Egypte verwelkomt mobiele kakofonie

De mobiele telefonie krijgt in Egypte een stormachtig welkom. Tegelijkertijd toont de introductie van het mobieltje de halfslachtige wijze waarop de Egyptische regering 's lands economie hervormt.

,,Nu kunnen we eindelijk praten, op ieder moment en op iedere plek.'' Met deze slagzin adverteert de Egyptische mobiele telefonie-aanbieder Click, en het lijkt er op dat de Egyptenaren de boodschap letterlijk nemen. In bioscopen en restaurants, aan het strand, op de sportschool en het zwembad, op de snelweg of in de bus, bij klassieke concerten of toneelstukken; het is een permanente kakofonie van belsignalen. Laatst vergaderde het parlement of afgevaardigden tijdens zittingen hun mobiele telefoon moeten afzetten; het antwoord was ja, de praktijk blijft nee. In de klassenmaatschappij die Egypte is, laat je je welstand zo duidelijk mogelijk blijken en een mobiele telefoon blijkt daarvoor bij uitstek geschikt. Als omstanders hem niet zien dan horen ze hem wel.

Twee jaar nu heeft Egypte geprivatiseerde mobiele telefonie, en de pleitbezorgers van de Egyptische stijl van economische hervormingen zien er het succesverhaal par excellence in. Een miljoen aansluitingen hebben Click en de andere aanbieder Mobinil al, een aantal dat naar verwachting zal groeien tot zes miljoen in 2004. Op de beurs is het aandeel Mobinil sinds de introductie in augustus 1998 in waarde verdertienvoudigd; op sommige dagen beslaat de handel in Mobinil op de beursvloer 70 procent van de totale omzet.

Terwijl een landlijn bij het staatsbedrijf Egypt Telecom drie tot zes maanden, een piramide van papierwerk en tussen de 250 en 750 dollar kost (een tweede lijn kost minstens 900 dollar), krijg je bij Mobinil en Click direct aansluiting voor 350 dollar. De grote investeerder achter Mobinil, Orascom, heeft al 16 vergunningen in Afrika en het Midden-Oosten en troefde laatst tot intense vreugde in Kairo zelfs een Israelische concurrent af. ,,Mobinil en Click zijn het beste voorbeeld tot nu toe van de werking van een vrije markteconomie'', zegt Amr Dabbous, hoofd research bij de investeringsbank Sigma Capital.

Maar de sceptici zijn niet overtuigd. Zij zien in de introductie van geprivatiseerde mobiele telefonie in Egypte juist het meest treffende voorbeeld van de halfslachtigheid waarmee het regime de economie hervormt, waardoor het de schadelijke kanten van de markt combineert met de kwalijke praktijken uit het socialistische model dat tot begin jaren '90 de norm was.

De belangrijkste klacht is het gebrek aan concurrentie en aan een deugdelijk toezichtsorgaan. Deze manco's gaan terug op onwennigheid met een markteconomie, maar meer nog op de angst bij het regime dat een werkelijk onafhankelijk instituut een alternatieve machtsbron kan vormen. Om dezelfde reden zijn alle vakbonden in Egypte ontmanteld, met als gevolg dat werknemers in het bedrijfsleven volstrekt rechteloos zijn. Om sociale onrust te voorkomen, heeft de regering daarom maar gedecreteerd dat bedrijven alleen mogen worden geprivatiseerd als ze geen personeel ontslaan – waardoor investeerders weer wegblijven.

Voor de mobiele telefonie waren twee jaar geleden echter genoeg investeerders te vinden, en wie kijkt naar de voorwaarden die de staat stelde, begrijpt waarom. De overheid verstrekte slechts twee vergunningen, met de belofte tot 2002 geen nieuwe aanbieders toe te laten. Het stond in het begin aansluittarieven van meer dan 500 dollar toe, wat overstappen zeer onaantrekkelijk maakt. Niet dat dit overigens zin zou hebben, want Click en Mobinil hebben een kartel gesloten en houden de prijzen kunstmatig hoog.

Dit alles gebeurt met stille instemming van de staat, die een deel van de aandelen in Mobinil bezit. Door afwezigheid van toezicht of regulering kunnen de twee aanbieders bovendien veel meer lijnen verkopen dan ze hebben. Wie in Egypte tussen een en drie uur 's middags mobiel wil bellen, moet het zeker tien keer proberen omdat het netwerk bezet is. Vaak kom je er in het geheel niet door.

De tarieven, zeker van vast naar mobiel, zijn zo ondoorzichtig dat tal van vaste lijnbezitters zich plotseling met enorme rekeningen zagen geconfronteerd. Bij een inkomen per hoofd van de bevolking van 80 dollar per maand, snijden een paar telefoontjes van een dollar al diep. Sommige economen wijten zelfs de lichte recessie van het moment aan de telefoonrekeningen die de Egyptenaren opeens moeten betalen; onderzoek wijst uit dat mobiele-telefoonbezitters zeker 15 procent van hun inkomen kwijt zijn aan bellen.

Daarbij komt de vraag wat een ontwikkelingsland als Egypte opschiet met mobiele telefonie. De import van miljoenen telefoons drukt zwaar op het toch al enorme tekort op de handelsbalans, terwijl de buitensporige belangstelling voor Mobinil ontwrichtend werkt op de aandelenbeurs en kapitaal onttrekt aan productieve industrie. Het enige voordeel is toegenomen efficiëntie, want onbereikbaar zijn – een in Egypte favoriete tactiek van werkschuwe werknemers – wordt moeilijker.

Zijn de economische vruchten van de privatisering van telefonie vaak wrang, de sociale gevolgen zijn er wel. Mobiele telefoons maken het voor Egyptische vrouwen en meisjes aanzienlijk makkelijker te communiceren met de buitenwereld buiten de controle van echtgenoten, vaders, broers en neven om. Daarbij komt dat tot vier jaar geleden Egypte geen telefooncellen kende, en je naar overvolle en ver uit elkaar gelegen centrales moest om buitenshuis te bellen. Maar in het kielzog van de mobiele telefoons staan nu op iedere hoek van de Egyptische straat telefooncellen. Zeker als de middelbare scholen net uit zijn, staan bij al die cellen giebelende meisjes te bellen met hun clandestiene vriendjes. Over de familie-eer wakende familieleden hebben het nakijken.

    • Joris Luyendijk