Tijden veranderen: Real in het zwart

Zwart of oranje? Welke kleur wint de finale van de Champions League? De kleur van de rijkste of de kleur van de armste? Real Madrid en Valencia, samen goed voor 300 miljoen gulden schuld, vechten het vanavond in Parijs uit.

Het magische wit waarin Real Madrid in 1956 voor de eerste maal de Europa Cup won, bestaat al lang niet meer. Het oogverblindende tenue waarin Di Stefano en Gento in de jaren vijftig in Europa de dienst uitmaakten, is in de loop der jaren verworden tot een speelpakje met kleurige strepen en letters.

Vaak speelt Real niet eens meer in het wit. Dan is het paars, de tweede kleur van de club, dan weer blauw. Vanavond in Parijs, 44 jaar na de eerste finale in de Franse hoofdstad, gaat de koninklijke garde uit Madrid voor de speciale gelegenheid zelfs geheel in het zwart.

Tijden veranderen. Hoe afschuwelijk zou Di Stefano en Gento het zwarte tenue niet hebben gestaan? Nooit zou een bliksemactie van Gento zo bedwelmend zijn geweest als ze niet door hem in het koninklijke wit was uitgevoerd. Di Stefano, de grootmeester, in het zwart? Puskas in het zwart? Redondo, Raúl en Roberto Carlos – het tegenwoordige supertrio – in het zwart? Het is niet anders.

Vanavond speelt Real in het zwart tegen Valencia in het oranje. Want ook Reals tegenstander mag niet in zijn clubkleuren (ook wit) aantreden. Valencia heeft zelfs onmiddellijk na de gewonnen halve finale tegen Barcelona een nieuw, oranje tenue moeten aanschaffen. Ze dwong daarmee de supporters hetzelfde te doen. En zoals supporters zijn, volgen ze gedwee de commerciële handelwijze van het hedendaagse voetbal. Want wie een echte supporter is – arm of rijk – trekt zijn portemonnee en koopt à raison van pakweg 100 gulden het nieuwe shirt van zijn club. Van voetbal houden en naar voetbal kijken kost geld, veel geld.

Alles in het hedendaagse topvoetbal draait om veel geld. Wat er vanavond aan financiële waarde op het veld loopt, is nauwelijks te bevatten. De duurste speler, Nicolas Anelka, heeft Real Madrid ruim zestig miljoen gulden gekost. De anderen zijn nauwelijks minder waard. Roberto Carlos, Raúl, Savio en McManaman zijn samen ongeveer 150 miljoen waard. Claudio López (straks Lazio Roma), Kily Gonzales, Cáñizares en Mendieta, zo'n 120 miljoen gulden.

Real Madrid kocht vorige zomer zeven spelers voor in totaal ruim 150 miljoen gulden, kampioen Deportivo voor ruim 80 miljoen, Atlético Madrid, Celta de Vigo en Barcelona voor nauwelijks minder, Valencia daarentegen voor `slechts' veertig miljoen.

En dan te bedenken dat de finalisten van vanavond, Real Madrid en Valencia, een totale schuldenlast hebben van 300 miljoen gulden. De financiële situatie van het Spaanse voetbal is nauwelijks meer te doorgronden. Maar vooralsnog ziet het er niet naar uit dat het voetbal in Spanje ten gronde gaat. De televisie- en telecommunicatiemaatschappij Canal Satellite (Sogecable) en Via Digital (Téléfonica) vechten als kat en hond om de uitzendrechten en daarmee zijn miljarden gemoeid. Clubs als Barcelona en Real Madrid houden dankbaar hun hand op. Anderen, zoals Deportivo La Coruña, Valencia en Zaragoza doen graag mee, maar zijn natuurlijk minder aantrekkelijk. Vervolgens zijn er nog de gigantische sponsorcontracten, waar met name Real en Barcelona van profiteren. Toch schijnt er iets niet in de haak te zijn met de financiële huishouding van de meest Spaanse clubs. De Spaanse minister Rodrigo Rato heeft al aangekondigd de controle op de boekhoudingen te verscherpen.

Spelers, trainers en bestuurders zullen zich vanavond in het Stade de France in St. Denis, aan de rand van Parijs, geen zorgen maken over de financiële toekomst van het Spaanse voetbal. Voetbal zit de Spanjaarden en Zuid-Amerikanen (mogelijk negen, inclusief trainer Cúper) zo diep in het lichaam geworteld dat het hun alleen maar gaat om winnen. Real Madrid kan zelfs voor de achtste keer de Europa Cup voor landskampioenen (sinds enkele jaren de Champions League genaamd) veroveren, Valencia pas voor de eerste keer. De club heeft in een ver verleden alleen de Jaarbeursstedenbeker gewonnen. De winnaar is weliswaar verzekerd van een grote som geld. Maar gezien de rivaliteit tussen Spaanse clubs en hun supporters, speelt geld geen rol. Passie zal de boventoon voeren.

Hoe zal de ploeg van de zachtaardige 49-jarige Vicente Del Bosque (die gisteren van zijn voorzitter vernam dat hij volgend jaar ook hoofdtrainer is) de ploeg van de strenge Héctor Cúper tegemoet treden? Zal Redondo weer magistraal en zoals altijd het tempo bepalen. En zal Anelka in zijn geboortestad Parijs zijn zestig miljoen waarmaken met een doelpunt? Of zal Mendieta zijn ploeg met bliksemcounters naar de triomf sturen? Real als het elftal dat graag de bal heeft en het spel controleert, Valencia als het elftal dat geduldig wacht en dan onverbiddelijk toeslaat. Als de supporters niet meer aan de kleur van het tenue kunnen zien wie hun club is, dan zien ze het vast en zeker aan de manier van spelen.

Vermoedelijke opstellingen:

Real Madrid: Casillas; Salgado, Campo, Helguera, Karanka, Roberto Carlos; McManaman, Redondo, Raúl; Morientes (Savio) en Anelka.

Valencia: Cáñizares; Angloma, Pellegrino, Djukic, Gerardo; Gerard, Farinos (Albelda), Mendieta, Angulo, Kily González; Claudio López.

Scheidsrechter: Braschi (Italië)