Terugtocht

DE BEELDEN VAN de Israelische terugtocht uit Zuid-Libanon suggereren chaos. Maar onder de gegeven omstandigheden was het een ordelijke manoeuvre. Natuurlijk was het beter geweest als de terugtrekking uit de zogenoemde bufferzone op de grondslag van een overeenkomst met de tegenpartij had kunnen worden uitgevoerd. Dan hadden bijvoorbeeld ook de Verenigde Naties toezicht op de overdracht van het gebied kunnen houden. Voor de hand liggend was dan geweest dat het Libanese leger de zone had overgenomen.

De Israelische premier Barak heeft ook zonder een akkoord zijn verkiezingsbelofte willen inlossen. De gestage Israelische verliezen in de zone stonden niet meer in verhouding tot de vermeende veiligheid van Noord-Israel die de zone moest verzekeren. Eerder was de Israelische aanwezigheid in Libanon aanleiding geworden tot een stelselmatig uitdelen van speldenprikken. Wie zo wil kan in de terugtocht een bekroning zien van de aderlating die Hezbollah systematisch op het Israelische leger heeft toegepast, maar in feite gaat het om een normalisering van de toestand en een herstel van de internationale grens waarop al te lang werd gewacht.

Afgezien van het binnenlandse politieke aspect van de ingreep, hoopt Israel internationaal aan geloofwaardigheid te hebben gewonnen. Zou Hezbollah, al dan niet geïnspireerd vanuit Damascus, het niet bij het terugwinnen van Libanees gebied willen laten en de terreur tegen Noord-Israel continueren, dan beschikt Israel nu over een alibi om hard en diep terug te slaan. Het heeft zijn goede wil getoond en heeft het volste recht tot zelfverdediging tegen grensoverschrijdende agressie.

OP DE ACHTERGROND speelt het vraagstuk van de Golan. Onderhandelingen over een normalisering van de Israelisch-Syrische betrekkingen zijn begin dit jaar vastgelopen op Israels weigering deze hoogvlakte aan Israels noordoostelijke grens bij voorbaat en onvoorwaardelijk te ontruimen. Veel meer dan de bufferzone in Zuid-Libanon heeft de Golan een strategische betekenis. De hoogvlakte beheerst immers een groot deel van Israels noorden. In 1967 werd het gebied veroverd en in 1973 nipt en tegen zware offers behouden. Voor Syrië is het een prestigeproject van de eerste orde. Tenslotte is dit nu het enige Arabische land dat het Israelische leger op zijn grondgebied moet tolereren. De vraag is of en in welke mate Damascus Hezbollah wil gebruiken om de druk op Israel op te voeren.

Slachtoffer van de terugtocht uit Libanon zijn Libanese christenen en druzen. Het nu uiteengevallen Zuid-Libanese Leger stamt uit de Libanese burgeroorlog tussen christenen en moslims in de jaren tachtig. Het bondgenootschap met Israel dat nu collaboratie heet, bood tijdens die burgeroorlog de christelijke en druzengemeenschappen in het zuiden de enige kans op overleven. Hoewel die gemeenschappen dus in wezen slechts indirect de Israelische zaak dienden, heeft Israel een morele verplichting deze mensen op te vangen zolang de regering in Beiroet niet bij machte is hun veiligheid te verzekeren.