Ghanese priesters leiden inburgering

De Ghanese gemeenschap in Amsterdam redt zich door een sterke samenhang, maar is weinig geïntegreerd.

Een inburgeringscursus voor priesters moet dat veranderen.

Emmanuel Asare Beidoo is de priester van The Resurection Power and Living Bread, een van de veertig Ghanese kerken op een paar vierkante kilometer in Amsterdam Zuidoost. Een kleine man, 42 jaar, met zwarte lakschoenen en een goudkleurig gewaad. ,,Het is te laat'', zegt hij met gevoel voor retoriek, ,,maar vandaag beginnen wij onze reis richting integratie.''

Beidoo zit in een klaslokaal van het Joke Smit college in Amsterdam Zuidoost, waar hij het komende jaar tien uur per week een inburgeringscursus gaat volgen. Samen met twintig anderen Ghanese voorgangers. Hun kerken zijn gevestigd in parkeergarages in de Bijlmer. 's Zondags worden daar gospels gezongen en wordt er gebeden.

Het idee achter de inburgeringscursus voor de Ghanese priesters: als zij Nederlands leren, volgt de rest van de gemeenschap ook wel. ,,Een sneeuwbaleffect'', hopen ze bij het stadsdeel.

Het is wel nodig. Niet dat de Ghanese gemeenschap ongeveer 5.000 in Amsterdam Zuidoost en een kleine 20.000 in Nederland nu voor veel problemen zorgt. De criminaliteit is laag, het arbeidsethos is hoog en de kinderen worden door de ouders continu achter de broek gezeten om hun best te doen op school. Maar een ander positief aspect van de Ghanese gemeenschap heeft vreemd genoeg een beetje een averechts effect.

Iedereen prijst de samenhang onder Ghanezen. Als een Ghanees zonder werk zit, is er altijd een vriend, kerkganger of familielid die via via een baan regelt. ,,Als er één Ghanees in je bedrijf zit, zijn het er voor je het weet tien'', zegt politicoloog Kwame Nimako, van Ghanese afkomst en auteur van een recent geschrift over Ghanezen in Nederland.

Hetzelfde geldt voor huisvesting. ,,Als een alleenstaande vrouw geen huis heeft, regelen wij dat ze bij een andere alleenstaande vrouw kan intrekken'', zegt priester Beidoo. De kerken halen ook tijdens de dienst geld op voor illegale en/of arme landgenoten. Voorgangers gaan op ziekenbezoek en helpen bij psychische nood. En dan zijn er nog een kleine veertig Ghanese organisaties verdeeld langs etnische lijnen en met mooie namen als Asante Akim Kuo of Brong Ahafo die advies geven bij problemen met de immigratiedienst, die begrafenissen regelen of financiële bijstand verlenen.

Prachtig, die sterke cohesie, maar het heeft ook een negatieve kant: de Ghanese gemeenschap is naar binnen gekeerd. ,,De aansluiting met de Nederlandse maatschappij ontbreekt'', zegt wethouder Paul Schings, verantwoordelijk voor de inburgeringscursus. De Ghanezen redden zich met elkaar, in Nederland.

,,Veel Ghanezen verblijven in de marge van de Nederlandse samenleving, waar zij zich zo onopvallend mogelijk proberen staande te houden, buiten het zicht van de autoriteiten en met behulp van eigen netwerken'', schrijft onderzoeker Gerrie ter Haar in het recent verschenen boek Afrikanen in Nederland.

Nederlands leren? Ach, dat is niet nodig. ,,Ze hebben een baan en dat is genoeg voor ze'', zegt Edward Adusei. Hij is Ghanees en werkt bij het Bureau Nieuwkomers in de Bijlmer. ,,Ze denken dat ze toch geen goede baan krijgen en dus investeren ze niet in de toekomst.''

Ghanezen kwamen als tijdelijke arbeider, toerist of asielzoeker, maar ze bleven. Sommigen schatten het aantal illegalen op veertig procent. Ze proberen zwart werk te vinden en zijn vaak al jaren in de slag met de immigratiedienst om hun papieren in orde te maken, bijvoorbeeld door te trouwen met een landgenoot die wél een verblijfsvergunning heeft. Ze worden min of meer gedoogd.

De sterke cohesie heeft geen vruchten afgeworpen. De ,,over het algemeen goed opgeleide Ghanezen'' (Ter Haar) werken al jaren voornamelijk in schoonmaakbedrijven, op de bloemenveiling of in de fabriek. Hun diploma's zijn in Nederland niets waard. Bij het werk dat ze doen is Nederlands spreken niet vereist. ,,En in de Bijlmer wonen we met elkaar, dus daarvoor hoeven we ook geen Nederlands te leren'', zegt priester Beidoo.

Eind jaren tachtig en begin jaren negentig kwamen de meeste Ghanezen naar Nederland. Hun maatschappelijke positie is sindsdien weinig verbeterd. Beidoo: ,,Het is allemaal niet geweldig. We redden ons. Maar we zien nu wel in dat de gebrekkige integratie ons achterstelt.''

Leven Ghanezen in een isolement? Ja, zeggen Ernest en Cindy. Ze zijn allebei 19 jaar, zingen in een gospelkoor en beschouwen zichzelf als tweede generatie Ghanezen.

Ernest: ,,Iedereen is gericht op elkaar.''

Cindy: ,,Dat is heel fout. Onze ouders zijn soms bang voor invloeden van buitenaf.''

Ernest: ,,Als je nieuw bent in een land, is het wel logisch dat je elkaar nodig hebt. Dan wil je ook je eigen taal spreken, je eigen mensen om je heen. Maar hoe langer je hier bent, hoe minder dat nodig is.'' Ze hebben Surinaamse, Antilliaanse en Marokkaanse vrienden.

De tweede generatie is veel beter geïntegreerd dan de eerste, zegt wethouder Schings. ,,We moeten oppassen dat ze niet losraken van hun ouders.'' Schooluitval onder Ghanese leerlingen, die tot nog toe erg laag was, is de laatste tijd iets gestegen.

Reden te meer voor de inburgeringscursus, volgens Beidoo. ,,Wij zijn de leiders'', zegt hij. ,,Als wij Nederlands leren en inburgeren, dan volgt de rest. Zeker als ze zien dat het goed is voor hun kinderen.''

Zijn heilige overtuiging is bij het stadsdeel vooral nog hoop. Goed, de voorgangers hebben veel invloed op hun achterban. ,,Negentig procent van de Ghanezen gaat naar de kerk'', zegt Adusei. Maar of ze ook een inburgeringscursus gaan volgen, blijft de vraag. Eerst maar eens de priesters, voor hen is het al moeilijk genoeg. Een jaar lang, tien uur per week Nederlandse les, maatschappij-oriëntatie en een cursus assertiviteit. Dat laatste omdat Ghanezen ,,nogal bescheiden'' zijn, volgens Lya Djadoenath, hoofd van het Bureau Nieuwkomers.

De uitval bij inburgeringscursussen is hoog. En omdat de helft van de Ghanese priesters niet aan de cursus is begonnen, lijkt het essentieel dat deze groep het programma volbrengt. Hoe zit het met hun motivatie? Vier voorgangers kijken een beetje sip bij de gedachte. ,,Het zal heel zwaar worden'', zegt James Kessler van de Assembly of God. ,,Maar we moeten wel.''

    • Yasha Lange