EXAMENMAIL

Kritiek op vwo-biologie

Was er maar een professor Heertje voor biologie. Of liever een gezaghebbende natuurwetenschapper die de biologie-examens aan zijn kritische blik onderwerpt, voordat examinandi ermee worden geconfronteerd. Stevige bètaleerlingen maken biologie-examens met gefronste wenkbrauwen. Neem het vwo-examen van afgelopen vrijdag.

Al bij vraag 1 over Caulobacter bacteriën is het raak. Het examen lijkt op een toets `begrijpend lezen'. De vraag had net zo goed over het weer of over voetbal kunnen gaan. Ik geeft toe: kennis van de term cytoplasma is handig, maar zeker niet noodzakelijk. De tweede vraag vereist alleen het gebruik van de rekenmachine en is meer geschikt voor een 2de klas wiskundeproefwerk. Toch begin ik in paniek te raken. Ik moet de vraag niet goed begrepen hebben, want zo makkelijk maakt het Cito ze vast niet.

Volgens de makers verschuift de nadruk van feitenkennis naar vaardigheden. Helaas kan de vaardige leerling zijn capaciteiten op dit examen alleen uiten als minuscule detailfeitjes in zijn hoofd zijn opgeslagen. Ik hoop dat in de komende jaren het gefragmenteerde karakter van het examen afneemt, dat de aandacht daadwerkelijk verschuift naar vaardigheden, dat de vragen ook inhoudelijk over het vak biologie gaan en dat er zorgvuldiger wordt omgesprongen met begrippen uit de andere natuurwetenschappen.

Selma de Mink

Fouten in examen Natuurkunde

In opgave 1 van het examen vwo natuurkunde van 22 mei 2000 werden vragen gesteld over een techniek waarbij sneetjes in het hoornvlies worden gemaakt om de brekende sterkte van het oog te verbeteren, de zogenaamde keratotomie. Zowel in de opgave als in het antwoordmodel staan enkele storende onjuistheden.

a. In figuur 1 wordt een radiale keratotomie getoond, waarbij ten onrechte wordt beweerd dat deze ingreep met een laser wordt verricht. Behandeling van het hoornvlies met een laser (Excimer) wordt anders uitgevoerd en berust op een geheel ander principe dan in figuur 1 wordt getoond.

b. In het antwoordmodel wordt gesproken over: het convergerend vermogen van het oog. Dit moet zijn: het lichtbrekend vermogen van het oog. Het convergeren van ogen heeft met de oogstand te maken en niet met bijziendheid.

c. Het woord accommodatie wordt overal verkeerd geschreven.

d. In de laatste alinea van het antwoordmodel wordt gesproken over het minder bol maken van het netvlies. Dit moet zijn: het minder bol maken van het hoornvlies.

Dr J.R.M. Cruysberg, oogarts, Universitair Medisch Centrum St Radboud, Nijmegen.

Irritaties

Leuk, drie uur zitten aan het eind van de dag voor een vervelend moeilijk economie-examen. Je probeert de eerste sommen te maken. Hoor je op een gegeven moment buiten de grasmaaier en een snoeimachine. Nee, dit keer is het niet de concierge die het gras maait, maar een mannetje met een knaloranje pak aan. Je probeert je toch maar weer te concentreren.

Niet dat dat heel erg goed lukt, want sommige sommen moet je wel vier keer overlezen om ze proberen te begrijpen. Na 1,5 uur moet je dan toch eens naar de wc. Uit angst voor tijdnood besluit je niet te gaan...

Komt er een karretje binnenrijden met koffie en thee, je moet weten, dat maakt een lekker irritant geluid dat inschenken..... vooral als je naar de wc moet.

Guus Reuter, havo 5, Melanchthon College, Rotterdam