Siempre Negatifo

Zelden zoveel leedvermaak gezien als de afgelopen dagen. Van 's ochtends bij de koffie, 's middags bij de lunch, 's avonds bij vrienden, iedereen begon er over. Zelfs de Marokkaanse zwerfjongens in de opvangschool die ik vorige week aandeed wisten hem in hun gebroken Spaans nog na te apen. ,,Tu siempre negatifo, Jij altijd negatief.''

Louis van Gaal. Heel Spanje heeft zich collectief rotgelachen bij zijn gedwongen vertrek afgelopen zaterdag als trainer van FC Barcelona. Vooral de breed op televisie uitgezonden persconferentie ging er in als koek. ,,Ze zullen me missen in Spanje, maar dat zullen ze niet erkennen, want in Spanje is alles altijd negatief. Siempre Negatifo'', liet de guiñoles, de Spaanse versie van Spitting Image, Van Gaal zeggen. De latex pop van de Nederlander had een gemetseld muurtje bij wijze van kop.

In deze tijden van Europese immigrantenproblematiek vallen er veel wijze lessen te leren van de casus-Van Gaal. Je komt ze wel vaker tegen, landgenoten die – vaak op tijdelijke basis – in Spanje zijn neergestreken en over van alles en nog wat te klagen hebben. Het eten, de tuinman, het verkeer, de taal, de mensen: soms vraag je je af waarom deze expats in hemelsnaam uit Nederland vertrokken zijn. Geld waarschijnlijk.

Het geval-Van Gaal was vanaf het begin af aan een potsierlijke uitvergroting van een mislukt integratieproces. Zoals bekend vormt een zekere beheersing van de taal de sleutel tot een succesvolle aanpassing aan de nieuwe omgeving. Van Gaal volgde een stoomcursus Spaans in Nederland, maar naar verluidt was het de trainer die de taaldocent terechtwees in plaats van andersom. De gevolgen waren ernaar. Accentloos Spaans is niet eenvoudig, toegegeven, maar het Spaans van Louis was ronduit erbarmelijk. Hij sprak van koekadorus als hij het over zijn spelers had. Zelfs het door de trainer veel gebezigde negativo, met de Spaanse v die tegen de b aanhangt kwam er uit als negatifo, met ene keiharde f. Geen spotprent over Van Gaal of negativo werd wel met een f geschreven.

Verbazingwekkender was wellicht dat Van Gaal er van meet af aan blijk van gaf over geen enkele notie te beschikken van de situatie waarin hij was terechtgekomen. ,,Mijn man is te goed voor deze club'', zo sprak echtvriendin Truus vorige week voor de microfoon Radio Barcelona. ,,Hij denkt alleen aan voetbal en hier spelen meer zaken.'' Ze sloeg de spijker op zijn kop.

Voor iemand met de positie en het salaris van Van Gaal zou je verwachten dat hij tevoren enige adviseurs had ingehuurd die hem op de hoogte brachten over de ins en outs van de Catalaanse samenleving in het algemeen en de positie van FC Barcelona in het bijzonder. Een inburgeringscursus, maar dan toegesneden op de sociaal-culturele betekenis van de club, het voetbal in Spanje, de financieel-economische machinaties, de machtsspelletjes van de hechte Catalaanse burgerij en de positie van de nu scheidende clubvoorzitter Núñez. De laatste was, om het maar eens vriendelijk uit te drukken, niet erg geliefd in Barcelona. Het contract met Van Gaal was zijn laatste redmiddel om het hoofd boven water te houden.

Núñez had het niet slechter kunnen treffen. Niet gehinderd door enige kennis van de taal en blind voor zijn omgeving stampte Van Gaal als een olifant door de Spaanse voetbalcultuur. In het begin werd de sportpers – dagelijkse sportdagbladen met een miljoenenoplage – geheel tegen het gebruik weggehouden van de trainingen. Persconferenties ontaardden in ongerichte scheldpartijen. Van Gaal vervreemdde de aanhang van Barcelona van hun club door een overdreven import aan Nederlandse spelers. Er hing een bordje met `Alleen voor Hollanders' in de kleedkamers van het stadion Camp Nou, zo wilde het grapje. Van Gaal paste zich niet aan, maar wilde dat Catalonië zich aan hem aanpaste. Hij klampte zich vast aan clubvoorzitter Núñez en andersom. Gezamenlijk gingen ze ten onder. Wat rest is de schade aan het nationale imago.

    • Steven Adolf