`Verwende' jongere wil niet op grote vaart

De grote vaart kan maar geen jongeren vinden die willen aanmonsteren. Die zoeken het avontuur liever op internet.

Op 7 september 1628 kroonde Pieter Pietersz. Heyn zich tot de grote held van de zeevarende natie. In de Baai van Matanzas veroverde de admiraal van de West-Indische Compagnie de Spaanse zilvervloot en bracht de buit veilig in Hollandse haven. Nog eeuwen daarna werd Piet Hein vereerd en zijn daden (die `groot benne') bezongen.

Tegenwoordig is het Hein-effect uitgewerkt. De zeevaart heeft voor een groot deel haar aantrekkingskracht verloren. De jeugd wil niet meer de wereldzeeën afschuimen. De opleidingen krijgen de plaatsen niet gevuld. Een promotiecampagne van het ministerie van Verkeer en Waterstaat zou dat moeten veranderen, maar de slogan ,,Je toekomst ligt in het water'' bleek niet zo aan te spreken.

Zeevaartschool Willem Barentsz op Terschelling had vorig jaar nog 73 aanmeldingen, dit jaar hoopt adjunct-directeur Gerrit van Leunen dat het er zestig worden. ,,Er is een schreeuwend tekort.''

Dat tekort wordt voor een groot deel veroorzaakt door nieuwe fiscale wetgeving. Sinds 1996 is het aantrekkelijker geworden voor schepen om onder Nederlandse vlag te varen. Het aantal Nederlandse schepen is in de laatste vier jaar dan ook met 45 procent toegenomen. Het voetvolk op die schepen is allang niet meer Nederlands, dat zijn veelal Indonesiërs en Filippijnen. De rederijen willen nog wel heel graag Nederlandse officieren hebben, maar die zijn maar niet te vinden.

Er is een imagoprobleem, vindt F. Veringa van het Scheepvaart en Transport College in Rotterdam. ,,Het probleem is eigenlijk dat er geen imago is. Veel jongeren weten nauwelijks dat er zoiets als scheepvaart bestaat. En als ze het wel weten, bestaat er een negatief beeld: lang van huis, hard werken. Vroeger wilden ze de wereld zien, maar nu gaan jongelui naar verre vakantiebestemmingen. En avontuur, dat zoeken ze wel op internet.''

De zeevaart is ook niet zoals vroeger, verzucht voormalig zeeman Henk Leijnse. De 71-jarige Dordtenaar diende vanaf 1946 vier jaar bij de marine in Nederlands-Indië en daarna ruim dertig jaar in de koopvaardij. ,,De romantiek is eraf'', vindt Leijnse. ,,Vroeger was de kapitein nog echt de kapitein. Een man waar je tegen opkeek. Die durfde je, zeker als jong broekie, nauwelijks recht in de ogen te kijken. Maar als we dan ergens aan wal gingen, kwam de kap'tein nog wel een paar glaasjes meedrinken. Daar dwong `ie respect mee af. Nu is de kapitein zelf vaak een jong broekie, een manager ook. Alles gaat veel zakelijker en efficiënter, dan is voor mij de lol eraf.''

Leijnse denkt ook dat ,,de jeugd van tegenwoordig'' het niet meer in zich heeft om zeevaarder te worden. ,,Ze zijn gewoon verwend, bang om vuile handen te krijgen. Vroeger werd je nog gekielhaald als je voor het eerst de evenaar passeerde. Als je dat nu zou doen, lopen die jochies huilend weg. Landrotten zijn het en dat zullen ze blijven ook.''

    • René Scholten