekken heeft van zowel een brief, een telefoongesprek als een telegraafbericht. Het recht om vertrouwelijk te communiceren moet dus gewoon centraal staan, het medium waarmee dat gebeurt is van ondergeschikt belang. Mondeling communiceren bijvoorbeeld hoort daar ook bij. Het kan niet zo zijn dat iemand zegt: ik kom eens even gezellig bij uw gesprek zitten. Dus ook het gebruik van richtmicrofoons moet onder dezelfde strenge richtlijnen vallen als het aftappen van de telefoon.''

Behalve een wijziging van de Grondwet wil de commissie ook een toevoeging. ,,Die moet ieders recht op toegang tot bij de overheid berustende informatie garanderen. Dat gaat verder dan de Wet Openbaarheid Bestuur. Dan gaat het ook om vindbaarheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid van informatie, waarop de burger de overheid kan aanspreken. Het huidige artikel 110, de Grondwetsbepaling die de openbaarheid van bestuur regelt, gaat daarin eigenlijk niet ver genoeg.''

    • Bram Pols